Schoolsluiting Maakt Kindertranen Zichtbaar

Grote mensentranen blijven onzichtbaar opgesloten achter onze nepglimlach. Anders is het geen totale lockdown, hé?

Tweede helft van de laatste schooldag van 2020, de vrolijkere eerste helft lees je hier.

U kent het wel: zes jaar, boude bos blonde haren die eerder wit lijken en een vrolijk paars brilletje, zo lief die kleine meid. Dat zijn alle kinderen, maar wij grote mensen zijn kampioen negeren. De coronapuinhopen bewijzen het.

Dinsdagmiddag drie uur: school is uit. Het is tevens weekend, kerstvakantie en het begin van de coronalockdown voor basisschoolleerlingen.

“Ik wil geen lockdown” zegt het blonde poepie.
“Kunnen we niet met de helft van de klas terugkomen, juf?”

Juf is niet blij en meester Gert-Jan, die naast haar staat, ook niet. We zijn beiden verdrietige, grote mensen. De juf heeft de kleintjes al zachtjes voorbereid dat het best langer dan 19 januari kan duren.

Over de glimlach van een kind enzo

Na de coronapersconferentiepuinhoop – woord speciaal bedacht voor de liefhebbers van Scrabble, bordspellen zijn momenteel in – is GJ gisteravond knorrig naar bed gegaan. Mopperen is een van mijn beste eigenschappen, maar ik ben kansloos als ik vanmorgen van mijn fiets afstap en het schoolplein oploop. Spelende kinderen die rennen, joelen, lachen en blij zijn, wie gaat daar niet breed van glimlachen? Als ik vandaag thuis kom, merk ik dat ik twee uitgescheurde mondhoeken heb, nou en? Het schoolplein is een warm bad en ik ben meteen blij, de kinderen ook. Kinderen houden van iedereen, ook de man van de ronde wielen. Dat ben ik. Voor alle zekerheid.

Hallo hier, hallo daar. Hoe is het met Startrek? Sinterklaas was geslaagd, volgend jaar weer? Alleen als jullie niemand anders kunnen vinden. We gaan echt niet meer zoeken. OK. Tot zover de grote-mensengesprekken.

Thuis heb ik supergave, megazure tegeltjeswijsheden hangen. Een klassieker onder de klassiekers is “waarom zou je dankbaar zijn?” Goeie vraag en een tegel praat niet terug. Voor alle zekerheid maar achterstevoren aan de muur gehangen en vastgeplakt. Nu lees ik “Made in Verwegistan.” Veel beter, moet ik toch eens naar toe. Helaas is het momenteel erg druk op Schiphol met vakantievluchten, dus dat moet even wachten. STOP! Sinds die eerste kinderglimlach vanochtend, nog geen seconde zure gedachten gehad. Onmogelijk, op school is het glas altijd half vol en ik bedenk me dat de kinderen wel Sinterklaas hebben gevierd. Dat pakt niemand ze meer af, zelfs geen matig functionerende, narcistische politicus.

De eerste juf die ik spreek heeft ook niet de beste dag uit haar loopbaan. “Ik laat ze lekker spelen, ze moeten hun vriendjes en vriendinnetjes nog lang genoeg missen.” Dat leer je niet op de Pabo, rekenen trouwens ook niet. Hmmm, misschien leer je juf zijn heel ergens anders? Geen idee, ik ben totaal ongeschikt als juf. Een dag per jaar in een jurk is genoeg.

Als ik elders kijk of de schuifdeur het nog doet, hoor ik hoe ‘onze’ juf gistermiddag snel naar de winkel is gegaan om verf te kopen voor haar nieuwe huis. En toen is de andere juf in de klas gekomen. ‘Onze’, ik bedoel maar.

Gratis Kerstboom Bij Uw Lockdown?

Nog zo’n praktisch opsluitingsprobleem, verhuizen zonder bouwmarkt. Niemand weet waar hij aan toe is. Voor de zekerheid geeft de bouwmarkt de kerstbomen maar gratis mee. Morgen kan het misschien niet meer. Ergens rond de middag wordt maandag duidelijk dat de boel weer dichtgaat. Dat is de reden dat ik om vijf uur ‘s middag een echte superjuf tegenkom bij de Action. [1] Nee, niet voor geurkaarsen of andere flut, maar om nog snel een stapel insteekhoezen te kopen. Lockdown = actie = Action. Hoezo is de Action geen essentiele winkel schat? Sta je als man toch mooi met je mond vol tanden. School drukt het thuiswerk voor de kleine kinderen af, dan kan dat opgehaald worden. Hoesje erbij is wel zo makkelijk. Als ik superjuf dinsdag spreek, voelt ze zich opgelaten dat ze maar zeven setjes heeft afgerekend, terwijl het er achteraf acht blijken. Nou en? Morgen is het te laat. Klinkt gracieus hoor, dat scholen een dag extra krijgen. Moeten wel de winkels open zijn. Niemand die het weet.

Vanwege corona verlaten de kinderen al een tijdje in blokken de school, de kleinsten het eerst. Ze zijn nog zo jong dat ze handje in handje door de gangen schuifelen. Normaal guitig en vrolijk, begrijpen ze – 60 maanden oud – heel goed dat dit geen normale dag is. Kinderen zijn prachtig en de meeste kennen mij. Ongedwongen komen vijfjarigen op je af om met je te praten of iets te vragen. Vandaag zijn ze beduusd vanwege de rare wereld om hen heen. Een een paar van mijn vriendjes zwaaien naar me als ze voor lange tijd naar huis gaan. Ik zwaai terug maar het overtuigt niet. Dan komt de brutaalste, eentje die altijd de klas uitglipt om te kijken wat ik doe, op me af en grijpt mijn broekspijp. “Ik mis je.” Op die leeftijd zijn ze nog te jong om te weten hoe lang anderhalve meter is. Het verschil tussen tegenwoordige tijd en toekomstige tijd bij zinsontleding komt pas over een paar jaar. “Ga maar lekker naar huis lieverd en een fijne vakantie.” Ik kan moeilijk zeggen dat ik haar ook zal missen, dan is het verdriet helemaal niet te overzien. Met vaste kinderhand wordt ze achterstevoren meegesleept door het kind aan de tegenovergestelde kant van haar arm. Ze is niet de enige van mijn kleine vriendjes die me dinsdagmiddag vertelt dat ze me zal missen. Dapper doe ik vrolijk maar als niet-Pabo-gecertificeerd professional lukt me dat een stuk minder dan de juffen. Aan de andere kant, ik heb niet ineens van die rode ogen. Voor de eerste keer ooit kom ik ‘s avonds verdrietig thuis na een dag op school.

