Bouwen We Het Nieuwe Ziekenhuis Toch Gewoon Uit De Buurt Van Onze Patiënten?

Concurrentie in zorgland. Als dat maar goed afloopt.

Een nieuw ziekenhuis, maar niet op de plaats waar je denkt. Het waarom verzin je al helemaal niet.

Het is vier oktober en dierendag. Vlak voor ik de snelweg afga kom ik langs het Sint Franciscus ziekenhuis (Franciscus), waarschijnlijk de enige plek in Nederland waar ze met een blikschaar een gat in de vangrails hebben geknipt en vervangen door een slagboom. Handig voor de ambulance.

De heilige Franciscus van Assisi heeft niet alleen meerdere ziekenhuizen op zijn naam – een tweede, het SFG, staat in Rotterdam – hij is ook patroonheilige van de dieren. Dat is vast nog harder werken.

In 2014 fuseert het Roosendaalse Franciscus met de Lievensberg in buurstad Bergen op Zoom en gaan twee prachtige ziekenhuisnamen de kliko in voor het vaag-moderne Bravis ziekenhuis. Die naam is zo slecht gekozen dat tijdens het voorbereiden van dit verhaal ik diverse keren op Bravia – da’s ’n televisiemerk – zoek.

Bravis, Brabant, ik snap het. Officieel is de naam een samentreksel van brave, het Engelse woord voor dapper en vis, zeg maar kracht in het Latijn. Twee prachtige Nederlandse woorden foetsie voor een wauwelwoord waar niemand ooit de betekenis zonder Wikipedia van doorgrondt. Een oud-collega in het ziekenhuis gaf mensen letterlijk gele kaarten als ze Engelse woorden gebruiken. Toen een beetje vermoeiend, nu denk ik er anders over.

Zelf heb ik jarenlang met veel plezier als controller in het Rotterdamse Maasstad ziekenhuis gewerkt toen het nog MRCZ heette. Ook het Medisch Centrum Rijnmond-Zuid is een fusieziekenhuis. Binnen tien minuten loop je van het voormalige Claraziekenhuis – naast de oude Kuip – naar het Zuider. Na de fusie is het tijd voor nieuwbouw en de directie van het MCRZ joeg de hele medische wereld van groot-Rijnmond tegen zich in het harnas door te spelen met de naam Ziekenhuis Rotterdam, voor ze uitkwamen bij Maasstad ziekenhuis. Geen slechte keuze overigens zolang je niet probeert te snappen welke rivier er nu echt door Rotterdam stroomt.

Gevecht om patiënten

Voor een buitenstaander is het niet te begrijpen maar ziekenhuizen concurreren hevig. Een stukje is ego. Maar het is vooral logisch. Meer patiënten maakt duurdere investeringen mogelijk. Een MRI scanner van drie miljoen kost bij 1.500 patienten, 2.000 euro per persoon. Bij 2.500 patiënten dalen de kosten naar 1.200 euro. Ook zorgen meer patienten voor extra ervaring en aanvullende specialismes. Dat is een zichzelf herhalend patroon met als bonus dat patiënten in de toekomst vaak ook bij andere aandoeningen terugkomen. Dan moet je wel keuze hebben, zoals in Rotterdam.

Na een ziekenhuisfusie zie je meestal verwarring bij de vier p’s, beter bekend als de p&p&p&P van de zorg. De eerste twee laten zich raden, patiënten en personeel. De derde kun je ook nog gissen, de politiek wil tenslotte altijd iets over iets zeggen, kennis en kunde niet vereist. Kom daar maar eens om in een ziekenhuis. De vierde P is meer voor ingewijden: de plaats. Waar komt ons nieuwe ziekenhuis?

Na de fusie komt de volgende logische stap, er wordt voorgesorteerd op mogelijke nieuwbouw. Schaalvergroting om de beste kwaliteit zorg te bieden, het klinkt allemaal zo begrijpelijk. Sommige specialismen zitten links van het spoorlijn, de rest tien minuten lopen verderop. Het wordt een ander verhaal als tien minuten, 15 kilometer hemelsbreed zijn.

Toen de schoonmoeder van mijn broer vorig jaar in het ziekenhuis belandde werd dat Bergen op Zoom. Wat is 15 kilometer? Naar beneden afgerond? Hemelsbreed? Tenzij het om iemand in kritieke toestand gaat en je wekenlang meerdere malen per dag op en neer moet rijden tussen twee steden. Even naar ons Ma, zelf moederen met je eigen dochter en hup weer een rondje. Dan wordt het best veel.

Tegenwoordig is er een nieuwe systematiek maar vroeger was het aantal eerste polibezoeken de belangrijkste indicatie voor de grootte van een ziekenhuis. Een epb is niet meer dan de eerste keer dat een man – of vrouw – bij de dokter komt met een klacht. Ga je zowel naar de dermatoloog als de orthopeed dan zijn dat twee epb’s, de behandelingen staan los van elkaar.

In 2013 wandelen 99.000 nieuwe patiënten de poorten van het Franciscus in Roosendaal binnen. Bij de buren op de Lievensberg zijn dat er 85.000. Beide ziekenhuis zijn kleiner dan gemiddeld en één ziekenhuis is aantrekkelijk vanwege de schaalgrootte. Enig probleem, waar komt dat nieuwe bouwwerk? In Bergen op Zoom wordt nu al geklaagd over het op- en neer rijden naar Roosendaal als je hoogzwanger bent.

Locatie, locatie, locatie

Natuurlijk is er altijd een derde optie, in het midden. “Kijk naar links en u ziet kilometers koeien tot aan Bergen op Zoom. Naar rechts ziet u kilometers koeien tot aan Roosendaal.” Zelfs een boer uit Brabant trapt daar niet in. Een ziekenhuis moet ook goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Dan worden de consequenties van de fusie glashelder. Een van beide steden zal zonder grote-mensenziekenhuis komen te zitten. Kijk naar de kaart en Roosendaal is de logische verliezer. Bergen op Zoom ligt immers centraler, zeker als je patiënten die vanuit Tholen, een van de Zeeuwse eilanden moeten komen, meerekent.

