Receiver zo stil als een baksteen. Japanse Oneerlijkheid gemaakt door Onkyo

Hifi fabrikant Onkyo verkoopt jarenlang defecte apparatuur. Natuurlijk wordt het ontdekt en een reparatieactie volgt. Weer zijn ze niet eerlijk want het nummer van mijn receiver staat niet op het lijstje. Als die een paar jaar later toch kapot gaat, is de boel verkocht. Bij de  nieuwe eigenaar krijg ik geen gehoor – maar wel een lelijk afpoederbericht.

Ontwetend, rond 2010 een Onkyo receiver gekocht. Al snel liep het internet vol met akelige verhalen over high-end Japanse receivers die plotseling de geest gaven. Geruchten promoveerden tot feiten en het probleem werd steeds hardnekkiger – maar altijd stug ontkend. Hardleers bleef de Japanse premium audio fabrikant zeker vier jaar lang receivers verpatsen die het ieder moment konden begeven.

Voor het gebeurde had Onkyo een uitstekende reputatie. Zeëen vol containers met Onkyo apparatuur die het op mysterieuze wijze begaven nadat de eindgebruiker er de hand op legde, dwongen de Japanners over de brug te komen. Dan kun je niet anders dan “uit coulance” – normale mensen noemen dat de prijs voor jarenlang willens en wetens troep verkopen – een reparatieactie starten.

“Ach je bent iig niet de enigste…” Relativeren is een superkracht. Mijn broer is niet alleen de leukste thuis maar ook wijzer dan zijn grote broer.

Toen ik mijn serienummer een paar jaar later op de website controleerde, behoorde ik tot de gelukkigen. Mijn apparaat zou geen J-plop doen en kwam niet voor reparatie in aanmerking. De tijd verstreek en ineens werd het doodstil, het geluid verdween een maand geleden, net als de netwerkverbinding. Beide zijn klassieke symptomen van wat Onkyo jarenlang als top-faalaudio aan de wereld sleet. Zelfs het Engelse blad What Hifi? had mijn TX NR609 uitgeroepen tot beste koop. Wisten zij (en ik) veel? De Japanse premium audio fabrikant wist wel degelijk waar ze mee bezig waren, minimaal vier jaar lang rotte apparatuur aan de wereld serveren.

Toen ik 16 was, ca 1984, vulde ik eindeloze vakken met soep en hagelslag bij onze lokale supermarkt. Van het geld wat ik verdiende kocht ik stukje bij beetje mijn stereo-installatie. Tegenwoordig verdien ik gelukkig beter maar dat betekent niet dat ik genoegen neem met minder. Ook er zijn nog steeds kinderen die hard sparen voor hun eigen geluidssysteem. Het enige wat veranderd is, is dat tieners nu van Dolby 7.1 dromen in plaats van Dolby ruisonderdrukking bij hun cassetterecorder.

Nadat mijn receiver floep zei, keek ik op de website van Onkyo. Repareren doen ze niet meer aan. Herstellen is natuurlijk sowieso een hopeloze zaak als ze bijna allemaal kapot gaan. Een korting van EUR 175,= op geselecteerde modellen – vast de duurdere – was wel mogelijk. Welke zot trapt daarin?

Jarenlang heeft Onkyo willens en wetens, dag in, dag uit, vanuit Japan scheepsladingen hifi receivers de wereld over gestuurd, wetend dat het apparaten waren die binnen een paar jaar net zoveel geluid als een baksteen zouden produceren. Bewust, want in de tijdsspanne tussen twee WK’s voetbal heb je het probleem echt wel boven water. Toch doorgaan en mensen centjes afhandig maken.