Kopfoto gemaakt door Kelly Sikkema, gevonden op Unsplash. Afbeelding is bewerkt.

[1] En vraag nou niet wat ik bij de Action deed.

 

Jarige Kinderen Weten Niet Wat Ze Weggeven

GJ niet op dieet én totaal ongeschikt voor de Pabo

Laatste dag voor de grote opsluiting, geen leuke dag op school, wel een fijne. Zuur om daarna politici elkaar te horen beschuldigen over kinderen als loden last om ouders aan huis te binden. Tegen corona – en in ons aller belang. ?

Eigenlijk oneerlijk, grote mensen die blijer worden van kinderverjaardagen dan het feestvarkentje zelf. Ach, het is net zoiets als zwaartekracht. Een van de mooiste dingen op school zijn jarige leerlingen. Samen met twee vriendinnetjes of vriendjes de klassen lang, gewapend met een kaart, stapel stiften en stickers. En natuurlijk wat lekkers. Wat zijn er een boel jarig de laatste dag voor de duistersluiting van Nederland. De toekomst is onzeker – nee, niet vanwege jullie jonge leeftijd maar door domme grote mensen. Ben ik er ook een van. Als je donderdag jarig bent, kun je dat best al vandaag vieren.

“Meester, wilt u ook een chocolaatje?”

Dat kunnen alleen maar kinderen zijn. Volwassenen roepen tegen iemand die met zijn hoofd in het plafond verstopt zit meestal ‘iemand thuis?’ “Hallo ET” mag ook, maar dan laat je merken hoe oud je bent. Ghostbusters vind ik zelf leuker. Eigenlijk wist ik het al voor ik vrijwilliger op school werd, maar toch. Kinderen zijn belangrijker dan boormachines – of ronde wielen. Ik klim onmiddelijk de trap af en zeg blij: heel graag lieverd. Ik ben van binnen nog veel enthousiaster, maar ja dat grote-mensending hé? Drie meiden van een jaartje of zes beginnen dolblij te joelen dat de meester een chocolaatje wil. Een uitzinnige reactie. Kinderen begrijpen beter wat er om hen heen gebeurt dan wij volwassenen onszelf toesussen.

Als een van de laatsten lees ik de kaart. Weet ik in ieder geval hoe de jarige heet en over hoeveel jaar we praten.

“Je bent zes geworden lieverd. Gefeliciteerd.”
“Nee! Ik ben donderdag pas jarig” straalt ze. “Dan mogen we niet naar school.”
“Hartstikke goed dat je vandaag al rondgaat.”

En Arjan Lubach maar doorreutelen over een stralende toekomst vol kernenergie, de amateur.

Dan doen we met z’n vieren de blije dans hoe de felicitatiekaart in te vullen. GJ is de allerblijste, een voorrecht. Assistent een houdt de stiften vast, nummer twee de snoepjes. Natuurlijk ga ik wat leuks schrijven en begin met de vraag: welke kleur? Roze natuurlijk. Domme GJ toch! Dubbeldom, maar dat komt zo. Een – ook zes jaar – opent de doos met magische pennen en prompt kies ik de verkeerde roze. Gert-Jan (dé klusjesman) is duidelijk ongeschikt voor de Pabo maar kan gelukkig wel berekenen dat als een doos schroeven vol is en er 400 inzitten, het totale aantal schroeven in de verpakking 400 moet zijn. Koppie, koppie al zeg ik het zelf. Ondertussen is de jarige er als de bliksem bij om mij te verbeteren. Normaal ben ik er niet zo voor om gecorrigeerd te worden, ik heb tenslotte altijd gelijk. De kleine heeft gelijker, het ene roze is het andere niet. Ik heb ongelijk, maar omdat ik het weet, heb ik eigenlijk toch gelijk. En zo helpen grote mensen alles om zeep. Wel of geen gelijk, hou je mond maffe appelflap en ga aan de slag! Vandaag schrijf ik gefeliciteerd in donkerroze. Terugkijkend zal vooral mijn vrolijke handschrift opvallen.

Dan wordt nogmaals bewezen dat ik extreem ongeschikt ben voor de lerarenopleiding. Niemand heeft nog een sticker van het velletje vol kerstmannen geplakt. Doen we daar toch een van? Wil je me helpen kiezen? GJ snapt er duidelijk niks van, dieren zijn liever. OK, welke vind je leuk? Die? De omgekeerde drol? Dat zeg ik gelukkig niet en als de polariteit van de zwaartekracht weer wisselt, verandert de afbeelding in een zwarte kat op een donkere achtergrond. Sorry, dat is nou waarom serieus gereedschap alleen te koop is in stoere, opvallend echte-mannenkleuren. En terecht.

De drie meiden – samen nog geen achttien jaar, wakker blijven, ze is over twee dagen, op eerste lockdowndonderdag jarig! – kunnen hun geluk niet op en rennen zorgeloos naar de klas. Geen idee wat het daar doet, maar een sliert hangt langs een van de truitjes. Ik til het net op tijd op om de kleine eigenaresse voor een lelijke val te behoeden. Ze merkt het niet. Zo hoort het! Geen bingo. Gaat altijd zo, vast geen toeval op school. Zijn er dan toch plekken waar grote mensen hun heilige taak om voor kleine mensen te zorgen, serieus nemen?

Vanuit het lokaal klinkt: ga maar lekker buiten spelen. De meiden stuiven weg. Dan komt die onvermijdelijke zure gedachte opzetten. “Geniet er maar van kleintjes, jullie gaan elkaar missen.” Ach, het moraal van het verhaal is dat GJ totaal ongeschikt voor de Pabo is. Daar komt het volgende feestbeest met vriendjes, snoep, kleurstiften, stickers en verjaardagskaart al aanzetten. Waar dacht ik nou net aan?

Uitsmijter van de dag: als kinderen je goedkeuren, hoe kan de Pabo je dan afkeuren? Laat ook maar, het is goed zo. Ook omdat ik vandaag vier stuks chocola heb gescoord. Beste ooit. In ieder geval tot na de lockdown.

De dag is nog niet voorbij en eindigt in mineur, lees maar.

Kopfoto gemaakt door Victoria Rodriguez, gevonden op Unsplash. Afbeelding is bewerkt.

