Zorg en Marktwerking

Zorgkosten rijzen uit de pan. Het is in ieders belang dat Nederland ze onder controle krijgt. Soms gaat er een zorgondernemer failliet. Vervelend, vooral voor patienten en medewerkers, maar laten we ook zorgen dat de lessen tot versteviging van ons zorgstelsel leiden.

Voordat je kunt deelnemen aan enige discussie, moet je vooraf je positie bepalen. Gezondheidszorg is een algemeen goed, zoals bijvoorbeeld defensie. In 95 procent van de gevallen moet een patient zonder meerkosten geholpen kunnen worden.

Waar veel mensen niet aan willen, is dat er een grens is aan wat wij als maatschappij kunnen en willen bekostigen. Een medicijn voor een miljoen per jaar, graag? Maar wat als dat pilletje een miljard kost? En heb je ooit gedacht over hoe dat geld anders besteed kan worden? Meer geld naar onderwijs of extra blauw op straat? De zak geld die naar de belasting gaat, we verdienen met z’n allen die pecunia, is niet eindeloos. Geld lenen omdat mensen er nou eenmaal recht op hebben, lijkt leuk totdat je nadenkt over de last die het voor toekomstige generaties betekent. Je wilt tenslotte ook niet dat jouw kinderen de hypotheek op jouw huis moeten afbetalen terwijl je allang onder de groene zoden ligt.

Zorg is letterlijk een kwestie van leven en dood – als in onomkeerbaar. Zelfs als dat niet het geval is, wil niemand voortstrompelen tot het bittere einde in eeuwige pijn. Die solidariteit en medemenselijkheid maakt dat de meeste mensen begrijpen dat er keuzes gemaakt moeten worden.

Een jaar of 15 geleden werkte ik in de zorg aan de invoering van gemiddelde prijzen per ziekte (DBC). Jan en alleman was zoals gewoonlijk tegen. Vraag het ze zonder dat ze weten waar het over gaat: “voor of tegen?” We zijn altijd tegen veranderingen. De analoge pers, zich langzaam realiserend dat ze verdronk in de zee van enen en nullen, hielp ook al niet. Ophitserige klikstukjes over zielepoten die 1.000 euro moesten betalen voor een bezoekje aan de Eerste Hulp. Kan me niet herinneren dat er kranten waren die fulmineerden over patienten die het ziekenhuis uitliepen [sic] terwijl de rekening die aan hun verzekering werd gestuurd, te laag was.

Voor mij is solidariteit – onder de paraplu van gezond verstand en grenzen – een van de belangrijkste kenmerken van de Nederlandse gezondheidszorg. Geloof me, 99 procent van ons Lage Landje is niet rijk genoeg om een intensieve medische behandeling te betalen en vroeger of later komt die dag voor ons allen.

Met de invoering van de DBC’s kwamen ook de zorgondernemers. Vanzelfsprekend verdienen zorginstellingen een schop onder hun kont, je geeft immers andermans centen uit en als het gemakkelijk geld regent, wordt je lui. De belangrijkste kritiek op gemiddelde zorgprijzen is dat ze niet kloppen, dat klopt! Het is echter onmogelijk om voor iedere behandeling de echte prijs te berekenen. De gevleugelde uitspraak “verschillende kosten voor verschillende doeleinden” is zo waar. Hoe verdeel je de kosten van mensen die de website onderhouden? Per patient? Dat kan. Sommige patienten zijn echter veel duurder dan anderen, wat nu? Afschaffen dan maar?

Zorgondernemers worden gedreven door een varieteit aan motieven. Sommigen onderwerpen zich aan Plutus, de Romeinse god van de rijkdom. Anderen, meer puur op de graat – en meestal gedreven dokters – willen het beste voor hun patient, kostte wat het kost. Soms is beroepsdeformatie het grootste compliment wat je iemand kunt maken.