Dat was het eerste kruisje voor inmiddels ex-topmerk Onkyo. Het tweede punt tegen, komt als ik ontdekt dat de Japanners niet eerlijk zijn over hoeveel apparaten “kwaliteitsproblemen” hebben. Nadat ik hoor van de kwaliteitsproblemen met Onkyo receivers, zoek ik mijn serienummer op. De website stelt mij gerust, niets aan de hand. Nu is het apparaat toch kapot en ik kijk ik nogmaals op de website. Mijn dode muziekmachine hoort ineens wel bij de slachtoffers. Als Onkyo eerlijk was, hadden ze dat destijds verteld en had ik ‘m ter reparatie aangeboden voordat het een doodstille baksteen was. Gemeen gul als de nieuwe eigenaar Aqipa is, resteert alleen met “coulance” opnieuw een Onkyo apparaat kopen. Ja, met korting – en nee! – waarom zou ik? Het geluid en netwerkverbinding zijn voor altijd weg, net als mijn vertrouwen in Onkyo. Waarom zou ik ooit nog iets van hen kopen?

Wie niet waagt, die niet wint dus ik stuur een mailtje naar het serviceadres van Onkyo ergens in Duitsland. Het antwoord leert mij dat ik echt helemaal nooit meer Onkyo ga kopen. Horen jullie dat in Japan? Het enige wat ik vraag – met teveel woorden – is of ze ‘m alsnog kunnen reparen. Lijkt me redelijk omdat mijn serienummer destijds niet bij de zieke modellen stond en ik dus geen problemen hoefde te verwachten. Een gerepareerde tweedehandsje is ook prima, ik luister alleen radio.

Misschien heeft de helpdeskmedewerker een slechte dag, maar het antwoord is lelijk en onprofessioneel. Samengevat: ik ben een vervelende klant en Onkyo Europa is verkocht en ze zijn er een beetje klaar mee. Zeur niet! Basta! Werkte het maar zo met betalen van rekeningen. “Wij zijn overgenomen, dus die openstaande factuur betalen we lekker niet. Nieuwe eigenaren enzo. Puhuh!”

 

“De versterker deed het perfect tot er van de een op andere dag geen geluid meer uitkwam. Ik ben niet technisch dus…”

 

Van het weekend nog even met mijn broer over gehad en die keek voor de grap op Marktplaats. Als je me niet gelooft, zoek eens naar de Onkyo TX NR 609. Er gaat een wereld voor je open. Geluidloos, dat wel, in tegenstelling tot de versterker die ik in 1984 na noeste arbeid bij elkaar had gespaard.  Die reutelt een paar decennia later vrolijk verder in een nieuw thuis als ik ‘m weggeef omdat ik iets moderners wil. Arme 16-jarige mennekes van nu die zolang sparen voor hun eigen Oinkyo DTS Dolby5.1 High End Receiver. Helaas, de meeste mensen lijden in stilte.

 

Hieronder mijn mail met de helpdesk van Aqipa GmbH / Onkyo /Pioneer.

Geachte Gert Jan,

Nee dat zal niet meer gaan. Het programma dat al jaren!! liep, is door onze nieuwe eigenaren Aqipa nu dan echt stopgezet & ik kan u daarvoor dan ook verder niks aanbieden.

Lees hier https://www.nl.onkyo.com/en/customer-service-program-118747.htm

U kunt natuurlijk wel contact opnemen met een service center voor reparatie. Ik moet wel zeggen als ik zo’n mail krijg met zoveel onwaarheden en onzin, sja wordt ik niet echt vrolijk van, jammer. Ik ga er verder ook niet op in.

Met Vriendelijke Groeten/ Best Regards

Sylvio

Customer Care

Aqipa GmbH
Erchinger Weg 1c
D-85399 Hallbergmoos / Germany
www.aqipa.com

?Sitz der Gesellschaft: Hallbergmoos
Geschäftsführer: Ing. Christian Trapl
Eingetragen im Handelsregister Amtsgericht München unter HRB 106226
UST-IdNr. (VAT No).: DE 165703965

09/11/2018 09:10 – Gert-Jan wrote:

Support Request

———————————————-
———————————————-

Dag Onkyo,

Een paar weken geleden heeft mijn TX NR609 receiver het begeven. Twee symptomen, geen geluid meer en zoeken naar netwerk tegelijk. Onkyo heeft lang een reparatieactie gehad vanwege structurele defecten en een paar jaar geleden heb ik mijn serienummer (3342mp5121020103) gecontroleerd. Daar was niets mee aan de hand.