Coronapersconferentiepuinhoop

Zondag is het kabinet bijeengekomen en heeft besloten dat Nederland dicht moet. En wel onmiddelijk want de situatie is kritiek. Eerst ff pitten, altijd zwaar dat werken op zondag. Dus worden een dag later tijdens de lunch de fractieleiders ingelicht en pas rond zeven uur ‘s avonds, wij, het volk. Waar is de brand?

De hele maandag gonst het al. Burgers en bedrijven weten niet waar ze aan toe zijn. Wel of niet de boel dicht. Mogen fysios openblijven of zijn ze niet essentieel? Waar paniek is, wordt gehamsterd en de Action lijkt wel leeggeroofd. Die geurkaars voor tante Truus is nou een wc-borstel geworden. Truus moet vooral niet zeuren, zij krijgt tenminste nog iets. En met een beetje creativiteit kun je in een wcborstel best kaarsjes hangen, heb je toch nog een kerstboom.

Als ik om zes uur thuiskom van een rondje winkelcentrum om de hoek – het Alexandrium is de een-na-grootste winkelgalerij van Rotterdam – kijk ik op de internetpagina van de rijksoverheid. Er staat keurig iets van “om zeven uur hoort u meer.” Ondertussen meppen oude vrouwtjes elkaar met stokbroden om de oren voor dat laatste pak wc-papier. Hamster nou gewoon drank, veel beter.

Ik gun mijzelf een vrije maandagna-namiddag en fiets naar het een-na-grootste winkelcentrum van Rotterdam. In het Alexandrium is het doodstil om vijf uur ‘s avonds. De Hema is leeg, C&A heeft ook geen klanten en de afzettingspalen vervelen zich. De enige winkel waar de mensen voor in de rij staan is kledingzaak Primark, waar niets meer dan tien euro kost. Ze staan letterlijk tot om de hoek. Heeft overigens meer te maken met de populariteit van de winkel dan coronasluiting.

Aan de ingang van het winkelcentrum vallen de bloemist en taartenbakker me op. Wie zal de kaalslag overleven? Niemand die het weet. Winnaar of verliezer, het besluit is gisteren al genomen. Ruim 24 uur na het kabinetsbesluit van zondag weet geen ondernemer [of burger] waar ze aan toe is. Kwalijke zaak en een communicatiecrisis eerste klas.

Als het gevaar zo groot is dat maatregelen geen uitstel dulden, zeg het dan. Wil je de fractievoorzitters informeren, bel ze uit bed! Veroorloof jezelf de luxe van anderhalve dag wachten vanwege de juiste kanalen, is er ook geen brand. Ook al is die er wel, niemand meer die snapt dat er echt brand is – of dat er politici met een fatsoenlijk denkraam zijn. De belangrijkste boodschap is niet wat je zegt maar wat je doet. En daar faalt het Rijk grandioos.

Tot op zekere hoogte heb ik er begrip voor dat je dingen geheim houdt tot de bekendmaking, maar doe dat dan om vijf uur maandagmorgen. Er is altijd wel iemand wakker op de krant. Wat je niet moet doen is het Haagse slakkensausje eroverheen gooien. Dat is wel wat gebeurt. Haagse ego’s voor onze nationale gezondheid. Ach, is er geen geld genoeg voor hun salaris, verhogen ze toch gewoon onze belasting? En nee, het sociale contract is bindend vanaf geboorte.

Extreme maatregelen vereisen maximale voorbereidingstijd. Die wordt bedrijfsleven noch burger gegund. De glorie van de politieke kaste is al wat telt. Maar ach, die les werd ons al ingestampt toen de Tweede Kamer Herr Ferdinand Grapperhaus nog steeds ‘geloofwaardig” vond.

Nederland op slot betekent Nederlandse levens verwoest, dus waarom aarzelen? De enige reden die ik kan verzinnen is een overheid die altijd en bovenal eerst voor zichzelf zorgt. Herinnert u zich de recente thuiswerkvergoeding van 360 euro op jaarbasis voor ambtenaren nog? Dat was vorige maand. En zo gaat het altijd.

Iemand die in een gezond bedrijf zijn eigen werk creeert, wordt eruit geknikkerd. Bij de overheid krijg je dan een promotie. Klinkt onschuldig tot er een crisis uitbreekt.

Nogmaals: een crisis als de coronauitbraak bezweren is lastig. De toekomst is onzeker, daarom heet het de toekomst. Hoe minder mensen slachtoffer worden, hoe beter. Daar hangt wel een prijskaartje aan. Tegen de tijd dat het laatste Kamerlid, lichting 2020 dood is, betalen onze kleinkinderen nog de coronacrisis nog steeds af. Ondertussen dient de volgende crisis zich al weer aan. Het minste wat je dan kunt vragen van een goed-functionerende overheid is om snel te handelen en het algemeen belang boven het politiek belang te stellen. Vooralsnog is dat een ijdele hoop.

Ik heb voor, tijdens en na de persconferentie van minister-president Rutte, maandag diverse malen gekeken naar de informatie over aanstaande coronamaatregelen. Keer op keer niks, nul en noppes. Nadat de persconferentie is afgelopen, gaat de website van de rijksoverheid plat. Morgen moet alles dicht, maar wie en wat precies weet niemand. Gelukkig kunnen belastingen altijd omhoog om de salarissen van politici en ambtenaren te betalen. Het enige goede aan corona is dat het niet [al te veel] discrimineert.

17:52

17:53

17:54

17:55

19:03

In plaats van de persconferentie gaat GJ lekker naar de supermarkt. Ik ben de enige boven de dertig.

19:40

19:42

20:34

21:10

En toen was het nog niet duidelijk, Hema en Action vinden dat ze best open kunnen omdat ze meer dan 30 procent essentiele waar verkopen. Volgende fout van de regering. Er zullen er nog velen volgen.

Kopfoto: Algemeen Dagblad, dinsdag 15 december 2020. “Rutte gooit land op slot.”

Vol Verwachting Klopt Ons Coronahart

Wakker worden politiek!

De toestand is desperaat. Zondagmiddag wordt besloten Nederland stil te leggen. Toch verspilt het kabinet nog een volle dag. Maandag om 12 uur worden de politieke bobo’s ingelicht en om zeven uur ‘s avond pas het volk. Je zou bijna denken dat corona wel meevalt.