Uiteindelijk zorgen al die verschillende krachten ervoor dat ons zorgstelsel langzaam uit elkaar getrokken wordt. Een kliniek voor dermatologie heeft minder kosten dan je eigen privé praktijk voor moeilijke chirurgie. Een ziekenhuis zonder mensen die voor alle overige zaken, zoals receptie, zorgen, is niet werkbaar. Het werk is belangrijk en hun salaris moet ergens van betaald worden. Maar hoe minder hoe beter en daarom zie je vooral privéklinieken voor dermatologie, maar niet voor hartchirurgie. De overheid bepaalt de prijzen en afhankelijk van je medische voorkennis is het soms, zelfs met de beste financiele genieen, onmogelijk om een specialistisch kostendekkend medisch centrum draaiend te houden. Dat is niet de schuld van de artsen, netzomin als het de schuld is van doktoren die winst maken op hun prive praktijk. Zoals altijd: de politiek beslist.

Experimenteren is noodzakelijk. Niemand wil dat er zoveel geld aan het laatste levensjaar van hun ouders wordt besteed, dat de wijzer naar de andere kant doorslaat en hun [klein]kinderen geen toekomst meer hebben. Toch maken veel mensen zich zorgen over die verdeling. Het zorgstelsel in haar huidige vorm heeft niet alleen financiele voordelen, maar ook nieuwe, universeel inzichtbare toepassingen gebracht. Nu is het aan de politiek om daaruit lessen te trekken en vervolgstappen te nemen.

Artsen worden iedere dag gedwongen moeilijke keuzes te maken. Sommige artsen zoals oncologen (medici gespecialiseerd in het gevecht tegen kanker) hebben niet eens de luxe om hun patienten alternatieven voor te leggen. Ondertussen zitten zij, die luidkeels hebben geroepen de verantwoordelijkheid te nemen voor een “beter” [sorry, kon het niet laten] Nederland, dagelijks met hun gevoelige billetjes op het pluche. Tijd voor actie dames en heren parlementsleden! Lees en leer. En nee dat is geen keuze tussen trouw aan het coalitieaccoord of de partijdiscipline versus het belang van alle Nederlanders. Het gaat om het verschil tussen diegenen die terecht in de Kamer zitten en zij die hebben gekozen daar in te verdwalen.

Competitie in Kringloopland

Gemeentelijke kringloopwinkel Piekfijn schijnt niets te leren van Opnieuw & Co, letterlijk en figuurlijk een grote concurrent die een paar meter verderop neergestreken is.

Natuurlijk is het interessant om een analyse van de meest succesvolle bedrijven ter wereld te maken, maar is het ook realistisch als aandelenanalisten al bijvoorbaat gaan stijgeren als het kwartaalresultaat afwijkt van hun voorspelling in plaats van andersom? Sowieso, als een man 150 miljard (1) kan verdienen in twee decennia, is er dan niets mis met de veelgeprezen marktwerking?

De wet van vraag en aanbod geldt ook voor het ‘laagste’ segment en zijn daar veel beter observeerbaar. Al jaren haal ik bierglazen bij de kringloopwinkel. De voorraad was inmiddels ver geslonken en ik ging weer eens naar de kringloopwinkel.

On-Rotterdamse Treurigheid

Schandalig, restanten “tweedehands verf” voor een euro kilo. Nieuwe verf is net zo gek, twee euro per kilo. Ooit van de Action gehoord, Piekfijn?

Tot voor kort had de gemeente het monopolie in Rotterdam en ik moet zeggen, die kringloopwinkels zijn een van de weinige schandvlekken op het blazoen van mijn Maasstad. Bij Piekfijn liggen de prijzen hoog, 140 euro voor een tweedehands fiets iemand? Marktplaats is goedkoper. Een ander voorbeeld: een strijkijzer zonder snoer voor 10 euro, ronduit belachelijk en nog gevaarlijk ook. Je moet er zelf nog het snoer opzetten en weten dat je daar met linnen omkleed kabel voor gebruikt vanwege brandgevaar. Een plastic snoer smelt meteen als het met een heet strijkijzer in aanraking komt. Voor je het weet heb je kortsluiting of brandt je huis af.