Toen de receiver er plots prompt mee stopte heb ik nogmaals het serienummer gecontroleerd en ineens zit ie wel bij de apparaten met gebreken, alleen nu repareren jullie ‘m niet meer, maar kan ik 175 terugkrijgen als ik een nieuwe Onkyo koop.

Na Kobe Steel, Mitsubishi Materials Corp en KYB Corp (van de schokdempers voor gebouwen bij aardbevingen) is Onkyo nu al het vierde Japanse bedrijf waarvan ik lees dat er “kwaliteitsproblemen” zijn.

Mijn vraag is of jullie ‘m alsnog willen komen repareren of evt omruilen voor een refurbished model, maakt me niet uit. Het is niet netjes van Onkyo om eerst te zeggen dat er niets aan de hand is en later blijkt dat wel, maar repareren jullie ‘m niet meer. Mijn vertrouwen in Onkyo is geschaad doordat er jarenlang defecte receivers uit de fabriek zijn gekomen, maar wat echt vervelend is, dat als mijn serienummer destijds netjes was toegevoegd aan de lijst van te repareren apparaten, ik dit probleem nooit had gehad. Daarom wil ik voorlopig ook geen nieuwe Onkyo receiver kopen – zelfs niet met EUR 175 korting – alleen op door Onkyo geselecteerde modellen. Sorry, maar ik vind het niet netjes van de fabrikant.

Nogmaals het verzoek om mijn receiver alsnog te repareren of om te ruilen.

Met vriendelijke groet,

Gert-Jan

Zorg en Marktwerking

Zorgkosten rijzen uit de pan. Het is in ieders belang dat Nederland ze onder controle krijgt. Soms gaat er een zorgondernemer failliet. Vervelend, vooral voor patienten en medewerkers, maar laten we ook zorgen dat de lessen tot versteviging van ons zorgstelsel leiden.

Voordat je kunt deelnemen aan enige discussie, moet je vooraf je positie bepalen. Gezondheidszorg is een algemeen goed, zoals bijvoorbeeld defensie. In 95 procent van de gevallen moet een patient zonder meerkosten geholpen kunnen worden.

Waar veel mensen niet aan willen, is dat er een grens is aan wat wij als maatschappij kunnen en willen bekostigen. Een medicijn voor een miljoen per jaar, graag? Maar wat als dat pilletje een miljard kost? En heb je ooit gedacht over hoe dat geld anders besteed kan worden? Meer geld naar onderwijs of extra blauw op straat? De zak geld die naar de belasting gaat, we verdienen met z’n allen die pecunia, is niet eindeloos. Geld lenen omdat mensen er nou eenmaal recht op hebben, lijkt leuk totdat je nadenkt over de last die het voor toekomstige generaties betekent. Je wilt tenslotte ook niet dat jouw kinderen de hypotheek op jouw huis moeten afbetalen terwijl je allang onder de groene zoden ligt.

Zorg is letterlijk een kwestie van leven en dood – als in onomkeerbaar. Zelfs als dat niet het geval is, wil niemand voortstrompelen tot het bittere einde in eeuwige pijn. Die solidariteit en medemenselijkheid maakt dat de meeste mensen begrijpen dat er keuzes gemaakt moeten worden.

Een jaar of 15 geleden werkte ik in de zorg aan de invoering van gemiddelde prijzen per ziekte (DBC). Jan en alleman was zoals gewoonlijk tegen. Vraag het ze zonder dat ze weten waar het over gaat: “voor of tegen?” We zijn altijd tegen veranderingen. De analoge pers, zich langzaam realiserend dat ze verdronk in de zee van enen en nullen, hielp ook al niet. Ophitserige klikstukjes over zielepoten die 1.000 euro moesten betalen voor een bezoekje aan de Eerste Hulp. Kan me niet herinneren dat er kranten waren die fulmineerden over patienten die het ziekenhuis uitliepen [sic] terwijl de rekening die aan hun verzekering werd gestuurd, te laag was.

