Eerst de Taj Mahal zien, dan sterven? (3/4)

Het heeft even geduurd, maar daar zijn we weer. Inmiddels zijn we in Nepal aangeland, maar de afgelopen anderhalve week nog veel bijzondere dingen in India meegemaakt.

Minder leuk was natuurlijk dat ik mijn enkel verzwikt heb. Ik had een ijzeren staaf op de kop getikt om mee te lopen, maar dat werkte nauwelijks, de tweede dag in Jaipur gedwongen rust gehouden, ‘s middags in het hotel gevraagd of ze een wandelstok voor me konden regelen. Ze hebben de tuinman eropuit gestuurd en anderhalf uur later kwam hij terug met een prachtige kruk van Indiase makelij. Dat betekent dus dat het anti-slip rubber er na een half uur afviel, maar goed het scheelde wel wat, want zoals iedereen weet zijn er in India geen rollatorpaden voor trage schildpadden zoals ik.

taimahal

Overigens nog bedankt voor al jullie meelevende reacties, het is inmiddels wel weer redelijk ok (ik ga als ik thuis ben meteen even naar de dokter).

De volgende dag was een busdag naar Agra, de stad van de Taj Mahal. ‘s Avonds toch maar een dokter laten komen. De conclusie was duidelijk: verrekte enkelbanden. Heb een bandage gekregen evenals wat ontstekkingsremmers en inmiddels hobbel ik weer heel aardig. Een dokter, inclusief medicijnen aan hotel gebracht kost hier Rs 800,= (da’s zo’n € 16,=) Geen geld toch?

Enfin, de volgende dag naar de Taj Mahal, zorgen dat we er om zes uur waren om de zonsopgang mee te maken. Ik heb alles gezien, maar een rondje om de Taj Mahal zelf kostte me een uur. Ik moet zeggen dat hij erg mooi is, maar niet de ultieme schoonheid die ik ervan verwacht had. Dus eerst de Taj Mahal zien en dan sterven, nee. Omdat ik natuurlijk niet zo goed liep had ik voor de hele dag een toek toek geregeld. De beste man stond me na 3,5 uur nog keurig op te wachten, eerst lekker een hapje gegeten en toen gevraagd of hij niet een oplossing wist voor het anti-slip rubber onder mijn stok. Dat moest ie even met z’n collega’s overleggen, de oplossing werd een handvat voor een motorstuur. Geniaal in eenvoud gewoon. Ik mag dat wel. Vervolgens met de beste man nog veel kleine klusjes gedaan en ‘s middags weer naar het lokale fort, ditmaal een complex van zo’n 16 paleizen en forten, jullie begrijpen dat ik dat niet allemaal kon zien. Daarna nog naar zo’n toeristisch marmerwinkeltje geweest, de beste man liet me even de vingers zien van de jongens die de ingelegde stukjes slepen. De geulen staan gewoon ingeetst aan de zijkant van de vingers, met bloed en al. Of ik maar even wilde voelen, nee dank u wel. De toek toek man heeft me de hele dag rondgereden van 05:30  ‘s morgens tot ‘s middags 16:30, totaal elf uur. Als ik ‘m Rs 150 had gegeven zou dat een goede prijs zijn geweest (€ 3,=), ik heb er 300 gegeven, nog een belachelijk klein bedrag voor 11 uur, ik was ontzettend geholpen met m’n voet en had hij ook eens een mazzeltje. Die mensen hebben het al zwaar genoeg.

De volgende dag zijn we naar Khajuraho gegaan, een klein plaatsje dat bekend staat om haar tempels met reliefen, waaronder een aantal erotische. Vraagt de gids, hoeveel procent van de reliefen is van erotische aard. wij schatten zo’n 10 procent, blijkt het 3 a 4 procent te zijn. Amerikanen schatten zo’n 70 a 80 procent.

“Very oversexed people, American” aldus onze gids.