Zondag waarschuwt de Rijksvoorlichtingsdienst via Twitter nog tegen ongelovigen die toen al wisten wat er komen ging. Op de dag des Heeren komt het kabinet bijeen op het Catshuis. Belangrijke virusbaas Jaap van Dissel heeft met spoed contact opgenomen met premier Rutte. Het magische getal R, zeg maar de naald op de snelheidsmeter van je auto schiet in een week angstwekkend omhoog. In geen van de hijgerige krantenstukjes lees ik een verklaring of zelfs maar een vraag daarover.

De situatie is kritiek en Nederland moet per direct op slot. Laten we eerlijk zijn, er zijn hogere belangen dan de volksgezondheid en de soep wordt niet zo heet gegeten als ze opgediend wordt. Op maandag worden de fractievoorzitters pas om twaalf uur ingelicht. Is dat omdat de hele maand december in de politiek uitslaapmaand is of omdat het allemaal wel meevalt? Het eerste, corona is echt erg. Desondanks is politiek aanzien vele malen belangrijker dan onze nationale gezondheid.

Het bezweren van de coronacrisis is vooral een verhaal van mijn [politiek] belang boven ons aller belang. Er zijn veel beroepsgroepen die om drie uur ‘s nachts uit hun bed gebeld worden. Knorrig en niet fijn, begrijpen de wakkeren dat noodzaak nachtrust overstijgt. Het politieke pluche daarentegen is het beste slaapmiddel allertijden. Ondanks de invoering van mondkapjes in publieke ruimtes stijgt de snelheid waarmee het coronavirus zich verspreid dramatisch. Reden genoeg om te denken dat het kabinet de oppositie uit bed belt om te vertellen dat Nederland op slot gaat. Wat is nu drie uur ‘s nachts als de boterham van vele middenstanders op het spel staat. Tuurlijk niet, de leden van de Tweede Kamer moeten dagelijks superbelangrijke beslissingen nemen, zo belangrijk dat hun nachtrust heilig is. Wat een onzin.

Zelfs al is bovenstaande flauwekul waar, dan nog is het een gemiste kans. Ik zie een hijgerige krant al koppen:

“Totaal Alarm, Kamerleden In Het Holst Van De Nacht Uit Bed Gebeld.”

Welk Kamerlid durft dan nog te zeggen dat zijn of haar nachtrust heilig is? Corona is echt, maar net zo goed een echte communicatiecrisis van de bovenste plank. Dat is inmiddels wel duidelijk.

Om twaalf uur ‘s middags praat het kabinet de fractievoorzitters bij. Waarom niet om acht uur ‘s morgen als die nachtrust zo belangrijk is? Lijkt me een meer dan redelijke tijd om te beginnen. Ondertussen wordt duidelijk dat Nederland op slot gaat. Een betrouwbare overheid zorgt voor actuele informatie. Niet op Rijksoverheid.NL. Het doet een beetje denken aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog toen minister-president Colijn zei: “gaat u maar rustig slapen.”

Corona bevrijdt mensen op de verkeerde manier van het dagelijks ritme en maandagochtend geef ik acte de presence om de onderdelen van een tuinhuisje die laatste honderd meter te verslepen. De vorkheftruck durfde het modderpad niet aan. Samen nog even snel naar de bouwmarkt, je weet maar nooit. Als ik uitstap, krijg ik de vraag? “Gratis kerstboom bij uw karretje?” Morgen kunnen we ze vast niet meer verkopen dus geven we ze liever gratis weg. Iemand heeft gelekt, waarschijnlijk met opzet, maar Nederland gaat op slot.

Diverse nieuwssites brengen het verhaal rond de lunch. Op de school waar ik vrijwilliger ben, gaat de pas-verhuisde juf snel naar de bouwmarkt om zo haar kerst-verfvakantie te redden. Internet is ook niet alles en bovendien net zo verstopt als de snelweg tussen Amsterdam en overal op een gemiddelde vrijdagmiddag.

Het is nog niet officieel. Morgen gaat Nederland op slot, kijk vooral om zeven uur vanavond naar de persconferentie van premier Rutte.

Tot op zekere hoogte is het begrijpelijk dat je niet voor je beurt wil spreken. Aan de andere kant, anderhalve dag tussen besluit en bekendmaking – en dus bijna twee tot de uitvoering, geeft niet echt een signaal van urgentie af. Het is een persconferentiepuinhoop.

Sint Wel Op School, Niet Op Tik-Tok

vier december 2020, de laatste schooldag voor pakjesavond. Sinterklaas komt eindelijk langs.

Een dag per jaar moeten zelfs juffen en meesters luisteren. Best moeilijk. Op school vieren we Sinterklaas en soms kunnen docenten maar beter een voorbeeld aan hun klas nemen.

Vrijdagmorgen is het dan eindelijk zover! Sint gaat de kinderen ontmoeten op school. Als ik rond half acht binnenkom is het bed van Sint Nicolaas al leeg. Hij staat vast onder de douche. Twee roetpieten zijn er al net als een paar ouders. Mocht je nog geloven dat kinderen zenuwachtiger zijn dan volwassenen, vergeet het maar. De stress gaat in stapjes van vijf minuten van lichte paniek naar gierend met onzichtbare zwaailichten.

Dan vraagt Piet mij even wat te halen. Het is iets voor negenen en de Sint komt zo, opschieten denk ik. Helaas, ik ben de hele morgen druk met zoeken en vind het pas als Sinterklaas al weer is vertrokken. Gelukkig kan ik wel alles horen door de muren.

De kinderen komen rond acht uur naar school, net als de pieten al pepernoten uitdelend rondlopen. Blij, maar ook een beetje zenuwachtig gaan de kinderen naar binnen bij de eerste bel. Piet en Piet drinken even thee en lopen dan nog een rondje door de school. De kinderen zijn nauwelijks meer te houden. Als Sint om negen uur onder de douche uit is en zich heeft aangekleed, schrijdt de oude man langzaam naar zijn stoel op het podium. Sint heeft duidelijk wat van stoute Bernhard geleerd want bij ieder lokaal tuurt hij even door het ruitje en zwaait naar de kinderen. Dat vinden de meesters en juffen vast ook heel fijn. Sint glimlacht en denkt: graag gedaan.