Nadat ik het snoer gezien had, liep ik langs de electronica, de handelswaar leek lukraak in een hoek gesmeten. Kabels zijn niet netjes opgeschoten met een tie-wrap, maar alles door elkaar. Wie kan het wat schelen, schamperde ik tegen mijzelf.

De gemeentelijke kringloopwinkels stralen een soort treurigheid uit, zelfs de mensen die er werken kijken niet blij. Dat is me al vaker opgevallen. Loop je langs, geen hallo of wat. Als je ze zelf groet, kijken de medewerkers je aan alsof je van Mars komt.

Als het echter op gebruikte spullen innemen aankomt, hebben ze ineens kapsones. Ik ben tegen weggooien van goede spullen en een tijdje geleden hielp ik een vriendin een oude stoel wegbrengen. De medewerker vond het eigenlijk niks die prima stoel die alleen een beetje oud was. Over kapsones gesproken. “We kijken even en anders gaat ie de kraker in.” Plak er een briefje op: “Moet weg, 10 euro” en voor het einde van de dag neemt iemand ‘m mee. Normaal zou ik een grapje maken over kringloopmedewerkers die teveel verdienen en daarom hun neus ophalen voor zo’n stoel, maar ik geloof niet dat de mensen bij Piekfijn – zou het misschien aan de naam liggen? – veel meer dan het minimumloon verdienen. Het is een on-Rotterdams vervelende winkel.

Wankoop van de week

Wat te denken van een klein TVtje – ik schat 24 of 28 inch, zonder afstandsbediening voor 75 euro? Het is een onbekend merk dus een vervangende afstandsbediening wordt moeilijk en kostbaar. Gelukkig heeft het apparaat wel DVD aan boord. Altijd nutteloos in de tijd van Netflix en Blu Ray.

Die groene sticker voorop is ook niet handig – en een teken van totale desinteresse in wat je verkoopt.

Net even gekeken en Bol.com verkoopt voor 149 euro een prima 32 inch TV, heb je er ook nog garantie op. On-Rotterdams schandalig.

Een kringloopwinkel heeft meerdere functies. Het gaat verspilling tegen, hergebruik is goed voor het milieu en het is een uitkomst voor mensen met een kleine portemonnaie. OK, ik ben een buitencategorie omdat ik er alleen voor bierglazen kom iedere paar jaar. Het is nou eenmaal leuk als je bierglazen in alle soorten en maten met merkjes erop hebt.

Een lichtend voorbeeld

grote kringloopwinkel Opnieuw & Co, Rotterdam

Groot he?

Tegenover mijn tankstation is onlangs een nieuwe gigantische kringloopwinkel geopend, 2200 vierkante meter – de gemiddelde supermarkt past daar met gemak een paar keer in. Voor ik naar Piekfijn ging, had ik bij Opnieuw & Co gekeken. Mijn mond viel open van verbazing en dat lag niet aan het gigantische vloeroppervlak. Er was goed over de opzet nagedacht. Heel slim begint de winkel met een brocanterie. Een stoel van grootmoeder is ouwe meuk, maar zet er een dozijn bij elkaar, strooi er wat aardewerk door en je hebt een brocanterie. Het doet niet onder voor de gemiddelde antiekwinkel, wat ook meteen de willekeur aangeeft hoeveel iets waard is.

Op de benedenverdieping staan verder de meubels – ik telde diverse tweepersoonbedden – kleding, witgoed en fietsen. Fietsen zijn hier overigens ook 140 euro. Van steigerhout waren een aantal bakken voor fotolijstjes getimmerd, weer zo’n handig idee. Het beste idee overigens is een klein cafeetje waar je thee en koffie kunt drinken en een tosti of een broodje ei eten voor EUR 1,25. Waarom niet dacht ik? Opnieuw & Co zit op een klein industrieterrein dat tegen de spoorlijn aanligt. Met de bedrijfjes daar heb je altijd aanloop. Mensen die er een betaalbaar broodje eten, zullen vaak even rondlopen en voor je het weet, heb je extra omzet op je kassa staan.