De generaals van het Bravis hebben een andere, geheime kaart. De Zeeuwse ziekenhuizen zijn ver weg. Ook wonen er weinig mensen tussen de Zeeuwse en het meest westelijke ziekenhuis van Noord-Brabant. Het zorgterritorium is in het noorden afgebakend door de rivieren. Hemelsbreed zegt tenslotte ook niet alles. De zuidgrens is letterlijk de grens. Het gevaar komt uit het oosten denk men. In Breda staat ook een fusieziekenhuis en dat is gigantisch. Met een kwart miljoenen epb’s per jaar is het Amphia het grootste algemene ziekenhuis van Nederland. De naam is wel even suf.

Wil het Bravis-management haar ambitie verwezenlijken dan heeft het nieuwe aanwas nodig. Die vind je wel in het oosten, maar niet in het westen. Daar hebben ze geen keus. Halverwege Breda en Roosendaal, maar per ongeluk toch erg dichtbij Breda, ligt Etten-Leur. De plaats van 44.000 inwoners is niet te versmaden klandizie voor een ziekenhuis waar de ene poot, Bergen op Zoom 51.000 inwoners heeft en Roosendaal 66.000. Natuurlijk moet je daar nog wat omliggende dorpen bijtellen plus een stukje Zeeland zoals Tholen.

Misschien is het te klein. Het kan ook zijn dat het stadje pech heeft tussen twee vuren in te zitten. Feit is dat Etten-Leur geen volwaardig ziekenhuis heeft waar je opgenomen kunt worden. Dan moet je naar Roosendaal of Breda, afhankelijk van welke buitenpoli je binnenloopt. Daar heeft de stad er zelfs twee van en de vraag is of het daar zo blij mee moet zijn. Buitenpoli’s zijn bedoeld om eenvoudige zorg dichterbij te brengen, maar in de ziekenhuisstrategie zijn het vooruitgeschoven pionnen.

Hoeveel klandizie zo’n buitenpoli oplevert weet ik niet. Verplaats het ziekenhuis 15 kilometer in de verkeerde richting en je verliest klanten die wel een kant opkunnen. Vanwege de heftige concurrentiestrijd tussen ziekenhuizen om meer patiënten is mijn gedachte van het begin af aan geweest dat de nieuwbouw van 300 miljoen in Roosendaal komt en niet Bergen op Zoom. Een paar maanden geleden is de knoop doorgehakt en Bergen op Zoom verliest inderdaad. De nieuwbouw komt in Roosendaal en het voormalige Markiezaat krijgt een polikliniek.

Concurrentie in woord en beeld

Dat de keuze voor Roosendaal ook op argumenten berust die niet genoemd worden, blijkt uit de kaart van het verzorgingsgebied die tijdens de bekendmaking getoond wordt. Toen ik ‘m zag moest ik meteen denken aan de kaart van de Zuid-Chinese zee, zoals ingetekend door de Volksrepubliek. “Alles is van ons tot we op een onmogelijk te negeren grens stoten.”

Open dan meteen een buitenpoli in Breda. (Afbeelding: Bravis ziekenhuis via BNdeStem.)

Op de kaart zie je westgrens tegen Breda aanliggen. Niet echt logisch als je bedenkt dat het Bredase Amphia voor de lokale bevolking recht voor de deur ligt. Heeft meer specialismen onder haar dak, waarom zou je 25 kilometer verderop naar Roosendaal gaan? De kaart laat ook zien dat Etten-Leur vrijwel tegen Breda aanligt. Het voordeel van die absurde grens is dat Roosendaal op de kaart een logische keuze lijkt. Als je een beetje analytisch flexibel bent, kun je daarmee zelfs een Bravis polikliniek verantwoorden in Etten-Leur. Door de kaart lijken de afstanden tot het midden vanuit de Zeeuwse eilanden zoals Tholen ineens een stuk redelijker.

De beide leden van de Raad van Bestuur denken duidelijk dat de race gelopen is, voor de onthulling doen ze geen moeite zich in hun beste kloffie op te doffen.

Een tweede aanwijzing dat het concurrentiemotief een belangrijke rol in de keuze voor Roosendaal speelt komt begin juni. Bestuursvoorzitter Hans Ensing van Bravis wil dat het oude ziekenhuis een woonbestemming krijgt. Ja, de McDonalds ziet ook het liefst Burger King afgebroken en vervangen door een kinderboerderij. De gemeente houdt alle opties open, inclusief zorg. Tijdens een gesprek tussen gemeente en ziekenhuis zegt Ensing ‘Als de zorgbestemming blijft, dan breek ik het ziekenhuis tot de laatste steen af.’ Het hoge woord is eruit.

Een ziekenhuis afbreken is niet alleen kapitaalvernietiging, het is ook erg duur. De grond is meestal vervuild en heel licht radioactief na een halve eeuw rontgenfoto’s. Da’s een dure grap.

Niets illustreert beter het dilemma waar het ziekenhuis zich in bevindt beter dan die opmerking. Het Bravis heeft een onoplosbaar strategisch probleem en de directie weet het. Overigens is maar de vraag hoeveel ruimte het Bravis krijgt van de zorgverzekeraars om vrijelijk te beslissen over de plaats van het nieuwe ziekenhuis. Mopperende belastingbetalers schuiven de schuld op marktwerking in de zorg, maar concurrentie is er ook zonder marktwerking. Ze is dan alleen minder zichtbaar, net als de rol van de zorgverzekeraars.

Over dat strategische probleem binnenkort meer. De race is nog niet gelopen.

Kopfoto gemaakt door Camilo Jimenez, gevonden op Unsplash. Afbeelding is bewerkt.