Sint is opgetogen, klaar voor om al die lieve kinderen te zien. Het wordt een drukke ochtend. Negen groepen betekent een kwartiertje per klas. Gelukkig is Sint erg oud en daarom heel wijs en hij weet dat de ene klas nu eenmaal meer tijd vraagt dan de andere. Sommige juffen en meesters lopen driftig te gebaren, maar Sint is de baas. Ondanks dat de docenten vroeger zelf klein waren, blijft het wennen.

Blonde Piet [L}, Sint en Kreukelpiet [R] luisteren aandachtig naar de kinderen.

De eerste onderbouwgroep hoef je niks uit te leggen. Het kroost stormt letterlijk richting het podium. Vanwege dat vervelende corona is de stoel van Sint met feestelijke vlaggetjes afgezet. Zowel de kinderen als Sint vinden het maar niks, maar het moet. Het is weer zo’n moment waar de Sint ziet dat zij die het minste te vertellen hebben, het hardst hun best doen. Grote mensen kunnen nog veel leren van kleine mensen. Wel moeten sommige leerlingen oppassen dat ze niet verstrikt raken in de lijnen, zo dicht proberen ze bij Sint te komen. De goedheiligman krijgt nauwelijks de kans om te vertellen hoe ongeloof fijn hij het vindt om de kinderen terug te zien, zo kakelen ze. Sommige dingen leer je blijkbaar niet op de Pabo want juf krijgt de kinderen niet rustig. Natuurlijk niet! Het is Sinterklaas en als hij ze vraagt even stil te zijn, gebeurt het meteen. Wie wil er wat vragen aan Sint? Wel een voor een kinderen, dus steek even je vinger op.

De staf van Sint is eigenlijk te hoog voor het podium, hier en daar botsen er wat plafondplaten uit. Als de priemende vingers van de kinderen omhoog schieten, knalt het systeemplafond vanzelf een stuk omhoog door de luchtverplaatsing. Mooi hé?

Vragen en opmerkingen wisselen elkaar af. Helaas moet Sint de blije kinderen onderbreken. “Zullen we eens lezen wat er in het grote boek staat, meisjes en jongens?” Ja, wordt er gejoeld.

Terwijl ik nog steeds zoek voor Piet, luister ik in de gang verderop aandachtig mee. Iedere klas zegt het anders maar maar de boodschap is duidelijk. Wat een fijne school, denk ik! De kinderen zijn blij, trots op hun klas, doen hard hun best, helpen elkaar en hebben veel plezier. Dat merk je wel als de volgende groep Sint begroet met een prachtig lied. Ondertussen worden er twee matten klaargelegd. Sint houdt zijn adem in waar de kinderen hem nu weer mee gaan verrassen. Iedereen mag een kunstje doen. Prachtig, prachtig en Sint klapt zo hard dat zijn gehandschoende handen er pijn van doen. Bijna vliegt een van zijn prachtige ringen ervan af.

“Waarom heeft u twee ringen?”
“Omdat ik Sinterklaas ben natuurlijk.”
“Ik vind de rond het mooist.”
“Ikke de vierkante.”

De vragen blijven komen. Waar het paard van Sinterklaas is bijvoorbeeld. Ozosnel (Amerigo) staat natuurlijk in de stal, het nobele dier heeft de hele nacht hard gewerkt en wordt nu liefdevol verzorgd door Borstelpiet.

Hoe oud is Sinterklaas, de vraag die iedere groep stelt. Iedereen weet dat Sint heel oud is, zo oud zelfs dat hij niet meer weet hoe oud hij is. Maar favoriete Piet dan? Sint heeft heel veel pieten en houdt van al zijn pieten. Wie is jullie favoriet? Grote Piet wordt veel genoemd, maar er zijn ook fans van Malle Pietje. En uw favoriete kleur? Sint slaat zwijgend, stralende lach en al, zijn mantel om zich heen. Rood joelen de kinderen en Sint knikt blij.

“Ik heb gisteren mijn schoen gezet maar had geen wortel voor het paard.”
“Dat geeft niets lieverd, sommige kinderen doen er een extra wortel in om andere kinderen en mijn paard te helpen.”

Gerustgesteld vraagt de kleine verder. Wat is uw lievelingseten? U mag maar een ding kiezen. De Goedheiligman buigt naar voren en zegt op samenzweerderige toon zodat de juffen en meesters het niet horen: speculaas. De kinderen juichen. Dan voegt Sint er aan toe: en marsepein. Ergens achterin beginnen de grote mensen bedenkelijk te kijken over wat Sint met de kinderen bespreekt. Daar hebben grote mensen helemaal niks mee te maken. Ze zijn zelf klein geweest en weten dat je Sinterklaas altijd kunt vertrouwen. Dan moet je dat ook doen.

Maar Sinterklaas houdt ook van lekker eten en hutspot is een van zijn favorieten. Als kind was GJ altijd blij dat ‘s ochtends de wortel weg was en er iets in mijn schoen lag. En dan ‘s avonds nog hutspot ook. Geweldig.

Iedere groep doet wat anders. Een klas heeft net leren lezen en wil dat graag aan Sint laten horen. Samen lezen ze een boel moeilijke woorden, zonder veel hulp van de juf. Sint straalt. Wat een fantastische kinderen. Dan gaat het vragenvuur weer verder. De vorige groep was zo verstandig om hun prachtige tekeningen voor Sint mee te nemen uit de klas, de volgende niet. Dus stormen ze terug naar de klas om ze te halen.

Terug verdringen ze elkaar om hun tekeningen aan Piet te geven. Sint heeft er vandaag maar twee meegenomen omdat het zo’n rommeltje is in het Pietenhuis. Zonder verlanglijstjes en een kapotte printer zijn de kinderen zenuwachtig. Gaat Sinterklaas nog wel door?

Sinterklaas is niet voor niets Sinterklaas en legt uit dat er wel vaker iets fout gaat maar dat ook dit jaar de kinderen zich niet al teveel zorgen hoeven maken, het komt vast goed. Normaal neemt Sint meer pieten mee, maar de andere pieten werken extra hard om te zorgen dat alles voor pakjesavond gereed is.

“Wanneer is het pakjeavond”
“Wat is het vandaag lieverd?”
“Morgen.”
“Morgen?”
“Dan is het vandaag de dag voor pakjesavond en gaan we straks weer hard aan de slag als school uit is.”

Gerustgesteld gaan de kinderen over op andere vragen. Of Sint de broer van de kerstman is. Nee. Duidelijk antwoord en geen vervolgvragen. Is Sint getrouwd. Nee, snel volgende.