Als je met de trap naar boven loopt, wordt je verrast doordat alle plastic gebruiksvoorwerpen op kleur staan gesorteerd, geel bij geel, rood bij rood en idem voor blauw. Ook het glaswerk staat netjes gesorteerd, een verademing vergeleken met de gemeentelijke kringloopwinkels. Er is goed over nagedacht en de boel wordt netjes bijgehouden.

Is het rendabel?

Zo kan het dus ook. Een helder bord bij de ingang waar je club voor staat.

Als controller vraag je jezelf natuurlijk meteen af of het rendabel is, zeker met zo’n grote winkel. Opnieuw & Co heeft geen winstoogmerk, maar moet natuurlijk wel quitte draaien. De helft van de omzet gaat op aan personeelskosten en een kwart aan huisvesting. Ondanks dat er altijd volk in de winkel is, is je gemiddelde kassaomzet relatief laag. De grootte van de winkel maakt ook dat je veel medewerkers nodig hebt. Het bord bij de ingang spreekt van 500 medewerkers over vijf filialen, maar ja hoeveel voltijdsbanen zijn dat?

Het is niet alleen het vloeroppervlak – en daarmee de keuze – die de kringloopwinkel aantrekkelijk maakt. Ook de lichte, verzorgde uitstraling doet het erg goed. Net zo belangrijk zijn de goederen die mensen weggeven aan kringloopwinkels. De gemeentelijke kringloopwinkel kan op weinig sympathie van de meeste mensen rekenen. Nu er een alternatief is, vermoed ik dat de goederenstroom richting Piekfijn een stuk kleiner wordt.

Ik denk dat het bij Opnieuw & Co anders is. De winkel zelf is een positieve ervaring, erg belangrijk voor de gunfactor als je gebruikte spullen wilt wegdoen. Daarnaast werkt Opnieuw & Co samen met diverse instellingen, waaronder een MBO opleiding. Met 500 medewerkers kan dat alleen maar positief uitvallen voor wat mensen doneren.

Als je je zorgen maakt over je baan, kun je natuurlijk ook zelf initiatief nemen en bijvoorbeeld het glaswerk eens sorteren.

Ondanks alles lijkt zo’n grote kringloopwinkel een gewaagde onderneming, zeker als over een tijdje de nieuwigheid er vanaf is. De concurrentie is er echter niet gerust op. Toen ik mijn bierglazen bij Piekfijn afrekende, raakte ik aan de praat, ja dat is niet onmogelijk bij Piekfijn. “Zijn er veel mensen?” vroeg de dame achter de kassa. Zij begrijpt prima dat er een stevige concurrent bijgekomen is. Haar baas echter reageert halfhartig – en gesubsidieerd – door alle meubels boven de 20 euro gratis te bezorgen in de regio. Er wordt gratis geleverd als het kengetal voor de vaste telefoon met 010 begint. Zelfs als je inkoopprijs nul is, verdien je niks als je een kast van 20 euro met twee man in Pernis moet afleveren. Op zo’n manier zijn het duurbetaalde minimumloon banen.

Misschien dat het management van Piekfijn harder zijn best moet gaan doen om het bestaan te blijven rechtvaardigen. Niets zo goed als een beetje concurrentie. Behalve misschien een lekker biertje bij deze tropische temperaturen in een mooi bierglas. Proost!

  1. Een van de meest interessante analyses over Amazon staat in “The Four: The Hidden DNA of Amazon, Apple, Facebook, and Google” (2017) van Scott Galloway

De Huizenmarkt is een Heks

Het Algemeen Dagblad kopt vandaag: ‘Oudere huizenbezitter wil overwaarde cashen, maar zit vast in zijn woning.’ Ach gossie, wat had je dan verwacht?

