Bij Gamma Dragen Ze Allemaal een Luier

Vrouwen zijn slimmer dan mannen, ook als het over bouwmarkten gaat (zie deel een).

Gamma, altijd duurder dan u denkt. Gelukkig hebben we ook altijd te weinig voorraad zodat u bij de concurrent kunt ontdekken dat het vijf keer goedkoper kan. Lees deel twee over wat vooraf ging.

Of ik het wil hebben? Ja! Een vriendin heeft een prachtig zonnescherm over, drie jaar oud en electrisch bedienbaar. Weer bonuspunten voor dat vrouwvriendelijke huis van mij denk ik al likkebaardend. Volgens mij kan ze gedachten lezen. Kunnen waarschijnlijk alle vrouwen.

Over het algemeen ben ik niet bang uitgevallen, helaas heb ik wel last van hoogtevrees. Niet heel erg maar net genoeg om als ik het zonnescherm zelf ophang te eindigen als opengeklapte tomaat een half dozijn verdiepingen lager.

Een maat van me gaat het monteren en kwam gisteren even kijken. Natuurlijk nog wat bouten en moeren nodig die ik bij Hornbach haal. “Ja, want bij Gamma dragen ze allemaal een luier.” Verschroeide aarde. Vernietigend gewoon. En terecht. Die opmerking zegt alles. Er is niets meer om over te praten, afgeschreven, geen woorden meer aan vuilmaken.

Mijn ochtendritueel bestaat uit “nog negen minuten”, gevolgd door warme douche in combinatie met zeep, shampoo en scheerschuim. Als de dames tevreden zijn, ben ik het. Al 50 jaar. Toch probeert de reclame mij wijs te maken dat zonder aqua-hypo-deo-gezichts-dermifier-megaman-dingeskul mijn leven nu al voorbij is. Nog steeds niet de slimste thuis en ik was er misschien wel ingetrapt als net voorbij het oog van de camera de filmheld die het smeersel aanprijst niet een heel team – ja, de moderne, gevoelige post-metrosexuele man doet persoonlijke verzorging niet voor minder – van huidartsen en make-up adviseurs zich verstopt. Dan kun je de verpakking nog in zulke stoere mannenkleuren als oranje en grijs of groen en grijs, maar vooral veel grauwe tinten ontwerpen, ik trap er niet in.

Keihete zondagmiddag en GJ gaat naar Gamma. Ja, alweer. Tegenwoordig hebben de bouwboeren hun eigen “professional”-merk in de klassieke manverleidingskleuren blauw, grijs en parelzilver. Dat laatste is mijn beste gok voor de glitters. Laat ik nou net een hyperallergie voor Gamma hebben en doordat het lettertype 10 procent groter is, nog harder weglopen. Helaas.

Acteurs doen het mét computereffecten, klussers zonder. Zeker als er kleine kinderen in het spel zijn. Fijn dat het er leuk uitziet, maar is het ook veilig en functioneel? Mijn missie – en die heb ik met trots geaccepteerd – is wielen onder taalkasten maken. Het verleden is een grote vlek en het woord taalkast springt er niet echt uit. Waarschijnlijk iets van de laatste 40 jaar. Wat ze al niet verzinnen.

Omdat grote mensen voor kleine mensen zorgen, ben ik extra voorzichtig. Ook win ik wat advies in bij de fabrikant die wieltjes voor 150 euro ex. BTW verkoopt. Maar alleen als je ze meteen meebestelt. Niet iedereen in het onderwijsveld heeft even nobele motieven. Als je een aap-noot-mies-2.0 taalkaart kwijt bent kun je al een nieuwe kast a raison van 3.000 euro bestellen. Lijkt me een beetje overdreven als een op de vijf kinderen in de Maasstad in armoede opgroeit. Anders ook hoor.

Volgens de heersende logica is iemand die een schroevendraaier vasthoudt dom – bijna gestruikeld over de d/t – en iemand die klikt op een computermuis slim. Misschien dat ik daarom zolang nadenk over mijn ontwerp. Kan ook zijn dat ik als volwassene zeker wil weten dat het voor de kinderen veilig is.