Voor mij is solidariteit – onder de paraplu van gezond verstand en grenzen – een van de belangrijkste kenmerken van de Nederlandse gezondheidszorg. Geloof me, 99 procent van ons Lage Landje is niet rijk genoeg om een intensieve medische behandeling te betalen en vroeger of later komt die dag voor ons allen.

Met de invoering van de DBC’s kwamen ook de zorgondernemers. Vanzelfsprekend verdienen zorginstellingen een schop onder hun kont, je geeft immers andermans centen uit en als het gemakkelijk geld regent, wordt je lui. De belangrijkste kritiek op gemiddelde zorgprijzen is dat ze niet kloppen, dat klopt! Het is echter onmogelijk om voor iedere behandeling de echte prijs te berekenen. De gevleugelde uitspraak “verschillende kosten voor verschillende doeleinden” is zo waar. Hoe verdeel je de kosten van mensen die de website onderhouden? Per patient? Dat kan. Sommige patienten zijn echter veel duurder dan anderen, wat nu? Afschaffen dan maar?

Zorgondernemers worden gedreven door een varieteit aan motieven. Sommigen onderwerpen zich aan Plutus, de Romeinse god van de rijkdom. Anderen, meer puur op de graat – en meestal gedreven dokters – willen het beste voor hun patient, kostte wat het kost. Soms is beroepsdeformatie het grootste compliment wat je iemand kunt maken.

Uiteindelijk zorgen al die verschillende krachten ervoor dat ons zorgstelsel langzaam uit elkaar getrokken wordt. Een kliniek voor dermatologie heeft minder kosten dan je eigen privé praktijk voor moeilijke chirurgie. Een ziekenhuis zonder mensen die voor alle overige zaken, zoals receptie, zorgen, is niet werkbaar. Het werk is belangrijk en hun salaris moet ergens van betaald worden. Maar hoe minder hoe beter en daarom zie je vooral privéklinieken voor dermatologie, maar niet voor hartchirurgie. De overheid bepaalt de prijzen en afhankelijk van je medische voorkennis is het soms, zelfs met de beste financiele genieen, onmogelijk om een specialistisch kostendekkend medisch centrum draaiend te houden. Dat is niet de schuld van de artsen, netzomin als het de schuld is van doktoren die winst maken op hun prive praktijk. Zoals altijd: de politiek beslist.

Experimenteren is noodzakelijk. Niemand wil dat er zoveel geld aan het laatste levensjaar van hun ouders wordt besteed, dat de wijzer naar de andere kant doorslaat en hun [klein]kinderen geen toekomst meer hebben. Toch maken veel mensen zich zorgen over die verdeling. Het zorgstelsel in haar huidige vorm heeft niet alleen financiele voordelen, maar ook nieuwe, universeel inzichtbare toepassingen gebracht. Nu is het aan de politiek om daaruit lessen te trekken en vervolgstappen te nemen.

Artsen worden iedere dag gedwongen moeilijke keuzes te maken. Sommige artsen zoals oncologen (medici gespecialiseerd in het gevecht tegen kanker) hebben niet eens de luxe om hun patienten alternatieven voor te leggen. Ondertussen zitten zij, die luidkeels hebben geroepen de verantwoordelijkheid te nemen voor een “beter” [sorry, kon het niet laten] Nederland, dagelijks met hun gevoelige billetjes op het pluche. Tijd voor actie dames en heren parlementsleden! Lees en leer. En nee dat is geen keuze tussen trouw aan het coalitieaccoord of de partijdiscipline versus het belang van alle Nederlanders. Het gaat om het verschil tussen diegenen die terecht in de Kamer zitten en zij die hebben gekozen daar in te verdwalen.

Competitie in Kringloopland

Gemeentelijke kringloopwinkel Piekfijn schijnt niets te leren van Opnieuw & Co, letterlijk en figuurlijk een grote concurrent die een paar meter verderop neergestreken is.