Post.NL Mag Best Failliet

Het algemeen belang smeekt er zelfs om.

Het vervolg op deel twee van de Post.NL saga: “deze postzegel vernietigt zichzelf over vijf seconden.”

Londen! Vrijdagmiddag zes uur thuis! Thuis na een te lange week alleen. Whatsapp is ook niet alles. Van achter naar voren flitst verder door mijn hoofd: Harry Potter, King’s Cross station, kanaaltunnel en om twee uur de trein van Den Haag HS naar Brussel. De kanaaltunnel is een private onderneming die een bom duiten heeft gekost en het begin van Ter Land (kanaaltunnel), Ter Zee (veerboot) en In de Lucht (vliegtuig).

Zakelijk gezien is de kanaaltunnel geen superinvestering De bouw kost 13 miljard pond (Engels) omgerekend naar 2015. Klinkt als een koopje wanneer je bedenkt dat de laatste persoon die over land van Europa naar de Britse eilanden loopt, 8.000 jaar geleden leeft. Ter vergelijking de Amsterdamse Noord-Zuid metrolijn die in 2018 opengaat, kost drie miljard euro.

Toch dreigt de Tunnel een paar jaar geleden kopje onder te gaan. Een van de wildste reddingsplannen is de concessie verlengen tot 1.000 jaar. De Tunnel is gebouwd volgens het principe wat je bouwt is een tijdje van jou, daarna moet je het aan de overheid geven. Die termijn is na verlenging uiteindelijk op 65 jaar gezet.

Vliegtuigmaatschappijen en veerboten raken in paniek. Niet vanwege die 1.000 jaar, dat is een economisch gezien krankzinnig plan, maar door de kans op faillissement van de Kanaaltunnel. Treinen en auto’s blijven toch wel door de tunnel rijden. De concurrentie vreest de veel lagere prijzen van de nieuwe eigenaar die verlost is van de schuldenlast. Zover is het nooit gekomen en mijn goedkoopste enkeltje Londen kost nog altijd 49 euro tegen 19 met het vliegtuig. Vliegschaamte duurt nog wel even.

Post.NL is net de Kanaaltunnel, failliet of niet, de dienstverlening gaat door. Postzegels zijn zo duur dat mensen ze mijden. Toch mag Post.NL haar enige concurrent Sandd overnemen. Zonder tegenstrever rijzen de prijzen binnenkort de pan uit en het onvermijdelijke einde komt nog sneller. Laat die toko toch failliet gaan.

Dat is iets te kort door de bocht. Eigenlijk bedoel ik, laat Post.NL toch lekker op eigen benen staan. Geef ze de ruimte om postzegels net zo duur te maken als ze willen, dan zijn ze binnen de kortste keren failliet. Marktwerking is beter dan u denkt. Niet meteen roepen hoe zielig het is voor de investeerders, er zullen weinig professionals zijn die het aandeel Post.NL lange tijd in portefeuille houden.

Tijdens mijn studie belegt een vriend al zijn geld in DAF, een Nederlandse autofabrikant. Niemand heeft medelijden als hij zijn kapitaal verliest. Hetzelfde geldt voor mensen die aan hun water voelen dat ze een klapper gaan maken met Post.NL. Dat zijn gokkers. Heb jij wel eens medelijden gehad met iemand die een staatlot koopt en niet de hoofdprijs wint? Ik bedoel maar.

Zonder voorrechten en privileges valt Post.NL binnen de kortste keren om. Medelijden met het personeel hoef je niet te hebben. De CEO van Post.NL, Herna Verhagen, verdient circa 1,5 miljoen per jaar. Post.NL is de laatste tijd veel in het nieuws omdat ze mensen niet rechtstreeks in dienst neemt maar via onderaannemers. Contractanten krijgen het minimum- in plaats van het CAO-loon. Het faillissement van Post.NL biedt de wetgever een mooie gelegenheid om dat recht te zetten.

Ongetwijfeld laat de overheid Post.NL verder sukkelen en ons meer belasting betalen. Maar laten we het dan alsjeblieft over een ding eens zijn. Een beursgenoteerd bedrijf dat zonder een duwtje in de rug van de overheid omvalt, moet haar CEO geen 1,5 miljoen betalen maar maximaal 180.000 euro volgens de Balkenende norm. De meeste mensen kunnen daar prima van leven, zeker als je jarenlang miljoenen hebt opgestreken als baas van de Titanic.

Kopfoto gemaakt door Jason Roberts, gevonden op Unsplash. Afbeelding is bewerkt.

De Wet van Vraag & Aanbod Past op een Postzegel

Waarom verkopen we Sandd niet aan de Belgische Post? Laat onze Zuiderburen het maar lekker uitvechten met Post.NL

Biefstuk is duur en wordt weinig gekocht. Laten we biefstuk duurder maken dan verdienen we meer. Wanneer heeft dat ooit gewerkt? Een postzegel is nou niet exact een biefstuk maar dat is wel de logica van Post NL en de overheid. Postzegels smaken overigens een stuk minder sinds ze zelfklevend zijn.

De vaderlandse brievenbezorgersbeweging mag de prijs verder verhogen omdat er steeds minder post verstuurd wordt. Gek hé? Kost een een-zegel nu nog 87 cent, dat kan volgend jaar oplopen tot 1.01 euro als Post.NL de prijs met de maximale 16.4 procent verhoogt. Geen dubbeltje voor je gedachten, leg dat maar opzij. Heb je over een paar decennia genoeg om een postzegel voor die Valentijnskaart te kopen. Echte liefde roest niet, ja toch? De echteste (sorry) liefde is – staatsgesanctioneerd – inpikken van andersman geld als hij geen keuze heeft.