Ik moet overigens zeggen dat we het eerste gedeelte van de reis over het algemeen in zeer goede hotels verbleven, soms 5 sterren. Ook het hotel in Khajuraho was zo’n hotel, met zwembad. Heerlijk. Ook heb ik een kamer alleen, omdat ik de enige single guy op de reis ben, een heerlijke luxe.

In Khajuraho begon iedereen ziek te worden, weet niet wat het was. De volgende dag vertrokken we naar Varanasi, de heilige plaats voor Hindoestaans India. Echter Roland, onze gids, was dood- en doodziek. Wat te doen? Wij wilde omdraaien en terug naar het hotel, maar dat mag van Djoser niet, dus eerstvolgende enigszins fatsoenlijke hotel een kamer voor Roland geboekt en een dokter gebeld. Heb ‘m ondertussen ingecheckt, z’n bagage uitgeladen en onze Indiaase buschauffeur van Roland’s kamer gegooid, want die bleef maar tegen ‘m aan praten. Dokter zou een halfuurtje duren, dus ging even ontbijten. Gevraagd om me te waarschuwen als de dokter er was. Hoor ik opeens dat hij naar het ziekenhuis was. Vervolgens de dames ook naar het ziekenhuis, Complete chaos. Na een tijdje keerde ze onverrichterzake terug.

“Ja, we kregen de indruk dat Roland ons er niet bij wilde hebben”

Moet eerlijk zeggen dat ik me daar niet in kon vinden, die jongen was doodziek en voordat je hem achterlaat in de middle of nowhere eerst even zeker weten of het verantwoord is. Enfin uiteindelijk allemaal de bus in gerold en naar Varanasi, wat een stad.

Ik moet zeggen het was een van de heftigste ervaringen die ik ooit heb meegemaakt. Varanasi is de stad waar Hindoes naar toe gaan om te sterven. Vervolgens worden ze gecremeerd naast de Ganges. Aan diezelfde Ganges wast men zich ook. De dag na aankomst hadden we een boottocht bij zonsopkomst over de Ganges.

We zijn daar heengegaan met de riksja. Als je zo rond 05:00 door de stad fietst, dan schrik je van de armoede. rikjsarijders die onder hun fiets slapen, maar ook vele arme mensen, die helemaal niets hebben. Het allerergste wat ik zag, waren drie kinderen die op een groezelig lakentje bovenop het beton sliepen. De oudste was een meisje van een jaar of zes, dat op het moment dat wij voorbij komen liefdevol het lendedoekje van het jongetje dat naast haar slaapt omhoog trekt. Ik weet niet of het familie was of kinderen die samen op straat proberen te overleven, maar het is vreselijk. Gewoon, kleine kinderen! Het ergste is dat je niet of nauwelijks iets voor de mensen kunt doen, omdat structurele veranderingen noodzakelijk zijn. Hoogstens kun je de mensen iets extra betalen voor hun diensten. Dat heb ik bijvoorbeeld bij de riksjarijder gedaan. De prijs was Rs 20 (zo’n € 0.40) en ik heb ‘m Rs 50 gegeven, natuurlijk nog niet echt veel, maar de man was er dolblij mee. Hij moest er overigens hard voor werken, de hoofdstraat bestond uit klodders cement met hele grote hobbels, sommige riksjarijders zijn de 70 ruim gepasseerd en de kwaliteit van de riksja’s is zodanig dat een junk in Nederland ze nog niet gratis zou willen hebben. Wat misschien nog erger is dan het geld, is dat deze mensen als inferieur worden gezien. Op zeker moment toen ik uit de riksja kwam, wilde al die gasten mij een hand geven. Het zijn ook maar mensen, die veel meer pech hebben dan wij (of de rijkere Indiers), maar toch worden ze als uitschot behandeld.