Natuurlijk is het interessant om een analyse van de meest succesvolle bedrijven ter wereld te maken, maar is het ook realistisch als aandelenanalisten al bijvoorbaat gaan stijgeren als het kwartaalresultaat afwijkt van hun voorspelling in plaats van andersom? Sowieso, als een man 150 miljard (1) kan verdienen in twee decennia, is er dan niets mis met de veelgeprezen marktwerking?

De wet van vraag en aanbod geldt ook voor het ‘laagste’ segment en zijn daar veel beter observeerbaar. Al jaren haal ik bierglazen bij de kringloopwinkel. De voorraad was inmiddels ver geslonken en ik ging weer eens naar de kringloopwinkel.

On-Rotterdamse Treurigheid

Schandalig, restanten “tweedehands verf” voor een euro kilo. Nieuwe verf is net zo gek, twee euro per kilo. Ooit van de Action gehoord, Piekfijn?

Tot voor kort had de gemeente het monopolie in Rotterdam en ik moet zeggen, die kringloopwinkels zijn een van de weinige schandvlekken op het blazoen van mijn Maasstad. Bij Piekfijn liggen de prijzen hoog, 140 euro voor een tweedehands fiets iemand? Marktplaats is goedkoper. Een ander voorbeeld: een strijkijzer zonder snoer voor 10 euro, ronduit belachelijk en nog gevaarlijk ook. Je moet er zelf nog het snoer opzetten en weten dat je daar met linnen omkleed kabel voor gebruikt vanwege brandgevaar. Een plastic snoer smelt meteen als het met een heet strijkijzer in aanraking komt. Voor je het weet heb je kortsluiting of brandt je huis af.

Nadat ik het snoer gezien had, liep ik langs de electronica, de handelswaar leek lukraak in een hoek gesmeten. Kabels zijn niet netjes opgeschoten met een tie-wrap, maar alles door elkaar. Wie kan het wat schelen, schamperde ik tegen mijzelf.

De gemeentelijke kringloopwinkels stralen een soort treurigheid uit, zelfs de mensen die er werken kijken niet blij. Dat is me al vaker opgevallen. Loop je langs, geen hallo of wat. Als je ze zelf groet, kijken de medewerkers je aan alsof je van Mars komt.

Als het echter op gebruikte spullen innemen aankomt, hebben ze ineens kapsones. Ik ben tegen weggooien van goede spullen en een tijdje geleden hielp ik een vriendin een oude stoel wegbrengen. De medewerker vond het eigenlijk niks die prima stoel die alleen een beetje oud was. Over kapsones gesproken. “We kijken even en anders gaat ie de kraker in.” Plak er een briefje op: “Moet weg, 10 euro” en voor het einde van de dag neemt iemand ‘m mee. Normaal zou ik een grapje maken over kringloopmedewerkers die teveel verdienen en daarom hun neus ophalen voor zo’n stoel, maar ik geloof niet dat de mensen bij Piekfijn – zou het misschien aan de naam liggen? – veel meer dan het minimumloon verdienen. Het is een on-Rotterdams vervelende winkel.

Wankoop van de week

Wat te denken van een klein TVtje – ik schat 24 of 28 inch, zonder afstandsbediening voor 75 euro? Het is een onbekend merk dus een vervangende afstandsbediening wordt moeilijk en kostbaar. Gelukkig heeft het apparaat wel DVD aan boord. Altijd nutteloos in de tijd van Netflix en Blu Ray.

Die groene sticker voorop is ook niet handig – en een teken van totale desinteresse in wat je verkoopt.

Net even gekeken en Bol.com verkoopt voor 149 euro een prima 32 inch TV, heb je er ook nog garantie op. On-Rotterdams schandalig.

Een kringloopwinkel heeft meerdere functies. Het gaat verspilling tegen, hergebruik is goed voor het milieu en het is een uitkomst voor mensen met een kleine portemonnaie. OK, ik ben een buitencategorie omdat ik er alleen voor bierglazen kom iedere paar jaar. Het is nou eenmaal leuk als je bierglazen in alle soorten en maten met merkjes erop hebt.

