IJlen over Enya en Ierland. Komkommertijd in de Krant

Er is geen foute muziek. Alleen mensen met foute meningen.

Kan ik ook. Zo makkelijk is het om een zuur stukje te schrijven. Geen wonder dat kranten geen abonnees meer hebben. En nou moet ik naar de WC rennen. Even lezen, dan snap je wat ik bedoel.

De Ierse zangeres Enya heeft 100 miljoen verdiend met haar muziek, maar Orinocco Flow is waar de meeste mensen haar van kennen. Of niet meer, ik moest het lied even opzoeken om de klanken terug in mijn hoofd te krijgen. Zweverig is goed, maar dit is niet mijn soort opstijgende wolk.

Trouw noemt zich “misschien wel de beste krant van Nederland.” Maar al ben je de beste, betekent dat ook dat je een voldoende scoort in een klas vol kneuzen? Het laatste geintje van Trouw waar je willekeurig en onverwacht op “alleen voor abonnee’s” stuit, lijkt het tegendeel te bevestigen.

Als er ooit een zomer komt waarin GJ het niet zo druk heeft, gaat hij napluizen waarom de warmste maanden van het jaar in journalistieke vaktermen komkommertijd genoemd worden. Dat het bestaat blijkt overduidelijk uit het verhaaltje over Enya.

Laten we eerlijk zijn, de meeste journalisten willen liefst een roman schrijven, hoe langer en saaier, hoe beter. Het gemiddelde krantenverhaal begint met drie alinea’s niet terzakedoende beschrijving van iets dinges. In het gevalletje “Enya voor altijd” – hé populisme verkoopt beter dan intellectualisme – schrijft de komkommerjournalist van dienst in de eerste zin een wauwelverhaal dat leest als een opsomming van bekende Ierse musici. Lijstjes, nooit doen, zelfs niet als je wanhopig bent. Niet erg geslaagd overigens wanneer je U2 een alleraardigste stadionact noemt. Hoog tijd dat journalisten die sarcasme als stijlfiguur willen gebruiken daarvoor een aparte aantekening op hun tekstschrijversdiploma krijgen. En toestemming van hun vrouw.

De auteur ontkracht zijn eigen woorden door alleen Enya te beschouwen als echt Iers – en ontspannend. Met respect voor de zangeres, maar voor mij is het kattengejank waar ik onrustig van word. En dan heb ik het nog niet eens over die Orinocco-kraan op de achtergrond waardoor ik naar de WC wil rennen. Wedden dat Enya vroeger arts of verpleegkundige wilde worden? Die vertellen immers altijd dat als kinderen niet willen plassen voor ze naar bed gaan, je de kraan even laat lopen.

Hoe kun je als muziekjournalist schrijven “zonder enige schaamte?” als je “met veel” bedoelt? Als je geen schaamte kent, kun je ze ook niet zien dus hoe kun je eraan refereren? Tijd voor een tweede aantekening op het journalistendiploma, alleen daartoe bevoegden mogen contradictio in terminus, maar dan andersom, als stijlfiguur gebruiken. Hard nodig ook. En nogmaals, ik moest Enya echt even opzoeken. Zat met Enigma in mijn hoofd.

De broodschrijver ratelt door over baden, weer dat water en Keltische kruiden om te vervolgen met de suggestie dat Orinoco Flow “opvallend” goed op repeat (herhaling) werkt. En ik maar denken dat zo het headbangen is uitgevonden. Mijn fout, ondanks mijn voorkeuren is mijn hoofd een grote smeltkroes van muziekstijlen. Na nog wat verontrustende platitudes eindigt de auteur dit deel van zijn discours met de woorden “getroubleerde Ierse volksziel.” Als dat een woordspelletje is op troubadour, niet doen. De lezer ziet het niet omdat ze struikelt over de vooroordelen.

De volgende alinea begint met wat dingetjes, waarheden die je zonder moeite kunt verbuigen tot een suggestieve letterbrij. En als collectieve pers maar ageren tegen alternatieve feiten. Platenbazen zien alleen geld in het verleden herhalen tot het publiek ze opvoedt. Die cirkel volktrekt zich meermalen per dag. Omdat er tientallen albums over de toonbank gaan, laten de platenbazen “toch maar wat” singletjes persen. Hahaha, de journalist schrijft drukken, maar toen 45 nog goud was, perste je (er) een single (uit).

Zelfs alternatieve feiten zijn blijkbaar teveel gevraagd want de auteur vlucht snel voorwaarts naar het realistisch opportunisme. Ik ben niet nieuwsgierig waarom de auteur weigert te beseffen dat ironische spot een rare dubbelterm is, maar wel waarom Orinocco Flow doelwit daarvan werd. Helaas voor ons gemiddelde lezers denkt de schrijver dat gein en gruwel beter verkopen. Ineens is alle muziek van Enya “lekker fout.” Hoe kom je er op om het nummer te associeren met martel- en bevallingsscenes op TV? Je kunt ook een vent zijn en voor je smaak uitkomen in plaats van de TV de schuld te geven.

Gelukkig geeft de referent na een kleine 300 woorden de pijp aan Maarten terwijl hij zich verspreekt. Ineens is niet langer het complete oeuvre van Enya lachwekkend maar slecht “dat ene” nummer. Vervolgens wordt er nog even gespuugd op de artistieke integriteit door mevrouw naar het hoofd te slingeren dat ze niets geeft om hoe haar muziek ontvangen wordt, immers 100 miljoen heelt alle wonden. Tenzij je muziek een boodschap heeft natuurlijk.