Helemaal uit de tijd loop ik met een foto van mijn boodschappenlijstje – synchroniseren tussen PC en GSM is teveel moeite – langs de schappen. Blinkende professional schroeven heeft Gamma wel, niet dat ik er vertrouwen in heb. Waarschijnlijk mijn schuld omdat een van mijn bijnamen knutselsmurf is.

Voor elf kasten heb ik 44 wielen nodig. In het schap liggen er drie met rem en zeven zonder. Van ieder pak ik een even aantal, een onhoorbaar stemmetje waarschuwt mij. Verder heb ik nog schroeven nodig om de houten klosjes onder de kasten te zetten met bijbehorende schroeven. De wielen ga ik vastzetten met speciale houtdraadbouten.

Het enige goede wat ik over Gamma kan melden is dat alles in hetzelfde pad ligt – als het voorradig is. Met de beschikbare wielen kan ik precies 1,5 kast doen. Niet echt een fijn idee als de tweede kast op iemand valt omdat Gamma niet genoeg wieltjes met remmen op voorraad heeft. Soms rond je 1,5 af naar een. Voor de veiligheid.

Wat er is aan houtdraadbouten van M6 * 80 neem ik mee. Grootverpakking doet Gamma soms wel en soms niet aan. De kinderen hebben pech en een helder doosje van acht stuks kost 3,39. Ik heb er 176 nodig. Thuisgekomen bestel ik de rest van de wielen bij Gamma online, 10 kasten maal 30 euro is 300. Dankzij het internet kun je tegenwoordig ook spullen die je offline heb gekocht binnen 30 dagen retourneren.

In het Gamma assortiment ontbreekt een ding: een opzetstukje om die lange bouten met een machientje in te schroeven. Jullie weten al wat er gaat komen. Ook maandag is een zonnige dag en ’s avonds pak ik de fiets naar Hornbach. Ik heb niet veel nodig, alleen een opzetstukje van vijf euro. Helaas voor Gamma heb ik de prijzenpuzzel gedaan. De Duitse bouwwinkel verkoopt dezelfde maat houtschroeven per stuk en per pak. Gemiddeld kost zo’n schroef bij Hornbach acht cent terwijl “formule” Gamma er 42 voor rekent. Gaan we dus niet doen. Niet dat het uit mijn portemonnee komt.

Rond de eeuwwisseling raakte ik op een feestje in gesprek met iemand die zei dat als de baas betaalt, geld geen bezwaar is. Onzin. Op werkbezoek zat hij in een hotel waar de internetverbinding per mb afgerekend moest worden. Zowel een vriend als ik vonden het belachelijk om zoveel geld uit te geven als het niet nodig is, alleen omdat de baas betaalt.

Wat veel mensen niet weten is dat voor een aantal producten die je in de bouwmarkt koopt de kwaliteit niet noodzakelijk gelijk is aan wat de echte professionals gebruiken. Sommige contracten specificeren een minimumkwaliteit. Gamma had geen houtschroeven van bekende merken. Het eigen parelmoergrijze professional merk, als ik dat al serieus had genomen, had ze ook niet. Alleen onvoldoende voorraad van het huismerk lag in de schappen – tegen de vijfdubbele prijs van hun Duitse concurrent. Het is geen sprookje, maar ik schroefde nog lang en goedkoop.

Ondertussen zijn er ook nog 12 kilo ronde wielen onderweg, maar daarover binnenkort meer in deel vier van waarom Gamma geen geld wil verdienen. Echt niet? Nee, echt niet.

Het Gekkenhuis dat Gamma Heet

Gamma en andere bouwmarkten kunnen de concurrentie met nieuwkomer Hornbach niet aan. Wanhoop, in plaats van goed management, regeert.

Als je altijd makkelijk geld hebt verdiend, weet je niet wat concurrentie is. Moet je ook niet verbaasd zijn dat de kat uit de boom klettert terwijl je uitkijkt naar betere tijden.

“Ga maar meteen naar de Hornbach. Gamma heeft het toch niet” zei mijn volleerd a-technische Zoete twee jaar geleden. Hoe erg kun je het verprutsen? Nou, zo zeer dat Gamma tegenwoordig standaard een rechtzaak aanspant in iedere stad met plannen voor een Hornbach vestiging. Blijkbaar levert een paar maanden uitstel van executie meer op dan je als gegarandeerd verliezer kwijt bent aan proceskosten. Tijd voor rechtse politici om te stoppen met klagen over calculerende burgers. Naar de rechter gaan terwijl je weet dat je verliest, dat is nog eens berekende wanhoop.