Leuk he, toen halverwege jaren negentig RTL’s Eigen Huis En Tuin – en aanverwante gesponsorde programma’s- de huizenmarkt tot op grote hoogte jaagden? Helaas. Je huis zal maar drie keer over de kop zijn gegaan en je kunt het aan niemand verkopen omdat ze het niet kunnen betalen. Dat de banken het willen financieren is een ander verhaal.

Kinderen de deur uit en dan? Zelf ben ik opgegroeid in het Brabantse plaatsje Roosendaal. Iedere keer als ik er kom, slaak ik een zucht van verlichting dat ik tegenwoordig in Rotterdam woon. Eerlijk is eerlijk, sinds de burgemeester de coffeeshops heeft verbannen, het Brabantse Roosendaal ligt een paar kilometer van de Belgische grens, achtervolgen drugcriminelen elkaar al schietend vanuit de straat waar mijn zevenjarig nichtje opgroeit tot recht voor het politiebureau. “Ja broer, de tijden zijn veranderd sinds wij klein waren.” Dat betekent ook dat we met z’n allen dankbaar moeten zijn voor hoe dom sommige criminelen zich gedragen.

De figuren op het pluche ondertussen? Waarom zouden we hen geen rendements-eis opleggen? Ha ha, valstrikvraag. De pluchionairs zijn immers degenen die de wetten maken. Oeps.

OK, dat was een vrij extreem voorbeeld, maar ja, wat doe je in je ‘gouden jaren’ – emmertje iemand? – als niemand kan betalen wat je huis niet waard is? RTL aanklagen? Sinds John de Mol de succesnummers heeft weggekaapt, valt ook daar niet veel meer te halen.

Een huis is om in te wonen, beetje betaalbaar dus. Aan het einde van de rit heb je een appeltje voor de dorst. Helaas, sinds Airbnb – ik vermoed dat ze niet werkzaam zijn in Roosendaal – gaat dat zo niet meer. Een huis is niet om in te wonen, maar om je opbrengst te maximaliseren, desnoods neem je de kinderen mee naar de camping. Iedereen weet tenslotte dat overal in Nederland er 220 Volt uit het stopcontact komt. Kun je dat witte hemd voor op kantoor prima mee strijken.

En de kinderen? Die vertel je gewoon dat het leven een groot feest is, als in altijd kamperen, een camping met hindernissen weliswaar. In de rij voor de [gemeenschappelijke] douche, in de rij om tanden te poetsen bij een groezelige wasbak en hop naar school.

Dagen, weken, maanden of jaren, het maakt niet uit. Jouw kinderen zullen nooit genoeg geld hebben om een eensgezinswoning te kopen – een van het soort waar ze in opgegroeid zijn. Over geboorteonrecht gesproken.

Jij ondertussen, zoekt wanhopig naar een koper voor dat huis waar iedereen ‘van droomt’. Ken je die megahit van Marco Borsato nog: “Dromen zijn bedrog?” Het is “de waarheid.”

Geldhaai Krijgt Deksel op Neus

Niemand wordt harder uitgebuit dan mensen die geen geld hebben. Heb je pegels, wil iedereen het. Toeslagen, garantstelling? “Daar doen wij niet aan geachte client.” Heb je niks te makken, wordt je tot de laatste druppel uitgemolken.

Flitskredieten zijn niet meer dan uitstel van executie. De slimste ben ik zeker niet, maar rekenen kan ik als de beste. Ook ben ik een beetje naief, ik dacht altijd dat rente een vergoeding is voor alle kosten die een geldverstrekker maakt. Zo werkt het tegenwoordig niet meer.

Misschien ligt dat laatste ook wel een beetje aan de Nederlandse Staat. Graaiende politici die vinden dat het gepeupel – u en ik dus – teveel geld hebben en bovenop de boete administratiekosten zijn gaan rekenen.

Een flitskrediet is niet meer dan een kortlopende lening. De gouden regel is, hoe langer het krediet loopt, hoe lager de rente. In de prakijk is het heel soms tegenovergesteld – een omgekeerde rentestructuur – maar dan zit de economie in zwaar weer.