Moet trouwens nog steeds mijn collegegeld terugvragen van het jaar waarin de OV-kaart werd ingevoerd. Gratis was het ding niet, er werd een stukje van je beurs afgehaald, verplicht wel. Natuurlijk explodeerde het aantal treinreizigers dramatisch. De hoogleraar die een grafiek op het bord tekende om te laten zien dat bij prijsdaling de vraag stijgt, met als voorbeeld de OV-kaart, werd de rest van het jaar niet meer serieus genomen. Tentamen viel overigens tegen.

Wat denk je dat er gebeurt als een postzegel een euro kost? Gaat Post.NL lobbyen dat ie nog duurder moet, tegenvallende marktomstandigheden enzo. Op de allerlaatste brief ooit zal een postzegel van een ziljoen prijken. En meestal moeten er twee op een brief, da’s lastig als er maar een gedrukt wordt. Geef het uitsterven van fysieke post tien jaar, max.

Momenteel is 94 procent van alle post zakelijk. Dat gaat rap richting 100 procent met zulke prijsverhogingen. Betekent niet dat er meer verdiend wordt, steeds meer klanten haken af.

Het management van Post.NL ziet de bui al hangen en begint haar eerste vrije-markt-bedelronde voor sponsoring cq belastinggeld een maand of wat geleden. “De belastingbetaler moet mogelijk gaan meebetalen aan de instandhouding van de postbezorging in Nederland.” Zou dat ook betekenen dat het management dan onder de Balkenende-norm valt? Vinden ze vast niet leuk. Prijsverhogingen zonder nadenken over hoe verder wel.

Echt een slimme zet is het niet. Je dwingt burgers bedrijven te sponsoren omdat ze ons drukwerk willen opstudwringen. Zo wordt Nederland nooit ICT koploper. Daarnaast erger ik me gruwelijk aan de reclame van het staatsgokbedrijf gericht “aan de bewoner van…” Moet je eens proberen als eerzame bierbrouwer. Nee gokgruwels, ik wil jullie dode fijngefileerde bomen niet stukje bij stukje in de brievenbus. Ik wil ook niet bijdragen in jullie verzendkosten om anderen hetzelfde aan te doen. Die sticker met twee keer nee op de brievenbus betekent geen ja. Eerste nee is voor geen voornaam. Tweede nee voor geen achternaam. Adres onbekend. Daarom weet je mijn naam niet. Het is geen wiskunde waarbij min maal min plus is. Eerzame onbekenden lastig vallen in eigen huis met gokmeuk, hoe durf je! Betaal daar lekker zelf het volle pond voor.

Gelukkig is er is zoiets als het algemeen belang. Op de een of andere manier valt dat meestal in het voordeel van de ouwetjes uit. Vanwege ons algemene belang moet er vijf dagen per week post bezorgd worden, de universele postbezorging. Waarom? En wat is dat algemeen belang eigenlijk? Kun je het meten? Nee, natuurlijk niet dan moeten politici verantwoording afleggen over basale keuzes zoals de afweging van nationale prioriteiten versus kostbare rasstokpaardjes.

Als je de hele tijd achter de geraniums zit is het ongetwijfeld een feest om iedere dag naar de brievenbus te lopen en te zien of er nog post is. Maar moet de rest van Nederland jou daarvoor sponsoren? Je had ook kunnen leren met een computer om te gaan.

De postzegel wordt duurder en duurder omdat er minder post bezorgd wordt. In plaats van minder vaak per week post te bezorgen, wet van vraag en aanbod, wordt de postzegel duurder. De postzegel wordt duurder en duurder omdat er minder post bezorgd wordt….

Lees verder in deel 2: Deze Postzegel Vernietigt Zichzelf Over Vijf Seconden.

Psst, als je denkt dat zoiets alleen bij de post gebeurt, heb je het mis. Er wordt steeds minder televisie gekeken dus de reclameinkomsten van de publieke omroepen dalen. Geld erbij roepen ze. Algemeen belang enzo. Dan wil ik op zijn minst mijn Netflix abonnement van de belasting kunnen aftrekken.

Kopfoto gemaakt door Web Hosting, gevonden op Unsplash.

Bij Gamma Dragen Ze Allemaal een Luier

Vrouwen zijn slimmer dan mannen, ook als het over bouwmarkten gaat (zie deel een).

Gamma, altijd duurder dan u denkt. Gelukkig hebben we ook altijd te weinig voorraad zodat u bij de concurrent kunt ontdekken dat het vijf keer goedkoper kan. Lees deel twee over wat vooraf ging.

Of ik het wil hebben? Ja! Een vriendin heeft een prachtig zonnescherm over, drie jaar oud en electrisch bedienbaar. Weer bonuspunten voor dat vrouwvriendelijke huis van mij denk ik al likkebaardend. Volgens mij kan ze gedachten lezen. Kunnen waarschijnlijk alle vrouwen.

Over het algemeen ben ik niet bang uitgevallen, helaas heb ik wel last van hoogtevrees. Niet heel erg maar net genoeg om als ik het zonnescherm zelf ophang te eindigen als opengeklapte tomaat een half dozijn verdiepingen lager.

Een maat van me gaat het monteren en kwam gisteren even kijken. Natuurlijk nog wat bouten en moeren nodig die ik bij Hornbach haal. “Ja, want bij Gamma dragen ze allemaal een luier.” Verschroeide aarde. Vernietigend gewoon. En terecht. Die opmerking zegt alles. Er is niets meer om over te praten, afgeschreven, geen woorden meer aan vuilmaken.

Mijn ochtendritueel bestaat uit “nog negen minuten”, gevolgd door warme douche in combinatie met zeep, shampoo en scheerschuim. Als de dames tevreden zijn, ben ik het. Al 50 jaar. Toch probeert de reclame mij wijs te maken dat zonder aqua-hypo-deo-gezichts-dermifier-megaman-dingeskul mijn leven nu al voorbij is. Nog steeds niet de slimste thuis en ik was er misschien wel ingetrapt als net voorbij het oog van de camera de filmheld die het smeersel aanprijst niet een heel team – ja, de moderne, gevoelige post-metrosexuele man doet persoonlijke verzorging niet voor minder – van huidartsen en make-up adviseurs zich verstopt. Dan kun je de verpakking nog in zulke stoere mannenkleuren als oranje en grijs of groen en grijs, maar vooral veel grauwe tinten ontwerpen, ik trap er niet in.