Uiteindelijk zijn we aangekomen bij de bootopstapplaats en naar de plaats gevaren waar de daadwerkelijke lijkverbrandingen plaatsvinden. Dat was echt een bijzonder heftige ervaring. De lichamen worden gecremeerd door onaantastbaren, mensen die helemaal onderaan de Indiase samenleving staan, Je ziet ze op zeker moment gewoon het lichaam keren in het vuur. Ook zagen we een tweetal lijken in het water drijven op een paar meter afstand van de boot. Vervolgens neemt onze lokale gids een slokje water. Brrr.

Daarna gaan ontbijten (smaakte absoluut niet) en een tocht door de oude stad, nu vanaf land naar de lijkverbrandingsplaats. We mochten naar boven klimmen, terwijl er diverse families stonden van wie een dierbare gecremeerd zou worden. Bizar. De lichamen stonden er ook. Op zeker moment lopen er een paar van ons op de trap, komt met langs met het lichaam van een overledene op een houten stretcher. Het lichaam is net in de rivier gedompeld en wordt nu naar de crematieplaats gedragen. Hoofd en voeten zie je bungelen. Hoe je je voelt is niet met woorden te beschrijven. Naast alle gebruikelijke emoties voel je je vooral een indringer, terwijl de families er (blijkbaar) geen problemen mee hebben. Na deze ervaring was iedereen, ook ik, van slag. De rest van de dag is ook niet veel meer geworden. Wel goed nieuws was dat ‘s avonds Roland, onze reisleider weer een beetje opgeknapt was en zich bij ons gevoegd had. Hij dat de dag ervoor echter wel in het ziekenhuis gelegen. Helaas hadden we nog een andere zieke voor wie de dokter is gebeld alsmede een tweetal kwakkelaars. We zijn net lam en lendig BV uit Nederland. Joop en ik zijn de enige die nog niet ziek zijn geworden (houden zo!). De tweede dag in Varanasi zijn we ‘s avonds nogmaals de rivier opgegaan. Wederom hebben we het een en ander gezien van de lijkverbrandingen. We hadden een lokale gids die zelf ook een diepgelovige hindoestaan is en kregen een uitstekende uitleg. Ik moet zeggen, het is wel even slikken als ze de niet volledig verbrande resten de rivier in gooien. Overigens is dit een taak die rust op de schouders van de oudste zoon. Op zeker moment wilde iemand iets richting onze boot gooien en toen vroeg de gids hem beleefd om het maar ergens anders heen te gooien. Door de stroming dreef er overigens toch het een en ander aan herkenbare lichaamsdelen vlak langs onze boot. Daarna vanaf de rivier nog een hindoestaanse tempeldienst meegemaakt en veel kaarsjes op de rivier aangestoken, maar de gedachten van de meesten waren toch bij datgene wat we zojuist hadden gezien. Iedereen was dan ook zeer blij dat we de volgende dag Varanasi verlieten om koers te zetten richting Nepal, Niet alleen alles rondom de lijkverbrandingen had diepe indruk gemaakt en bleef in je hoofd zitten, ook de enorme vuiligheid, de hitte, de vochtigheid en de drukte begonnen hun tol te eisen.

We hebben een zeer mooie busrit gehad naar het paleis van een maharadja aan de Nepalese grens, waar we een avond op adem konden komen alvorens afgelopen woensdag de Nepalese grens over te steken. In het paleis waren de kamers zo groot dat diverse mensen een badkamer hadden die groter was dan mijn woonkamer. Ook werd de slaapkamer van de maharadja verhuurd. Heerlijk om even tot rust te komen na het zeer heftige Varanasi.

Nu gaan we een biertje drinken op kosten van de reisorganisatie. Het probleem is dat men hier grote flessen van 650 ml heeft, die je zeer snel moet leegdrinken (15 minuten) anders is het bier lauw. Maar goed als je dat doet wordt je alcoholist. Wat te doen? Over dat dilemma ga ik me nu buigen.

In het vierde en laatste deel sluit GJ af met wat Nepalese verhaaltjes.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*