Een lichtend voorbeeld

grote kringloopwinkel Opnieuw & Co, Rotterdam

Groot he?

Tegenover mijn tankstation is onlangs een nieuwe gigantische kringloopwinkel geopend, 2200 vierkante meter – de gemiddelde supermarkt past daar met gemak een paar keer in. Voor ik naar Piekfijn ging, had ik bij Opnieuw & Co gekeken. Mijn mond viel open van verbazing en dat lag niet aan het gigantische vloeroppervlak. Er was goed over de opzet nagedacht. Heel slim begint de winkel met een brocanterie. Een stoel van grootmoeder is ouwe meuk, maar zet er een dozijn bij elkaar, strooi er wat aardewerk door en je hebt een brocanterie. Het doet niet onder voor de gemiddelde antiekwinkel, wat ook meteen de willekeur aangeeft hoeveel iets waard is.

Op de benedenverdieping staan verder de meubels – ik telde diverse tweepersoonbedden – kleding, witgoed en fietsen. Fietsen zijn hier overigens ook 140 euro. Van steigerhout waren een aantal bakken voor fotolijstjes getimmerd, weer zo’n handig idee. Het beste idee overigens is een klein cafeetje waar je thee en koffie kunt drinken en een tosti of een broodje ei eten voor EUR 1,25. Waarom niet dacht ik? Opnieuw & Co zit op een klein industrieterrein dat tegen de spoorlijn aanligt. Met de bedrijfjes daar heb je altijd aanloop. Mensen die er een betaalbaar broodje eten, zullen vaak even rondlopen en voor je het weet, heb je extra omzet op je kassa staan.

Als je met de trap naar boven loopt, wordt je verrast doordat alle plastic gebruiksvoorwerpen op kleur staan gesorteerd, geel bij geel, rood bij rood en idem voor blauw. Ook het glaswerk staat netjes gesorteerd, een verademing vergeleken met de gemeentelijke kringloopwinkels. Er is goed over nagedacht en de boel wordt netjes bijgehouden.

Is het rendabel?

Zo kan het dus ook. Een helder bord bij de ingang waar je club voor staat.

Als controller vraag je jezelf natuurlijk meteen af of het rendabel is, zeker met zo’n grote winkel. Opnieuw & Co heeft geen winstoogmerk, maar moet natuurlijk wel quitte draaien. De helft van de omzet gaat op aan personeelskosten en een kwart aan huisvesting. Ondanks dat er altijd volk in de winkel is, is je gemiddelde kassaomzet relatief laag. De grootte van de winkel maakt ook dat je veel medewerkers nodig hebt. Het bord bij de ingang spreekt van 500 medewerkers over vijf filialen, maar ja hoeveel voltijdsbanen zijn dat?

Het is niet alleen het vloeroppervlak – en daarmee de keuze – die de kringloopwinkel aantrekkelijk maakt. Ook de lichte, verzorgde uitstraling doet het erg goed. Net zo belangrijk zijn de goederen die mensen weggeven aan kringloopwinkels. De gemeentelijke kringloopwinkel kan op weinig sympathie van de meeste mensen rekenen. Nu er een alternatief is, vermoed ik dat de goederenstroom richting Piekfijn een stuk kleiner wordt.

Ik denk dat het bij Opnieuw & Co anders is. De winkel zelf is een positieve ervaring, erg belangrijk voor de gunfactor als je gebruikte spullen wilt wegdoen. Daarnaast werkt Opnieuw & Co samen met diverse instellingen, waaronder een MBO opleiding. Met 500 medewerkers kan dat alleen maar positief uitvallen voor wat mensen doneren.

Als je je zorgen maakt over je baan, kun je natuurlijk ook zelf initiatief nemen en bijvoorbeeld het glaswerk eens sorteren.