Keihete zondagmiddag en GJ gaat naar Gamma. Ja, alweer. Tegenwoordig hebben de bouwboeren hun eigen “professional”-merk in de klassieke manverleidingskleuren blauw, grijs en parelzilver. Dat laatste is mijn beste gok voor de glitters. Laat ik nou net een hyperallergie voor Gamma hebben en doordat het lettertype 10 procent groter is, nog harder weglopen. Helaas.

Acteurs doen het mét computereffecten, klussers zonder. Zeker als er kleine kinderen in het spel zijn. Fijn dat het er leuk uitziet, maar is het ook veilig en functioneel? Mijn missie – en die heb ik met trots geaccepteerd – is wielen onder taalkasten maken. Het verleden is een grote vlek en het woord taalkast springt er niet echt uit. Waarschijnlijk iets van de laatste 40 jaar. Wat ze al niet verzinnen.

Omdat grote mensen voor kleine mensen zorgen, ben ik extra voorzichtig. Ook win ik wat advies in bij de fabrikant die wieltjes voor 150 euro ex. BTW verkoopt. Maar alleen als je ze meteen meebestelt. Niet iedereen in het onderwijsveld heeft even nobele motieven. Als je een aap-noot-mies-2.0 taalkaart kwijt bent kun je al een nieuwe kast a raison van 3.000 euro bestellen. Lijkt me een beetje overdreven als een op de vijf kinderen in de Maasstad in armoede opgroeit. Anders ook hoor.

Volgens de heersende logica is iemand die een schroevendraaier vasthoudt dom – bijna gestruikeld over de d/t – en iemand die klikt op een computermuis slim. Misschien dat ik daarom zolang nadenk over mijn ontwerp. Kan ook zijn dat ik als volwassene zeker wil weten dat het voor de kinderen veilig is.

Helemaal uit de tijd loop ik met een foto van mijn boodschappenlijstje – synchroniseren tussen PC en GSM is teveel moeite – langs de schappen. Blinkende professional schroeven heeft Gamma wel, niet dat ik er vertrouwen in heb. Waarschijnlijk mijn schuld omdat een van mijn bijnamen knutselsmurf is.

Voor elf kasten heb ik 44 wielen nodig. In het schap liggen er drie met rem en zeven zonder. Van ieder pak ik een even aantal, een onhoorbaar stemmetje waarschuwt mij. Verder heb ik nog schroeven nodig om de houten klosjes onder de kasten te zetten met bijbehorende schroeven. De wielen ga ik vastzetten met speciale houtdraadbouten.

Het enige goede wat ik over Gamma kan melden is dat alles in hetzelfde pad ligt – als het voorradig is. Met de beschikbare wielen kan ik precies 1,5 kast doen. Niet echt een fijn idee als de tweede kast op iemand valt omdat Gamma niet genoeg wieltjes met remmen op voorraad heeft. Soms rond je 1,5 af naar een. Voor de veiligheid.

Wat er is aan houtdraadbouten van M6 * 80 neem ik mee. Grootverpakking doet Gamma soms wel en soms niet aan. De kinderen hebben pech en een helder doosje van acht stuks kost 3,39. Ik heb er 176 nodig. Thuisgekomen bestel ik de rest van de wielen bij Gamma online, 10 kasten maal 30 euro is 300. Dankzij het internet kun je tegenwoordig ook spullen die je offline heb gekocht binnen 30 dagen retourneren.

In het Gamma assortiment ontbreekt een ding: een opzetstukje om die lange bouten met een machientje in te schroeven. Jullie weten al wat er gaat komen. Ook maandag is een zonnige dag en ’s avonds pak ik de fiets naar Hornbach. Ik heb niet veel nodig, alleen een opzetstukje van vijf euro. Helaas voor Gamma heb ik de prijzenpuzzel gedaan. De Duitse bouwwinkel verkoopt dezelfde maat houtschroeven per stuk en per pak. Gemiddeld kost zo’n schroef bij Hornbach acht cent terwijl “formule” Gamma er 42 voor rekent. Gaan we dus niet doen. Niet dat het uit mijn portemonnee komt.

Rond de eeuwwisseling raakte ik op een feestje in gesprek met iemand die zei dat als de baas betaalt, geld geen bezwaar is. Onzin. Op werkbezoek zat hij in een hotel waar de internetverbinding per mb afgerekend moest worden. Zowel een vriend als ik vonden het belachelijk om zoveel geld uit te geven als het niet nodig is, alleen omdat de baas betaalt.

Wat veel mensen niet weten is dat voor een aantal producten die je in de bouwmarkt koopt de kwaliteit niet noodzakelijk gelijk is aan wat de echte professionals gebruiken. Sommige contracten specificeren een minimumkwaliteit. Gamma had geen houtschroeven van bekende merken. Het eigen parelmoergrijze professional merk, als ik dat al serieus had genomen, had ze ook niet. Alleen onvoldoende voorraad van het huismerk lag in de schappen – tegen de vijfdubbele prijs van hun Duitse concurrent. Het is geen sprookje, maar ik schroefde nog lang en goedkoop.

Ondertussen zijn er ook nog 12 kilo ronde wielen onderweg, maar daarover binnenkort meer in deel vier van waarom Gamma geen geld wil verdienen. Echt niet? Nee, echt niet.

Het Gekkenhuis dat Gamma Heet

Gamma en andere bouwmarkten kunnen de concurrentie met nieuwkomer Hornbach niet aan. Wanhoop, in plaats van goed management, regeert.