Eigen schuld, je hoeft geen medelijden te hebben. Onlangs moest ik een rubber ring hebben voor de afvoer. Gamma is de dichtsbijzijnde bouwmarkt. Niet dat ik er graag kom want beide cassieres (ook daarop bezuinigen ze) zijn 24/7/365 chagerijnig. Zo erg zelfs dat afrekenen voelt alsof je een wildvreemde tot orgaandonatie dwingt. Eén man daar heeft kennis van zaken en ik vroeg hem. “We hebben alleen rubber ringen in een set van 10 verschillende maten.” We vonden het beiden absurd, 90 procent kun je weggooien. “De grote baas houdt vast niet van zijn kinderen” schamperde ik, waarop de vakman in de lach schoot. Toen ik een paar dagen later de juiste maat bij Hornbach vond, bedacht ik me dat er voor hem altijd werk is.

Met de komst van commerciele televisie deed ook het fenomeen woonprogramma zijn intrede. Bouwmarkten konden hun geluk niet op en sponsorden als gekken. De hele inrichting werd overhoop gehaald – van de bouwmarkt wel te verstaan. Leuke, lieve, geinige, vrouwendingetjes bij de ingang. Het echte spul veraf of “tijdelijk” niet op voorraad. De consument heeft altijd gelijk maar gipspleister komt nog steeds voor gordijnen, letterlijk. Geen vent die thuis ruzie wil omdat hij de gordijnen heeft opgehangen voor de muren gesaust zijn. Moet de bouwmarkt het wel hebben.

Net zo handig, personeel aan wie je vragen kunt stellen. Hornbach heeft het wel, Gamma niet. Daar lijkt het motto: een scholier die vakken vult, kan best advies over electrische installaties geven. Als de boel afbrandt valt het toch nooit te bewijzen, dubbel goedkoop zeg maar. En hopelijk ver van mijn bed.

Als het personeel er geen snars van snapt, kun je net zo goed klusapparatuur bij de supermarkt kopen, kan nooit slechter zijn dan het bouwmarkt-huismerk. Met een beetje geluk is jouw Aldi of Lidl apparaat gemaakt door A-merk Bosch (echt gebeurd). En toen kwam de Action met een verfkwast van 50 cent. Zelfs Ikea moest even slikken.

Begin vorig jaar riep Intergamma, het moederbedrijf van Gamma en Karwei dat het 100 miljoen in online verkoop gaat investeren. Voorlopig gaat ‘m dat niet worden. Ik herinner me nog dat “schattige tuintafeltje” voor de lieve prijs van 39 euro. Werd overigens bijna gratis thuisbezorgd voor slechts 89 euro ofzo. “Er is altijd wat te doen”, zeker als je topmanager bij Gamma bent! Tenzij ze daar echt geen geld willen verdienen natuurlijk.

En geld verdienen houdt Gamma niet van. Dat merk ik als ik online plantjes ga kopen in deel twee. Vier kulbladige planten voor bijna 30 euro.

Kopfoto gemaakt door Randy Fath, gevonden op Unsplash.

Valse Noot: Hogere Toonkunstenaars Eisen Betaald Voorrecht

Hartstikke pech als je geen droge boterham met de hogere kunsten kunt verdienen. Dat geeft je niet het recht om kwaad te worden op amateurs die gratis optreden.

Als er een klager over de dam is… Ervaren krantenlezers weten wat er komt na de verhalen over klassieke musici die voor niks optreden. Klaaghoofdcommentatoren weten niet hoe rap ze ja moeten knikken. Het gaat zelfs zo snel dat ik niet eens weet of er al een eerste hoofdredactioneel commentaar is gepubliceerd.

Weet je wat pas oneerlijk is? Dat ik geen Indiana Jones kon worden. Blijkt dat het geen echt beroep is. Ergens op de middelbare school hinkte ik op drie gedachten, archeologie studeren en waarschijnlijk geen werk, het korps commandotroepen maar gegarandeerd geen kans op toelating of economie. Toevallig vind ik het gaaf om te begrijpen hoe bedrijven werken.