“Zit u op Tik Tok?”
“Lieverd, je hebt net gevraagd hoe oud Sint is en toen vertelde ik dat ik zo oud ben dat ik niet meer weet hoe oud ik ben.”
“Oh ja, maar vindt u gamen dan een sport?”
“Natuurlijk, wat jij Piet?”
[Piet kninkt heftig ja met zijn hoofd.]

De kinderen zijn niet meer te houden en kletsen voluit over hun favoriete dingen. Sint’s favoriete ding is trouwens méér statiegeld, maar dat terzijde. Gamen is gaaf, maar ook paardrijden. En natuurlijk voetbal. En, en, en. Het is geweldig en dit is pas de dag voor Sinterklaas. Corona of niet, morgen wordt een superpakjesavond.

“Ik heb gisteren mijn schoen gezet en er zat niets in.”
“Dan zal daar wel een reden voor zijn.”

Sint heeft ook geregeld dat er op school voor ieder kind een kadootje is en daarnaast een klassenkado. Soms wordt de spanning teveel en vraagt er een wanneer ze iets krijgen. Sinterklaas zal nooit een kind vergeten, maar heeft wel een traditioneel antwoord. Juist, wie vraagt wordt overgeslagen. Kinderen snappen dat helemaal, net zo als dat je niet moet opscheppen over je kadoos.

De tijd vliegt en als afscheid vraagt Sint of de klas samen met hem en zijn Pieten op de foto wil. Zelfs Sinterklaas stelt soms domme vragen. Gelukkig mag hij dat. Het gejuich en gestamp veroorzaakt een kleine aardbeving. En natuurlijk een tweede foto met gekke bekken. Terwijl ze opstaan en richting Piet met pepernoten rennen, zegt de goedheiligman: “maar Sint ziet die foto ook hoor.” Oeps? Nee, wat maakt het ook uit. Grote mensen begrijpen het niet, maar kinderen wel. Sint is hun vriend. Dat blijkt wel uit de vele kinderen die stiekum Sint nog een prachtige kleurplaat of tekening geven.

Trots laat Sinterklaas me deze verjaardagskaart zien. Ik mag de foto op mijn blog zetten als ik de naam van het lieve kind onzichtbaar maak. Dank u wel Sinterklaas.

Een klein meisje geeft Kreukelpiet – dan moet je je reservepak maar niet een jaar op zolder bewaren – een enveloppe met een verjaardagskaart erin, helemaal super. Als de goedheiligman later de kaart openvouwt, is in het hart een prachtige tekening verborgen samen met de woorden “ik hou van jou lieve Sint.” Het leven wordt die morgen nog oneindig veel beter dan dat.

Diezelfde ochtend vertelt Sint de klas dat hij alle kinderen heel lief vindt en van iedereen houdt. Een magische zucht, zo prachtig dat je ‘m bijna kunt vangen, twinkelt door de klas. Het is even stil voor de kinderen en masse roepen “wij ook van u Sinterklaas!” Al krijgen ze nooit meer iets van de man, die heilige band is voor eeuwig. Sint zelf is diep ontroerd en – heel bijzonder – de oude roeptoeter kan even niks zeggen. Even slikken en dan nog een paar keer. Een waar magisch moment en de reden waarom Sinterklaas zijn verjaardag zo graag samen met kinderen viert. Die man is slimmer dan wij allemaal bij elkaar.

Natuurlijk loopt het bezoek uit en als rond twaalven de laatste groep afscheid neemt, gaat Sint er snel vandoor. Er is chaos in het Pietenhuis en de enige die het kan oplossen is Sint zelf. Dat komt goed, zeker weten.

Sint en Jurk-Jan

Als niemand anders Sint wil helpen, doe ik het wel. Graag. Wat er ook moet gebeuren. Altijd en met alle plezier.

“Vrijdag ga ik een jurk dragen.”

“WAAAAAAAAAAAAAAAAT?”

De telefoon van een vriendin knalt bijna uit elkaar. Als ik later Pap bel, reageert die heel wat rustiger. Zie ‘m al denken: “wat heeft die jongen nou weer voor maf plan verzonnen?” Ben ik namelijk goed in.

Toen Gert-Jan nog -tje achter zijn naam had, ergens in de jaren 70, was Sinterklaas hét feest. De kerstperiode begint pas op zes december als de winkeletalages worden omgebouwd. Als ik binnenkort eindelijk baas ben van Nederland, worden alle kerstuitingen verboden tot Sint het land uit is. Zelfs Grapperhaus gaat achter de tralies als hij zich er niet aan houdt. Soms ben ik briljant, laten we eerlijk zijn.

Een paar maanden geleden op school aan het klussen.

“Wil jij Sinterklaas niet helpen?”

“Alleen als je niemand anders kunt vinden.”

Die jurk past ons tenslotte allemaal. Toch weet je meteen hoe laat het is. Onbegrijpelijk dat zeeen vol ouders alle tijd hebben om te klagen dat school van alles fout doet, maar niemand een ochtend durft vrijmaken om Sint te helpen. Betrokkenheid met beperkingen zullen we maar zeggen.

Vanwege corona wordt de exacte locatie van de intocht dit jaar geheim gehouden. Geeft niks, het Sinterklaasjournaal doet er prachtig verslag van. Op school krab ik me eens op m’n hoofd als ik de stijgende aandacht zie – en krijg de slappe lach wanneer ik hoor hoe een van de docenten bijna een gat in de lucht springt als ze hoort dat er zaterdagmorgen vijf december een hockeywedstrijd is gepland. Of de ouders het erg vinden? Rare vraag, een paar uur rust voor pakjesavond losbarst is een geweldig kado voor de Mama’s en Papa’s.

Dinsdag op school zijn de kinderen nauwelijks meer te houden. Gelukkig moeten ze bij gym op voor het pietendiploma. Dat haalt de overtollige energie er een beetje uit. Ze slagen natuurlijk allemaal. Gert-Jan wordt daardoor toch wel wat zenuwachtig en vertelt schoorvoetend aan hoofdjuf dat hij nooit een pietendiploma heeft gehaald. Zal ik dan maar mijn verkeersdiploma meenemen als ik Sinterklaas ga helpen? Komt vast goed bezweert ze me.

Even later realiseer ik me dat ik spoken zie als er weer een groep joelende kinderen, de helft verkleed als piet, het schoolplein opstormt. Ondertussen oefenen andere kinderen in de speelzaal liedjes. Op de trap zit een meisje. Ze draagt een haarband met daarop een piepklein mijtertje. Lief toch?