Als je altijd makkelijk geld hebt verdiend, weet je niet wat concurrentie is. Moet je ook niet verbaasd zijn dat de kat uit de boom klettert terwijl je uitkijkt naar betere tijden.

“Ga maar meteen naar de Hornbach. Gamma heeft het toch niet” zei mijn volleerd a-technische Zoete twee jaar geleden. Hoe erg kun je het verprutsen? Nou, zo zeer dat Gamma tegenwoordig standaard een rechtzaak aanspant in iedere stad met plannen voor een Hornbach vestiging. Blijkbaar levert een paar maanden uitstel van executie meer op dan je als gegarandeerd verliezer kwijt bent aan proceskosten. Tijd voor rechtse politici om te stoppen met klagen over calculerende burgers. Naar de rechter gaan terwijl je weet dat je verliest, dat is nog eens berekende wanhoop.

Eigen schuld, je hoeft geen medelijden te hebben. Onlangs moest ik een rubber ring hebben voor de afvoer. Gamma is de dichtsbijzijnde bouwmarkt. Niet dat ik er graag kom want beide cassieres (ook daarop bezuinigen ze) zijn 24/7/365 chagerijnig. Zo erg zelfs dat afrekenen voelt alsof je een wildvreemde tot orgaandonatie dwingt. Eén man daar heeft kennis van zaken en ik vroeg hem. “We hebben alleen rubber ringen in een set van 10 verschillende maten.” We vonden het beiden absurd, 90 procent kun je weggooien. “De grote baas houdt vast niet van zijn kinderen” schamperde ik, waarop de vakman in de lach schoot. Toen ik een paar dagen later de juiste maat bij Hornbach vond, bedacht ik me dat er voor hem altijd werk is.

Met de komst van commerciele televisie deed ook het fenomeen woonprogramma zijn intrede. Bouwmarkten konden hun geluk niet op en sponsorden als gekken. De hele inrichting werd overhoop gehaald – van de bouwmarkt wel te verstaan. Leuke, lieve, geinige, vrouwendingetjes bij de ingang. Het echte spul veraf of “tijdelijk” niet op voorraad. De consument heeft altijd gelijk maar gipspleister komt nog steeds voor gordijnen, letterlijk. Geen vent die thuis ruzie wil omdat hij de gordijnen heeft opgehangen voor de muren gesaust zijn. Moet de bouwmarkt het wel hebben.

Net zo handig, personeel aan wie je vragen kunt stellen. Hornbach heeft het wel, Gamma niet. Daar lijkt het motto: een scholier die vakken vult, kan best advies over electrische installaties geven. Als de boel afbrandt valt het toch nooit te bewijzen, dubbel goedkoop zeg maar. En hopelijk ver van mijn bed.

Als het personeel er geen snars van snapt, kun je net zo goed klusapparatuur bij de supermarkt kopen, kan nooit slechter zijn dan het bouwmarkt-huismerk. Met een beetje geluk is jouw Aldi of Lidl apparaat gemaakt door A-merk Bosch (echt gebeurd). En toen kwam de Action met een verfkwast van 50 cent. Zelfs Ikea moest even slikken.

Begin vorig jaar riep Intergamma, het moederbedrijf van Gamma en Karwei dat het 100 miljoen in online verkoop gaat investeren. Voorlopig gaat ‘m dat niet worden. Ik herinner me nog dat “schattige tuintafeltje” voor de lieve prijs van 39 euro. Werd overigens bijna gratis thuisbezorgd voor slechts 89 euro ofzo. “Er is altijd wat te doen”, zeker als je topmanager bij Gamma bent! Tenzij ze daar echt geen geld willen verdienen natuurlijk.

En geld verdienen houdt Gamma niet van. Dat merk ik als ik online plantjes ga kopen in deel twee. Vier kulbladige planten voor bijna 30 euro.

Kopfoto gemaakt door Randy Fath, gevonden op Unsplash.

Valse Noot: Hogere Toonkunstenaars Eisen Betaald Voorrecht

Hartstikke pech als je geen droge boterham met de hogere kunsten kunt verdienen. Dat geeft je niet het recht om kwaad te worden op amateurs die gratis optreden.

Als er een klager over de dam is… Ervaren krantenlezers weten wat er komt na de verhalen over klassieke musici die voor niks optreden. Klaaghoofdcommentatoren weten niet hoe rap ze ja moeten knikken. Het gaat zelfs zo snel dat ik niet eens weet of er al een eerste hoofdredactioneel commentaar is gepubliceerd.

Weet je wat pas oneerlijk is? Dat ik geen Indiana Jones kon worden. Blijkt dat het geen echt beroep is. Ergens op de middelbare school hinkte ik op drie gedachten, archeologie studeren en waarschijnlijk geen werk, het korps commandotroepen maar gegarandeerd geen kans op toelating of economie. Toevallig vind ik het gaaf om te begrijpen hoe bedrijven werken.

Het was overigens hard nodig dat ik economie ging studeren. Op de pientere leeftijd van acht jaar begreep ik de wereld niet. Een beetje onnozel achteraf, maar ik geloofde dat alleen bedrijven die het slecht deden, reclame maakten. Tegenwoordig snap ik het een stuk beter en zeg niets over de semi-simultane prijsverhoging van KPN en ZiggoVodafone.

Geen idee hoe, er was toen nog geen internet, maar op de middelbare school realiseerde ik me dat met al dat graven in de grond geen guldens of dubloenen te verdienen zijn. Sorry Indiana Jones, misschien had ik toch moeten kiezen voor Back to the Future.

Als je mijn meters Billy boekenkasten ziet, begrijp je dat het geen eenvoudige keuze was. Dat werd nog erger toen ik mij als verse feut op de Erasmus Universiteit door professor Chiang’s “Fundamental Methods of Mathematical Economics” moest worstelen. Ben er nog steeds een beetje verbaasd over. Soms wordt ik ’s nachts wakker en vraag me af wat ik met die kennis moet. Erfenis van Jan Tinbergen toevallig, lieve alma mater?