Stel je komt 100 euro tekort. Volgende maand komt je salaris weer, maar je moet het geld nu hebben. De flitskredietmeneer, of -mevrouw, wil je graag helpen. Wanhopig graag zelfs. Voor een kleine vergoeding, de basisrente is zeer redelijk, heb je vandaag nog die honderd hardnodige pegels op je bankrekening staan. Een belangrijk detail: de geldverstrekker wil wel zijn centen terug. Logisch, iedere bankier weet dat mensen die bereid zijn astronomische rentes te betalen, geen enkele intentie hebben om de hoofdsom terug te storten.

Naast de rente wordt je gevraagd om een verzekering of garantstelling af te sluiten. Dat is even slikken, het kost een paar centen. Maar ja, aan wanhoop wordt genadeloos grof geld verdiend en de meeste mensen kunnen toch niet rekenen. Je gaat zuchtend accoord. Als je goed met cijfers was geweest – of niet wanhopig – had je naar een andere oplossing gekeken. Nu trap je in Mammon’s flitsfuik. De honderd euro die je leent, betaal je meer dan dubbel terug. Onafhankelijke, eerlijke financiele tovenaars hebben berekend dat op jaarbasis je het geleende bedrag wel tot zeven keer terug betaald: ofwel 600 procent rente. Dat is het soort hulp waarvan je van de regen in de oceaan raakt, met een molensteen van 666 kilo om je nek. Einde oefening. Blub.

In een recente zaak verloor het ‘ongeveer’ in Finland gevestigde Loan Rider van een flitskredietnemer. Loan Rider argumenteerde dat een man die voor een maand 350 euro had geleend, bovenop de rente nog 87.50 euro aan garantstellig moest betalen. Daardoor sprongen de totale kosten naar dik 300 procent op jaarbasis, terwijl in ons land momenteel een maximale rente van 14 procent geldt. De geldhaai claimde dat de bijna 100 euro aan verzekering niets te maken had met de rente die werd gerekend. De rechter was het niet met de haaibaai eens. Heb ik voor een keer toch gelijk, rente behoort alle regulier kosten van een geldverstrekker te dekken.

De Autoriteit Financiele Markten had daarvoor een rechtzaak verloren over het feit of ze zeggenschap hebben over buitenlandse flitskredietverstrekkers. Nee, die vallen niet onder de regels van de Autoriteit Financiele Markten en konden via het internet uitbuitingzaken blijven doen. Deze uitspraak verandert dat. Voor flitskredietvogels valt er voortaan weinig te verdienen. Het wordt overigens hoog tijd dat de Europese Unie wetgeving maakt die ervoor zorgt dat online-aanbieders gebonden worden aan de wetten die gelden in het land van hun klant.

Waarom de Europese Unie? Van onze eigen regering hoeven we niet veel te verwachten, denk maar eens aan het gedraai van parlementaire kontjes op het fluweelzachte pluche als het op statiegeld aankomt.

Lokale Politiek: Mag het een Onsje Meer Zijn?

De Rotterdamse burgemeester Aboutaleb pleit voor 500 euro extra voor gemeenteraadsleden omdat ze zo hard werken. De echte wereld is hem duidelijk vreemd.

Iemand die een HBO opleiding tot ingenieur heeft afgerond, moet toch gevoel voor cijfers hebben. Maar helaas. Waarschijnlijk tast een leven lang rondbanjeren in de politieke jungle (begroeiing maximaal 10 centimeter hoog) je gevoel voor verhoudingen aan.

Onze Rotterdamse burgemeester Aboutaleb pleit voor hogere vergoedingen, zeg maar salaris voor raadsleden want ze hebben het zo druk. Gut, gut. Ooit in een grotemensenbedrijf gewerkt eerwaarde burgervader? U weet wel zo’n club waar de werknemers zuur grappen ‘hard voor weinig’ en de werkgevers retoucheren met ‘meer voor minder?’ Dat is nou de discipline van de markt, zeg maar de wereld waarin het geld verdiend wordt dat politici in onze naam uitgeven.