Het was overigens hard nodig dat ik economie ging studeren. Op de pientere leeftijd van acht jaar begreep ik de wereld niet. Een beetje onnozel achteraf, maar ik geloofde dat alleen bedrijven die het slecht deden, reclame maakten. Tegenwoordig snap ik het een stuk beter en zeg niets over de semi-simultane prijsverhoging van KPN en ZiggoVodafone.

Geen idee hoe, er was toen nog geen internet, maar op de middelbare school realiseerde ik me dat met al dat graven in de grond geen guldens of dubloenen te verdienen zijn. Sorry Indiana Jones, misschien had ik toch moeten kiezen voor Back to the Future.

Als je mijn meters Billy boekenkasten ziet, begrijp je dat het geen eenvoudige keuze was. Dat werd nog erger toen ik mij als verse feut op de Erasmus Universiteit door professor Chiang’s “Fundamental Methods of Mathematical Economics” moest worstelen. Ben er nog steeds een beetje verbaasd over. Soms wordt ik ’s nachts wakker en vraag me af wat ik met die kennis moet. Erfenis van Jan Tinbergen toevallig, lieve alma mater?

Het is een triest verhaal, ik geef het toe. Geen archeologie, Indiana Jones bestaat niet en dan ook nog allemaal boeken die je later nooit meer nodig hebt. Je moet wat doen voor een baan tegenwoordig.

Mij hoor je niet klagen, als student kluste ik bij als DJ. Meestal voor weinig, soms voor veel maar ook graag gratis. Liefde voor muziek zeg maar. Ondertussen worstelde ik mij wel door suffe wiskundeboeken. Geloof me, ze waren keihard oersaai. Ook wist ik dat ik nooit Indiana Jones zou worden. Toen ik groot was, kreeg ik toch een leuke baan en van het geld dat ik overhoud aan het einde van de maand, reis ik de wereld rond. Hoeveel mensen hebben Persepolis met eigen ogen aanschouwd, denk je? Geen Indiana Jones, wel gelukkig.

Het feit dat je iets leuk vindt, bijvoorbeeld dwarsgefileerde blaasxylofoon spelen, betekent niet dat jouw opleiding je ook recht geeft op een goedbetaalde baan voor het leven.

En laten we eerlijk zijn, als ik eindelijk begrijp dat ook succesvolle bedrijven reclame maken, wordt het hoog tijd dat jij je realiseert dat je leeft in een muzikale wereld van meer aanbod dan vraag. Het is een klassieker, maar dat vraagt offers. Of omscholing. Limburg, mijnen. Meer zeg ik niet.

Je kunt natuurlijk ook altijd “back to the eighties” DJ worden. Er is een plekje vrij, want ik weiger het al jaren, gratis of betaald.

Wordt zeker vervolgd…

Overigens professor Chang schreef nog een tweede deel. Als keuzevak gedaan en tijdens les een vertelde onze docent enthousiast dat we aan het einde het traject van een raket naar de maan konden berekenen. Nou, Jeff Bezos heeft nog steeds niet gebeld. Elon Musk trouwens ook niet. Daar zit je dan met je goeie gedrag.

Kopfoto gemaakt door Manuel Nägeli, gevonden op Unsplash / Ivo Rainha, gevonden op Unsplash. Afbeeldingen bewerkt en gecombineerd.

Competitie in Kringloopland

Gemeentelijke kringloopwinkel Piekfijn schijnt niets te leren van Opnieuw & Co, letterlijk en figuurlijk een grote concurrent die een paar meter verderop neergestreken is.

Natuurlijk is het interessant om een analyse van de meest succesvolle bedrijven ter wereld te maken, maar is het ook realistisch als aandelenanalisten al bijvoorbaat gaan stijgeren als het kwartaalresultaat afwijkt van hun voorspelling in plaats van andersom? Sowieso, als een man 150 miljard (1) kan verdienen in twee decennia, is er dan niets mis met de veelgeprezen marktwerking?

De wet van vraag en aanbod geldt ook voor het ‘laagste’ segment en is daar veel beter observeerbaar. Al jaren haal ik bierglazen bij de kringloopwinkel. De voorraad was inmiddels ver geslonken en ik ging weer eens langs.