Het is een triest verhaal, ik geef het toe. Geen archeologie, Indiana Jones bestaat niet en dan ook nog allemaal boeken die je later nooit meer nodig hebt. Je moet wat doen voor een baan tegenwoordig.

Mij hoor je niet klagen, als student kluste ik bij als DJ. Meestal voor weinig, soms voor veel maar ook graag gratis. Liefde voor muziek zeg maar. Ondertussen worstelde ik mij wel door suffe wiskundeboeken. Geloof me, ze waren keihard oersaai. Ook wist ik dat ik nooit Indiana Jones zou worden. Toen ik groot was, kreeg ik toch een leuke baan en van het geld dat ik overhoud aan het einde van de maand, reis ik de wereld rond. Hoeveel mensen hebben Persepolis met eigen ogen aanschouwd, denk je? Geen Indiana Jones, wel gelukkig.

Het feit dat je iets leuk vindt, bijvoorbeeld dwarsgefileerde blaasxylofoon spelen, betekent niet dat jouw opleiding je ook recht geeft op een goedbetaalde baan voor het leven.

En laten we eerlijk zijn, als ik eindelijk begrijp dat ook succesvolle bedrijven reclame maken, wordt het hoog tijd dat jij je realiseert dat je leeft in een muzikale wereld van meer aanbod dan vraag. Het is een klassieker, maar dat vraagt offers. Of omscholing. Limburg, mijnen. Meer zeg ik niet.

Je kunt natuurlijk ook altijd “back to the eighties” DJ worden. Er is een plekje vrij, want ik weiger het al jaren, gratis of betaald.

Wordt zeker vervolgd…

Overigens professor Chang schreef nog een tweede deel. Als keuzevak gedaan en tijdens les een vertelde onze docent enthousiast dat we aan het einde het traject van een raket naar de maan konden berekenen. Nou, Jeff Bezos heeft nog steeds niet gebeld. Elon Musk trouwens ook niet. Daar zit je dan met je goeie gedrag.

Kopfoto gemaakt door Manuel Nägeli, gevonden op Unsplash / Ivo Rainha, gevonden op Unsplash. Afbeeldingen bewerkt en gecombineerd.

Competitie in Kringloopland

Gemeentelijke kringloopwinkel Piekfijn schijnt niets te leren van Opnieuw & Co, letterlijk en figuurlijk een grote concurrent die een paar meter verderop neergestreken is.

Natuurlijk is het interessant om een analyse van de meest succesvolle bedrijven ter wereld te maken, maar is het ook realistisch als aandelenanalisten al bijvoorbaat gaan stijgeren als het kwartaalresultaat afwijkt van hun voorspelling in plaats van andersom? Sowieso, als een man 150 miljard (1) kan verdienen in twee decennia, is er dan niets mis met de veelgeprezen marktwerking?

De wet van vraag en aanbod geldt ook voor het ‘laagste’ segment en is daar veel beter observeerbaar. Al jaren haal ik bierglazen bij de kringloopwinkel. De voorraad was inmiddels ver geslonken en ik ging weer eens langs.

On-Rotterdamse Treurigheid

Schandalig, restanten “tweedehands verf” voor een euro kilo. Nieuwe verf is net zo gek, twee euro per kilo. Ooit van de Action gehoord, Piekfijn?

Tot voor kort had de gemeente het monopolie in de stad en ik moet zeggen, die kringloopwinkels zijn een van de weinige schandvlekken op het blazoen van mijn Maasstad. Bij Piekfijn liggen de prijzen hoog, 140 euro voor een tweedehands fiets iemand? Marktplaats is goedkoper. Een ander voorbeeld: een strijkijzer zonder snoer voor 10 euro, ronduit belachelijk en nog gevaarlijk ook. Je moet er zelf het snoer opzetten en weten dat je daar met linnen omkleed kabel voor gebruikt vanwege brandgevaar. Een plastic snoer smelt meteen als het met een heet strijkijzer in aanraking komt. Voor je het weet heb je kortsluiting of brandt je huis af.

Nadat ik het snoer gezien had, liep ik langs de electronica, de handelswaar leek lukraak in een hoek gesmeten. Kabels zijn niet netjes opgeschoten met een tie-wrap, maar alles door elkaar. Wie kan het wat schelen, schamperde ik tegen mijzelf.

De gemeentelijke kringloopwinkels stralen een soort treurigheid uit, zelfs de mensen die er werken kijken niet blij. Dat is me al vaker opgevallen. Loop je langs, geen hallo of wat. Als je ze zelf groet, kijken de medewerkers je aan alsof je van Mars komt.

Als het echter op gebruikte spullen innemen aankomt, hebben ze ineens kapsones. Ik ben tegen weggooien van goede spullen en een tijdje geleden hielp ik een vriendin een oude stoel wegbrengen. De medewerker vond het eigenlijk niks die prima stoel die alleen een beetje oud was. Over kapsones gesproken. “We kijken even en anders gaat ie de kraker in.” Plak er een briefje op: “Moet weg, 10 euro” en voor het einde van de dag neemt iemand ‘m mee. Normaal zou ik een grapje maken over kringloopmedewerkers die teveel verdienen en daarom hun neus ophalen voor zo’n stoel, maar ik geloof niet dat de mensen bij Piekfijn – zou het misschien aan de naam liggen? – veel meer dan het minimumloon verdienen. Het is een on-Rotterdams vervelende winkel.

Wankoop van de week

Wat te denken van een klein TVtje – ik schat 24 of 28 inch, zonder afstandsbediening voor 75 euro? Het is een onbekend merk dus een vervangende afstandsbediening wordt moeilijk en kostbaar. Gelukkig heeft het apparaat wel DVD aan boord. Altijd nutteloos in de tijd van Netflix en Blu Ray.