Reken even mee. Een raadslid in een grote gemeente als Rotterdam krijgt maandelijks een belaste vergoeding van EUR 2.352,29 voor een deeltijd functie van afgerond drie dagen. Op basis van een volledige werkweek is dat ongeveer EUR 4.000,= per maand, risicovrij. Als je geen resultaten boekt, kun je altijd de lastige oppositie, gekozen door burgers die het niet snappen, de schuld geven. Moet je eens bij de baas proberen. Daarom zeggen tien van de tien belastingbetalers zeggen da’s snel verdiend van mijn centen.

Ondanks de bovenmodale ‘bijverdienste’ pleit de Rotterdamse burgervader voor een verhoging van zo’n 20 procent. Ik heb nog nooit zo’n salarisverhoging gehad. Het is eerder andersom, voor jouw twintig anderen. Aboutalebs vrijgevigheid illustreert nogmaals het geluk van andermans geld uitgeven, maar iemand moet het wel verdienen.

Toch is Aboutaleb rekenen niet helemaal verleerd. “Maar aan het eind van de maand moet de huur en de energierekening wel worden betaald. Het leven wordt steeds duurder.” Dat geldt voor ons allemaal, maar niemand krijgt daarom 20 procent opslag. Zelfs van dat ene magere procentje, minder dan de inflatie, gaat nog wat af omdat de gemeentelijke lasten extra hard stijgen, vanwege hogere uitgaven. Ooit zo’n geintje geprobeerd met je eigen huishoudboekje? Dan woon je nu vast in een kartonnen doos.

Aboutaleb heeft nog een argument voor lastenverhoging. Het Rijk heeft veel taken naar de gemeente afgestoten. Klinkt een beetje als een kwaadaardig Star Wars rijk. Je zou zeggen dat kamerleden dan minder te doen hebben en een gedeelte van hun salaris naar de gemeenteraad overgeheveld kan worden, maar zo werkt het niet in vriendjespolitiek-land.

Sowieso een rare redenatie dat raadsleden in grote gemeentes er meer bijkrijgen omdat ze het drukker hebben. Heb eens medelijden met de raadsleden in kleine en middelgrote gemeentes, die krijgen het dan nog veel drukker. Als lid van de Arbeiderspartij zou je van onze burgemeester meer solidariteit verwachten. De beste manier is om geld over te hevelen van grote naar kleine gemeentes. Maar ja, solidariteit is zo 1999. Belastingverhoging is anno 2018 overigens nog steeds een heet onderwerp.

Een van de mooiste aspecten aan het zogenaamd onderbetaald zijn van raadsleden is dat deze – op voltijdsbasis 4.000 euro betalende – functies nu veel aantrekkelijker wordt voor minima en tegelijkertijd anti-lucratief voor mensen die minimaal modaal plus plus verdienen. Laten er nou net meer van de eerste soort dan van de tweede soort zijn. Wie had dat ooit gedacht minder betalen leidt tot een meer representatieve democratie? Een ding weet ik zeker, dit is absoluut niet de bedoeling van de salonsocialisten. Aboutalebs opmerking over “een eerlijke beloning” negeer ik voor de zekerheid maar.

Overigens een politieagent verdient tussen 2.054 en 2.928 euro per maand, zeg maar gemiddeld 2.500 euro per maand. Die beloning is voor een volledige werkweek, inclusief gratis kogels (tweerichtingsverkeer), scheldpartijen, bespugingen en heel veel leed dat ze nooit meer vergeten. Ongeveer evenveel als een raadslid in drie dagen veilig bijverdient. Misschien beter om de helden in blauw er 500 euro bij te geven?

Ach laten we eerlijk zijn. Het is de schuld van D66. Wat is? Alles is. Als burgemeesters gekozen waren, had Aboutaleb dit nooit durven zeggen. Iets met functionerende rechtstaat en verantwoording afleggen aan hen die je dient.

 

Naschrift

Als man zonder kinderen denk ik alleen in voltijdbanen. Veel ouders die deeltijd werken zouden niet alleen het salaris briljant vinden maar ook de vrijheid om thuis te werken. Maar ja, waar vind je zo’n goebetaalde deeltijdbaan.