On-Rotterdamse Treurigheid

Schandalig, restanten “tweedehands verf” voor een euro kilo. Nieuwe verf is net zo gek, twee euro per kilo. Ooit van de Action gehoord, Piekfijn?

Tot voor kort had de gemeente het monopolie in de stad en ik moet zeggen, die kringloopwinkels zijn een van de weinige schandvlekken op het blazoen van mijn Maasstad. Bij Piekfijn liggen de prijzen hoog, 140 euro voor een tweedehands fiets iemand? Marktplaats is goedkoper. Een ander voorbeeld: een strijkijzer zonder snoer voor 10 euro, ronduit belachelijk en nog gevaarlijk ook. Je moet er zelf het snoer opzetten en weten dat je daar met linnen omkleed kabel voor gebruikt vanwege brandgevaar. Een plastic snoer smelt meteen als het met een heet strijkijzer in aanraking komt. Voor je het weet heb je kortsluiting of brandt je huis af.

Nadat ik het snoer gezien had, liep ik langs de electronica, de handelswaar leek lukraak in een hoek gesmeten. Kabels zijn niet netjes opgeschoten met een tie-wrap, maar alles door elkaar. Wie kan het wat schelen, schamperde ik tegen mijzelf.

De gemeentelijke kringloopwinkels stralen een soort treurigheid uit, zelfs de mensen die er werken kijken niet blij. Dat is me al vaker opgevallen. Loop je langs, geen hallo of wat. Als je ze zelf groet, kijken de medewerkers je aan alsof je van Mars komt.

Als het echter op gebruikte spullen innemen aankomt, hebben ze ineens kapsones. Ik ben tegen weggooien van goede spullen en een tijdje geleden hielp ik een vriendin een oude stoel wegbrengen. De medewerker vond het eigenlijk niks die prima stoel die alleen een beetje oud was. Over kapsones gesproken. “We kijken even en anders gaat ie de kraker in.” Plak er een briefje op: “Moet weg, 10 euro” en voor het einde van de dag neemt iemand ‘m mee. Normaal zou ik een grapje maken over kringloopmedewerkers die teveel verdienen en daarom hun neus ophalen voor zo’n stoel, maar ik geloof niet dat de mensen bij Piekfijn – zou het misschien aan de naam liggen? – veel meer dan het minimumloon verdienen. Het is een on-Rotterdams vervelende winkel.

Wankoop van de week

Wat te denken van een klein TVtje – ik schat 24 of 28 inch, zonder afstandsbediening voor 75 euro? Het is een onbekend merk dus een vervangende afstandsbediening wordt moeilijk en kostbaar. Gelukkig heeft het apparaat wel DVD aan boord. Altijd nutteloos in de tijd van Netflix en Blu Ray.

Die groene sticker voorop is ook niet handig – en een teken van totale desinteresse in wat je verkoopt.

Net even gekeken en Bol.com verkoopt voor 149 euro een prima 32 inch TV, heb je er ook nog garantie op. On-Rotterdams schandalig.

Een kringloopwinkel heeft meerdere functies. Het gaat verspilling tegen, hergebruik is goed voor het milieu en het is een uitkomst voor mensen met een kleine portemonnaie. OK, ik ben een buitencategorie omdat ik er alleen voor bierglazen kom iedere paar jaar. Het is nou eenmaal leuk als je bierglazen in alle soorten en maten met merkjes erop hebt.

Lichtend voorbeeld

grote kringloopwinkel Opnieuw & Co, Rotterdam

Groot he?

Tegenover mijn tankstation is onlangs een nieuwe gigantische kringloopwinkel geopend, 2200 vierkante meter – de gemiddelde supermarkt past daar met gemak een paar keer in. Voor ik naar Piekfijn ging, had ik bij Opnieuw & Co gekeken. Mijn mond viel open van verbazing en dat lag niet aan het gigantische vloeroppervlak. Er was goed over de opzet nagedacht. Heel slim begint de winkel met een brocanterie. Een stoel van grootmoeder is ouwe meuk, maar zet er een dozijn bij elkaar, strooi er wat aardewerk door en je hebt een brocanterie. Het doet niet onder voor de gemiddelde antiekwinkel, wat ook meteen de willekeur aangeeft hoeveel iets waard is.