Die groene sticker voorop is ook niet handig – en een teken van totale desinteresse in wat je verkoopt.

Net even gekeken en Bol.com verkoopt voor 149 euro een prima 32 inch TV, heb je er ook nog garantie op. On-Rotterdams schandalig.

Een kringloopwinkel heeft meerdere functies. Het gaat verspilling tegen, hergebruik is goed voor het milieu en het is een uitkomst voor mensen met een kleine portemonnaie. OK, ik ben een buitencategorie omdat ik er alleen voor bierglazen kom iedere paar jaar. Het is nou eenmaal leuk als je bierglazen in alle soorten en maten met merkjes erop hebt.

Lichtend voorbeeld

grote kringloopwinkel Opnieuw & Co, Rotterdam

Groot he?

Tegenover mijn tankstation is onlangs een nieuwe gigantische kringloopwinkel geopend, 2200 vierkante meter – de gemiddelde supermarkt past daar met gemak een paar keer in. Voor ik naar Piekfijn ging, had ik bij Opnieuw & Co gekeken. Mijn mond viel open van verbazing en dat lag niet aan het gigantische vloeroppervlak. Er was goed over de opzet nagedacht. Heel slim begint de winkel met een brocanterie. Een stoel van grootmoeder is ouwe meuk, maar zet er een dozijn bij elkaar, strooi er wat aardewerk door en je hebt een brocanterie. Het doet niet onder voor de gemiddelde antiekwinkel, wat ook meteen de willekeur aangeeft hoeveel iets waard is.

Op de benedenverdieping staan verder de meubels – ik telde diverse tweepersoonbedden – kleding, witgoed en fietsen. Fietsen zijn hier overigens ook 140 euro. Van steigerhout waren een aantal bakken voor fotolijstjes getimmerd, weer zo’n handig idee. Het beste idee overigens is een klein cafeetje waar je thee en koffie kunt drinken en een tosti of een broodje ei eten voor EUR 1,25. Waarom niet dacht ik? Opnieuw & Co zit op een klein industrieterrein dat tegen de spoorlijn aanligt. Met de bedrijfjes daar heb je altijd aanloop. Mensen die er een betaalbaar broodje eten, zullen vaak even rondlopen en voor je het weet, heb je extra omzet op je kassa staan.

Als je met de trap naar boven loopt, wordt je verrast doordat alle plastic gebruiksvoorwerpen op kleur staan gesorteerd, geel bij geel, rood bij rood en idem voor blauw. Ook het glaswerk staat netjes gesorteerd, een verademing vergeleken met de gemeentelijke kringloopwinkels. Er is goed over nagedacht en de boel wordt netjes bijgehouden.

Is het rendabel?

Zo kan het dus ook. Een helder bord bij de ingang waar je club voor staat.

Als controller vraag je jezelf natuurlijk meteen af of het rendabel is, zeker met zo’n grote winkel. Opnieuw & Co heeft geen winstoogmerk, maar moet natuurlijk wel quitte draaien. De helft van de omzet gaat op aan personeelskosten en een kwart aan huisvesting. Ondanks dat er altijd volk in de winkel is, is je gemiddelde kassaomzet relatief laag. De grootte van de winkel maakt ook dat je veel medewerkers nodig hebt. Het bord bij de ingang spreekt van 500 medewerkers over vijf filialen, maar ja hoeveel voltijdsbanen zijn dat?

Het is niet alleen het vloeroppervlak – en daarmee de keuze – die de kringloopwinkel aantrekkelijk maakt. Ook de lichte, verzorgde uitstraling doet het erg goed. Net zo belangrijk zijn de goederen die mensen weggeven aan kringloopwinkels. De gemeentelijke kringloopwinkel kan op weinig sympathie van de meeste mensen rekenen. Nu er een alternatief is, vermoed ik dat de goederenstroom richting Piekfijn een stuk kleiner wordt.

Ik denk dat het bij Opnieuw & Co anders is. De winkel zelf is een positieve ervaring, erg belangrijk voor de gunfactor als je gebruikte spullen wilt wegdoen. Daarnaast werkt Opnieuw & Co samen met diverse instellingen, waaronder een MBO opleiding. Met 500 medewerkers kan dat alleen maar positief uitvallen voor wat mensen doneren.

Als je je zorgen maakt over je baan, kun je natuurlijk ook zelf initiatief nemen en bijvoorbeeld het glaswerk eens sorteren.

Ondanks alles lijkt zo’n grote kringloopwinkel een gewaagde onderneming, zeker als over een tijdje de nieuwigheid er vanaf is. De concurrentie is er echter niet gerust op. Toen ik mijn bierglazen bij Piekfijn afrekende, raakte ik aan de praat, ja dat is niet onmogelijk bij Piekfijn. “Zijn er veel mensen?” vroeg de dame achter de kassa. Zij begrijpt prima dat er een stevige concurrent bijgekomen is. Haar baas echter reageert halfhartig – en gesubsidieerd – door alle meubels boven de 20 euro gratis te bezorgen in de regio. Er wordt gratis geleverd als het kengetal voor de vaste telefoon met 010 begint. Zelfs als je inkoopprijs nul is, verdien je niks als je een kast van 20 euro met twee man in Pernis moet afleveren. Op zo’n manier zijn het duurbetaalde minimumloon banen.

Misschien dat het management van Piekfijn harder zijn best moet gaan doen om het bestaan te blijven rechtvaardigen. Niets zo goed als een beetje concurrentie. Behalve misschien een lekker biertje bij deze tropische temperaturen in een mooi bierglas. Proost!

  1. Een van de meest interessante analyses over Amazon staat in “The Four: The Hidden DNA of Amazon, Apple, Facebook, and Google” (2017) van Scott Galloway