Lachen met Lidl

Lidl, de goedkoopste, de beste in groente en fruit – en – geen zorgen over de kosten van een verdwaald winkelwagentje. Wat zal Albert Heijn ‘blauw’ zien van jaloezie.

Vijf jaar op rij niet de beste met groente en fruit. Dat moet bijzonder pijnlijk zijn voor Albert Heijn. Een tijdje geleden lanceerde ze een futloze campagne waarin de Zaanse supermarkt vertelde dat ze echt van groente en fruit hielden, maar zelfs hun inmiddels gepensioneerde telegenieke winkelmanager kon het tij niet keren. Het jaar daarop won Lidl natuurlijk weer de eerste prijs Zelf ik eet ik graag groente en fruit en het prijsverschil is enorm. Een bos radijs kost bij Lidl 39 cent, de blauwe smurfen vragen er 1,19 voor. En ja de radijs van de Lidl smaken nog beter ook, die lekkere, iets pittige smaak ontbreekt bij de radijs van Albert Heijn.

Zakelijk gezien is Lidl een interessante organisatie. In een artikel in The Guardian legt de manager voor Groot Brittannië uit dat een beperkt assortiment van zo’n 1500 producten een van de succesfactoren is, die het mogelijk maakt lage prijzen te hanteren. Aldi en Lidl maken een kleine winst op ingezamelde statiegeldflessen van ongeveer drie cent, iets wat andere supermarkten niet lukt. Bij Lidl treft je regelmatig bordjes aan met “gekozen tot beste product”, onder andere door de Duitse Stiftung Warentest.

In mijn beleving stel ik me Lidl dan ook voor als een innovatieve supermarkt die het luie Albert Heijn continu alle hoeken van de kamer laat zien en was daarom verbaasd over de reactie van de prijsstunter toen ik opbelde om te melden dat er een winkelwagen voor de deur stond. Ze maken het je sowieso niet makkelijk. Eerst zocht ik op de website naar het nummer van de winkel in de buurt. Helaas stond er geen nummer bij, dus op zoek naar een algemeen nummer. Dat was ook niet te vinden en net toen ik het formulier op de website aan het invullen was, zag ik onderaan een nummer staan. Snel gebeld en verteld dat er een winkelwagen voor de deur staat.

“Dank u wel meneer. We komen ‘m ophalen. Dat gaat ongeveer een week duren.”

“Over een week staat ie er vast niet meer. Misschien even bellen met het filiaal om de hoek dat ze iemand langssturen?”

“Ja dat kan natuurlijk ook. Weet u ook welk filiaal het dichtste bij is?”

“Wacht, ik zoek het even voor je op, ik heb jullie website nog openstaan”

“Dank u wel meneer.”

Het is inmiddels een uur later en ik bulder nog steeds van het lachen, mijn geloof dat Lidl een super-supermarkt is, wordt wat minder, maar het blijft een mooie club. Winkelwagentje zijn duur, sommigen zeggen 150 euro, anderen spreken van prijzen tot enkele honderden euro’s. Wat de prijs ook is, even iemand langssturen is snel verdiend, zeker als supermarkten moord en brand schreeuwen dat hun winkelwagentjes verdwijnen. Wat zou moeten verdwijnen is bedrijven met een hoofdkantoor als een waterhoofd.

Uitbuiting voor beginners

De Britse premier Margaret Thatcher definieerde socialisme als een tekort aan andermans geld. Een kennis van me heeft onlangs een volkstuin gehuurd en ik heb geholpen met kweekbakken bouwen. Gratis pallets bij de Gamma gehaald en op het parkeerterrein gedemonteerd – met breekijzer. Je moest de mensen eens zien kijken en vervolgens in de moestuin weer in elkaar geschroefd, in een andere vorm natuurlijk.

volkstuin bakken gemaakt van houten pallets

Vroeger was ik een pallet

Continue reading