Naast gewone kleren heeft Gert-Jan ook pakken met bijbehorende schoenen. Pas geleden trok ik mijn veters kapot en omdat zwart uitverkocht is, heb ik er een paar witte in gedaan. Donderdagavond kom ik thuis en zet mijn nette schoenen voor de deur op de trap.

Dit jaar vieren we het feest wat anders. Op school staat een bed waar Sint ‘s nachts slaapt. Natuurlijk komt hij pas als de kinderen naar huis zijn. Terwijl Sint zich klaarmaakt om naar bed te gaan, kijkt GJ thuis het Sinterklaasjournaal. Wat een rommeltje daar in dat pietenhuis. De printer voor de kadolijstjes is ontploft, Bernard het stoute kind heeft zich verstopt en de Pieten zijn de schoenen van Sint kwijt. Da’s wel erg slordig. Gelukkig kun je die makkelijk herkennen omdat het zwarte schoenen met witte veters zijn.

Oh nee, denk ik en ik vlieg van de bank om mijn schoenen binnen te zetten. Een van de kinderen op school woont hier in de flat en als hij mijn gewone-mensenschoenen ziet staan, raakt hij misschien in verwarring. Gert-Jan is niet Sinterklaas, alleen Sinterklaas is Sinterklaas.

Terug op de bank, linker- én rechtervoet maar meteen in een paar verse sokken gedoopt, is het Sinterklaasjournaal ondertussen afgelopen. Oh jongens, hoofdpiet is de weg kwijt en wil nu al terug naar Spanje, de koffers zijn gepakt. Bernard het stoute kind is terug bij zijn moeder. Dit keer heeft Sint een grapje uitgehaald. Hij heeft Bernard in een zak voor de deur gezet en toen de bel met plakband vastgeplakt en gauw weggereden op zijn paard. Die Sint toch.

Morgen komt Sint op school en ik moet op tijd zijn, dus ik ga maar vlug slapen. Ik word ‘s nachts een paar keer wakker omdat ik denk dat ik geluiden hoor. Onzin natuurlijk, Sinterklaas is er voor kinderen, niet volwassenen. Lang geleden vertelde Sint Nicolaas mij eens dat grote mensen voor kleine mensen zorgen. Dat is waar. Nooit vergeten en met een grote glimlach val ik weer in slaap. Was het alvast maar morgenochtend.

Hoe dat afloopt, kun je lezen in: “Sint Wel Op School, Niet Op Tik-Tok.

Spargo’s “You and Me”: Magische Muziek Is Niet Te Koop

Zondag Muziekdag, Deel Zoveel (waarin GJ vergeet hoe het met statiegeld zit. Excuus)

Geschreven door het jochie dat in 1980 een poster van de Dolly Dots boven zijn bed heeft.

Vandaag in de plaat en haar verhaal: een muzikaal meesterwerk dankzij een begaafde zangeres en haar muzikale pretstem. Het alternatief? Als marketingmanagers het grotere plaatje niet zien, is het verleden melken kostbaar – en kansloos. Gelukkig rekenen reclamegenieen per uur en niet voor de creatie van meerwaarde en extra omzet. Of hoe een jaren tachtigliedje de ultieme reclameramp is. Zeg maar het verschil tussen op 50-plus of Spargo stemmen. Dat bedoel ik nou.

Best vervelend wanneer vader stil moet zijn als dochterlief zijn grootste succes remixt zonder dat hij daar een stem in heeft. Voor de belminutenschuiver van dienst is het ook geen slimme zet. Zo gauw de ouwetjes overlopen omdat de muziek van toen de beste is [als in de tijd waar telefoonontvangerhoorns nog met een touwtje aan de toetsenbak vastzaten] laten de kinderen het merk links liggen. Domme belboer, data levert nou eenmaal meer op dan belminuten. Leren jullie nou helemaal niks van de ondergang van Mark Zuckerberg in slow-motion?

En maar klagen, die jeugd van tegenwoordig. Dat hun tienerjaren door corona worden gestolen. En? Vroeger was alles beter, vooral het echte zeurwerk. In 1980 worden jonge kinderen zoals jullie bloedeigen GJ keihard geindoctrineerd met zure regen. Sommigen van ons zijn nooit teruggevonden. Aan het begin van het nieuwe decennium kan een duivelse druppelregen ieder moment neervallen en onze tiener-babyhuidjes gruwelijk doen wegsmelten terwijl we onschuldig naar school fietsen.

Samen met Frankie Goes To Hollywood vier jaar later – einde der mensheid in een lichtgroen vagevuur als symbool van een onzichtbaar radioactief kwaad enzo – spoelt ons geloof in een nóg betere toekomst voor onze kinderen in een oogwenk weg. Waarom denk je dat Abba zuur zingt over regen op die fatale dag voor hij langskomt? Overigens gaan we destijds wel allemaal naar school – in tegenstelling tot juffrouw Greta Thurnberg. Na onze tertiare opleiding kiest iedereen ervoor om klimaatverandering [tijdelijk] te negeren [geen zorgen, slechts tot we het ons kunnen veroorloven]. Noodzakelijk en wel zo handig, sorry Greta. Wacht maar tot jij kinderen hebt.

Iedereen heeft warme gevoelens bij het jaar nul van het een-na-laatste decennium van de twintigste eeuw. Denk eens aan een knaller als “De Vogeltjesdans“, een tijdloze klassieker en nummer twee in de hitlijst dat jaar. [0] In 1980 moest het Abba-kwartet de bodem van haar tranendal nog bereiken. “Nothing compares to you” de meest depressieve plaat allertijden? Vergeet het maar. “The day before you came” uit 1982 betekent het afscheid van de wereld en elkaar. De Abba-dames die het zingen, terwijl de heren de instrumenten bespelen, zijn dan nog met elkaar getrouwd. Het einde is nakend, dat proef je in ieder woord en elke noot. Het resultaat is een totale tranentrekker avant la lettre. Zelfs Marco Borsato en zijn “Marguerita” kunnen er niet aan tippen. Geluksvogel? Niet als het aan RTL-Boulevard ligt.