Op de benedenverdieping staan verder de meubels – ik telde diverse tweepersoonbedden – kleding, witgoed en fietsen. Fietsen zijn hier overigens ook 140 euro. Van steigerhout waren een aantal bakken voor fotolijstjes getimmerd, weer zo’n handig idee. Het beste idee overigens is een klein cafeetje waar je thee en koffie kunt drinken en een tosti of een broodje ei eten voor EUR 1,25. Waarom niet dacht ik? Opnieuw & Co zit op een klein industrieterrein dat tegen de spoorlijn aanligt. Met de bedrijfjes daar heb je altijd aanloop. Mensen die er een betaalbaar broodje eten, zullen vaak even rondlopen en voor je het weet, heb je extra omzet op je kassa staan.

Als je met de trap naar boven loopt, wordt je verrast doordat alle plastic gebruiksvoorwerpen op kleur staan gesorteerd, geel bij geel, rood bij rood en idem voor blauw. Ook het glaswerk staat netjes gesorteerd, een verademing vergeleken met de gemeentelijke kringloopwinkels. Er is goed over nagedacht en de boel wordt netjes bijgehouden.

Is het rendabel?

Zo kan het dus ook. Een helder bord bij de ingang waar je club voor staat.

Als controller vraag je jezelf natuurlijk meteen af of het rendabel is, zeker met zo’n grote winkel. Opnieuw & Co heeft geen winstoogmerk, maar moet natuurlijk wel quitte draaien. De helft van de omzet gaat op aan personeelskosten en een kwart aan huisvesting. Ondanks dat er altijd volk in de winkel is, is je gemiddelde kassaomzet relatief laag. De grootte van de winkel maakt ook dat je veel medewerkers nodig hebt. Het bord bij de ingang spreekt van 500 medewerkers over vijf filialen, maar ja hoeveel voltijdsbanen zijn dat?

Het is niet alleen het vloeroppervlak – en daarmee de keuze – die de kringloopwinkel aantrekkelijk maakt. Ook de lichte, verzorgde uitstraling doet het erg goed. Net zo belangrijk zijn de goederen die mensen weggeven aan kringloopwinkels. De gemeentelijke kringloopwinkel kan op weinig sympathie van de meeste mensen rekenen. Nu er een alternatief is, vermoed ik dat de goederenstroom richting Piekfijn een stuk kleiner wordt.

Ik denk dat het bij Opnieuw & Co anders is. De winkel zelf is een positieve ervaring, erg belangrijk voor de gunfactor als je gebruikte spullen wilt wegdoen. Daarnaast werkt Opnieuw & Co samen met diverse instellingen, waaronder een MBO opleiding. Met 500 medewerkers kan dat alleen maar positief uitvallen voor wat mensen doneren.

Als je je zorgen maakt over je baan, kun je natuurlijk ook zelf initiatief nemen en bijvoorbeeld het glaswerk eens sorteren.

Ondanks alles lijkt zo’n grote kringloopwinkel een gewaagde onderneming, zeker als over een tijdje de nieuwigheid er vanaf is. De concurrentie is er echter niet gerust op. Toen ik mijn bierglazen bij Piekfijn afrekende, raakte ik aan de praat, ja dat is niet onmogelijk bij Piekfijn. “Zijn er veel mensen?” vroeg de dame achter de kassa. Zij begrijpt prima dat er een stevige concurrent bijgekomen is. Haar baas echter reageert halfhartig – en gesubsidieerd – door alle meubels boven de 20 euro gratis te bezorgen in de regio. Er wordt gratis geleverd als het kengetal voor de vaste telefoon met 010 begint. Zelfs als je inkoopprijs nul is, verdien je niks als je een kast van 20 euro met twee man in Pernis moet afleveren. Op zo’n manier zijn het duurbetaalde minimumloon banen.

Misschien dat het management van Piekfijn harder zijn best moet gaan doen om het bestaan te blijven rechtvaardigen. Niets zo goed als een beetje concurrentie. Behalve misschien een lekker biertje bij deze tropische temperaturen in een mooi bierglas. Proost!

  1. Een van de meest interessante analyses over Amazon staat in “The Four: The Hidden DNA of Amazon, Apple, Facebook, and Google” (2017) van Scott Galloway