Pssst, klik eens hier. Geweldig toch?

Kopfoto gemaakt door Rory Hennessey, gevonden op Unsplash.

Decemberlijstjes. Hoe de Vaderlandse Pers de Plank Misslaat

Waarin een klein kikkerlandje niet genoeg keuze heeft om zich fouten te veroorloven

December. Weer een top tig. Nederlandse boeken dit keer. Matig interessant, maar van achter naar voor én gemengd. Dus klik en weg.

Mijn teleurstelling in de polderpers is waarschijnlijk voor het leven. Bijna dagelijks komen er verse redenen binnen die mij tegenwerken in het ontdekken van meer positieve persgevoelens. Neem de Volkskrant, die een decemberlijst publiceert.

Het Nederlands omvat een klein taalgebied. Wil je weten wat er speelt in de wereld zonder een paar jaar – of voor altijd – te wachten, lees je beter in het Engels. Mijn respect voor de Volkskrant is daarom des te groter dat zij komt met een lijst van 51 beste boek voor 2018. Eerlijk gezegd heb ik geen idee waarom het exact 51 titels zijn. Misschien heeft de journalist een allergie voor 50 Tinten Grijs. Het kan ook zijn dat het aflopende jaar 51 volle weken telde. Hoe dan ook, het kan niemand schelen. Maak het de lezer makkelijk, verleid hun, gebruik ronde getallen.

Eerder deze week kwam ik op de website van de Amerikaanse omroep CBS een lijst tegen met de ongeveer 50 beste films van dit jaar, het kunnen ook TV series zijn geweest. De vormgeving was zo triest dat zelfs een holbewoner nog begrijpt dat het enige doel meer oogballen is. De makers geloven dat wij klikkneuzen er toch wel voor vallen. Als je – met gratis onleesbare vormgeving – voor iedere volgende film op de lijst moet klikken, verliezen zelfs onlinezombies alle interesse. Een klassiek voorbeeld van een domme, hebberige klikpublicatie. Journalisme is hier duidelijk niet het juiste woord. Gelukkig maar, want klik op het kruisje en schermpje dicht.

Daarnaast hou ik niet van lijstje die van laag naar hoog gaan. Een andere opsomming waarop ik stuitte bevatte de 150 beste films van 2018. Natuurlijk van achter naar voor. Daarmee geef je als schrijver een brevet van onvermogen af. Niemand is geinteresseerd in een film die voor 23 euro is gemaakt, bijeengebedeld middels een inzamelingsactie op internet. Hoog naar laag, dat willen wij klootjesmensen anders klinkt het afhaakalarm. De enige reden dat we blijven lezen, is omdat de journalist een interessante pen heeft. Door het pulp van het afgelopen jaar waden om het uiteindelijk niet eens te zijn met de keuze van de auteur, leidt nooit tot meer kliks. En dan heb je nog geluk, de winnaar is meestal weinig verrassend. Zeg nou zelf een reis van pauper pulp naar ach gossie is toch alleen interessant als het goed gekookt en opgediend wordt?

Onduidelijkheid is helemaal de hond in de pot. Toch doet de Volkskrant een poging. Het is zo cliche, maar The New York Times is echt een goede krant. Natuurlijk erger ik mij aan dat rare inschuifraam met commentaren. Je mening geven is meestal niet eens toegestaan, maar dat terzijde. De belangrijkste kritiek op hun maandelijkse boekenlijst blijft dat de samenstelling ondoorzichtig is. De scheiding tussen fictie en non-fictie – ik vertaal het als het verschil tussen vertellingen en boeken over kennis en feiten – is wel nuttig. Op de middelbare school moest ik een leeslijst samenstellen. Natuurlijk vluchtte ik in het magisch realisme. Romans zijn niks voor mij. Een van mijn favoriete boeken dit jaar is dan ook ‘Besmet Bloed‘ (mijn vertaling van Bad Blood). Een middelmatige blondine in een zwarte coltrui a la Steven Jobs houdt jarenlang investeerders (vooral oude grijze mannetjes) in Silicon Valley voor de gek. En helaas ook patienten.

De Volkskrant doet lijstjes anders. Gooi de boel gezellig bij elkaar en trek je niks aan van de diversiteit van je publiek. Vergeet vooral dat lezers een verhulwoord is voor klanten, als in boterham, hypotheek en krijsende kinderen. Romans zijn niet voor mij. Lijstjes van achter naar voren al helemaal niet. Wat vonden jullie leuk en waarom, dat wil ik weten. Binnen bepaalde grenzen natuurlijk. Verleid me met je pen. Er is nul spanning in een lijstje dat van achter naar voren gaat. Nederland heeft 17 miljoen mensen. Hoeveel daarvan schrijven? Zelfs al is het een promille, welk dertiende daarvan is leeswaardig? En dan nog, wat als het onderwerp niet mijn interesse heeft?

Als je wil dat mensen het lezen zodat robots binnenkort je werk overnemen, ga zo door. Anders moet je misschien eens nadenken over hoe je je een ambachtelijk produkt kunt leveren. En nee, nog meer plaatjes helpt niet.

Pssst. Wat ik dan wel weer leuk vind, is het doorleeslokkertje na afloop van de lijst. Keihard kort én krachtig: de drie beste boekomslagen van 2018. Jullie kunnen het wel, Volkskrant. Zolang jullie maar als lezers denken en niet kwijlen als machines die gecodeerd zijn om kliks te creeren. Daar krijg je geen blije lezers – en adverteerders van!

Kopfoto gemaakt door Patrick Tomasso, gevonden op Unsplash.