Wat nu groep acht is, heet in 1980 klas zes van de lagere school en we gaan op kamp naar IJsselstein, spannend. Herinner me iets met zaklampen – en Spargo! [4] Het Dorp heeft een kasteel maar geen Harry Potter. Dat menneke moet nog uitgevonden worden, bloed, zweet en tranen enzo. Grote mensen vinden de Vogeltjesdans [zie boven] leuker maar “You and Me” is een hit voor iedereen die niet drinkt in de tijd dat “glaasje op?, neem er nog een paar voor je achter het stuur kruipt” – burp – betekent. GJ is 12 en vindt Spargo geweldig.

De tijd verstrijkt zoals het altijd doet, bla bla, en in 2019 leggen de reclamemeneertjes en -mevrouwtjes eindelijk hun zweterige handjes op het nummer. Misschien dat de DJ-carriere van dochterlief niet helemaal soepel gaat. Kan ook zijn dat vader’s royalties niet genoeg opbrengen, maar ineens zijn de mishandelbare rechten voor “You and Me” te koop. Wat doe je dan?

Mijn suggestie is om er vooral geen commercieel sausje over te gooien om de wereld te overtuigen dat iedereen altijd met elkaar verbonden is. Waar vader, dochter en verkopers van belminuten de plank misslaan, is de essentie van You and Me.

Papa Spargo kan niet dansen. Ik ook niet. Herinner me nog die keer over de plas, bij haar. Zoete en ik dansen in de woonkamer. Toch wil zij de volgende stap niet wagen. Ahum, even goed opletten. Hoeveel ze ook van me houdt, ik dans zo slecht dat zelfs vrouwen die heel veel van GJ houden, niet in het publiek met me willen dansen. Daar kom je overheen. Het wordt lastiger als de ster van je grootste hit de zangeres is.

Aan de andere kant, ieder liedje is een combinatie van talenten. Je moet alleen 40 jaar later wel eerlijk zijn. Zanger Ellert Driessen is een houten Harry. Ik ook. Mijn [achter]-naam is Klaas. You And Me is leuk en nostalgisch. Klinkt ook erg jaren tachtig. Luister je beter dan merk je hoe het nummer in drie stukken uiteenvalt. De muziek is swingend in een jaren-tachtig stijl. Hij kan net zo min zingen als ik dansen. Maar wanneer Lilian Day Jackson [3] inzet, valt je mond open. De zangeres van Spargo is het geheime ingredient.

Da’s niet de eerste keer, denk ik. Ja toch, Rick A. uit Groot-Brittannië? Ik weet nog steeds niet wie Lisa [Carter] is. Lilian Day Jackson is gelukkig beter vindbaar. Haar stiefvader is megamuziekheld en superdrummer Art Blakey. Dat doet niets af aan het talent van Lilian Day Jackson. Wat een prachtige stem. Zonder haar zang is “You and Me” niet om aan te horen. Lilian Day Jackson is het soort zangeres, die, als ze begint te zingen, iedereen stil krijgt. Je hoort het al aan de manier van ademhalen nog voor ze voor de eerste keer inzet, [5] een perfect voorbeeld van de magische kracht van muziek. Lilian heeft een prachtige stem, vol van passie, emotie en plezier. Laten dat nou net de drie bouwstenen van mijn soort muziek zijn.

Anno 2019 is de belboerreclame meer dan pijnlijk en de herinnering wordt met het verstrijken van de tijd alleen maar ongemakkelijker. Zanger Ellert Driessen scoort in 1988 nog een bescheiden hitje met “Love Lies.” Wij Brabantse boeren hebben net ons rijbewijs [7] gehaald. Vanuit onze eerste auto – Ford Capri of Opel Manta – klinkt vanaf cassette “Love Lies.” Snel terugspoelen en nog een keer. Dat was nog eens een mooie zomer.

Overigens heeft Ellert Driessen nog meer muzikaal geluk veroorzaakt. Zo componeert hij in 1986 Het Grote Meneer Kaktuslied – wie zingt het niet mee? – en Banger Hart, die sappige plaat van Rob de Nijs negen jaar later.

Lilian Day Jackson is zowel Nederlands als Amerikaans lees ik. Midden jaren tachtig vertrekt ze naar de VS om een jaar of tien later terug te keren naar de polder. In 2013 verslaat Jackson Loïs Lane, de band rondom de zussen Klemann [1] in de eerste aflevering van de zangwedstrijd “And The Winner Is…”

Gelukkig zingt Lilian nog steeds. Mocht ik nog een keer de loterij winnen dan is Lilian Day Jackson meer dan welkom om te zingen op mijn brasfeest. Rick trouwens ook, maar alleen als hij die mysterieuze Lisa meebrengt. [2] [6]. Noblesse oblige maat.

PS, het is vast geen toeval na het blauw-roze van Spargo dat Doe Maar met groen-roze als huiskleuren op de proppen komt.

Kopfoto: NPO Radio 5. Sorry, ik kan het ook niet helpen.

[0] De winnaar zoek je zelf maar op.

1] Ja ja, Loïs Lane is natuurlijk ook welkom. Meer dan – en – vanzelfsprekend.

[2] Waar ik het meeste naar uitkijk is een duet tussen Lisa Carter en Lilian Day Jackson. Vuurwerk, kan niet anders.

[3] Lilian Day Jackson is geboren in 1960. Van wat ik lees, heeft de zangeres twee paspoorten. Dat betekent waarschijnlijk dat haar moeder geen Nederlander is. Pas na 1984 kregen kinderen van buitenlandse vaders en Nederlandse moeders automatisch de Nederlandse nationaliteit. Het verstrijken der jaren maakt zoiets niet minder absurd.

[3a] GJ doet normaal nooit een a’tje maar ja, de rot gaat dieper dan we denken.

[4] Overigens is het een tikje overdreven om Spargo de beste Nederlandse discoband aller tijden te noemen. Muziek is emotie, rnagschikken heeft geen zin. Daarnaast zijn er heel veel andere voorbeelden. Denk eens aan Mai Tai’s “Am I Loosing You Forever?” of de Time Bandits. Meer is altijd beter, is soms de beste manier.

[5] Mocht je onder een steen leven en het muzikaal niet snappen, kijk die 40 jaar-oude clip eens terug. Muziek is emotie en het plezier spat van de zangeres af. Dat noem ik nou muziek maken, uitroepteken.

[6] Nog steeds jammer Rick dat je juist die track van je laatste verzamelaar hebt gemikt. En nou geen grapjes over “when you gonna.”

[7] In 2020 vernieuwt GJ zijn rijbewijs en krijg er een gratis tractorrijbewijs bij. In Rotterdam. Niet te geloven. Echt waar.