Ondanks alles lijkt zo’n grote kringloopwinkel een gewaagde onderneming, zeker als over een tijdje de nieuwigheid er vanaf is. De concurrentie is er echter niet gerust op. Toen ik mijn bierglazen bij Piekfijn afrekende, raakte ik aan de praat, ja dat is niet onmogelijk bij Piekfijn. “Zijn er veel mensen?” vroeg de dame achter de kassa. Zij begrijpt prima dat er een stevige concurrent bijgekomen is. Haar baas echter reageert halfhartig – en gesubsidieerd – door alle meubels boven de 20 euro gratis te bezorgen in de regio. Er wordt gratis geleverd als het kengetal voor de vaste telefoon met 010 begint. Zelfs als je inkoopprijs nul is, verdien je niks als je een kast van 20 euro met twee man in Pernis moet afleveren. Op zo’n manier zijn het duurbetaalde minimumloon banen.

Misschien dat het management van Piekfijn harder zijn best moet gaan doen om het bestaan te blijven rechtvaardigen. Niets zo goed als een beetje concurrentie. Behalve misschien een lekker biertje bij deze tropische temperaturen in een mooi bierglas. Proost!

  1. Een van de meest interessante analyses over Amazon staat in “The Four: The Hidden DNA of Amazon, Apple, Facebook, and Google” (2017) van Scott Galloway

Waterijs Alarm

Een land waar het grootste zomerprobleem een tekort aan waterijs is, is gezegend. Hoe leg je dat uit?

Zeg nou zelf, het leven wordt niet beter dan dit. Ja, voor veel mensen zijn de tropische temperaturen een hel, maar genieten van wat Gaia je geeft is ook een kunst.

Als je mijn blog een beetje gevolgd hebt, weet je dat Rio de Janeiro in minder dan een week voor altijd mijn hart gestolen heeft. Protestant of katholiek, carnaval in de stad van de januari-rivier bekeert je. De details laat ik voor alle zekerheid weg, maar geloof mij, het is voor iedereen!

Terwijl het op het zuidelijk halfrond winter is – geen zorgen, in Rio is het nog steeds 20 graden – beleeft ons kikkerlandje de golf aller hittes. Mijn officiele Rotterdam gsm-temperatuur-meting leert dat het gisteren 38 graden was. Vandaag gaat dezelfde kant op. Geweldig toch? Fantastisch, met één kleine uitzondering, de waterijsjes zijn op. Verwacht iemand iets anders?

In een wereld vol oorlog, ellende en ondervoeding, is een waterijs-alarm toch het mooiste wat je kunt wensen? Hoe bevoorrecht kun je zijn? Om duistere redenen – mijn schrijvende medemens worstelt blijkbaar met een 24/7/365 ijskoud hart – ben ik de enige die er de schoonheid van inziet. Vraag het je opoe, achtergrootoom of wie dan ook, niemand kan zich een waterijsalarm herinneren. Ooit.

Ja het is niet koud buiten en de ijsjes raken op. Ben dankbaar voor wat we hebben. Dat betekent overigens niet dat we ons geen zorgen over de toekomst moeten maken. Best lastig met een kabinet dat de industrie laat beslissen over de toekomst van statiegeld. Als iedereen in Nederland statiegeld wil, hoe ondemocratisch handelt ons kabinet dan eigenlijk?

Terug naar 38 graden in Rotterdam. In mijn hoofd hoor ik een kakafonie van Nederlandstalige liedjes. De eerste is van Rob de Nijs en de laatste van Gerard Cox. Daar tussenin zit Ali B. Samen overbruggen “Het werd zomer“, “Zomervibe” en “Het is weer voorbij die mooie zomer” de paar zonnige weken die we hebben in Nederland.

Ja, het is warm. Geniet ervan. Met of zonder raket-ijsje. Voor je het weet is het kerstmis, geen sneeuw en 13 graden en je zucht “het is weer voorbij die mooie zomer”. De zomer die begon in april.

De Huizenmarkt is een Heks

Het Algemeen Dagblad kopt vandaag: ‘Oudere huizenbezitter wil overwaarde cashen, maar zit vast in zijn woning.’ Ach gossie, wat had je dan verwacht?

Leuk he, toen halverwege jaren negentig RTL’s Eigen Huis En Tuin – en aanverwante gesponsorde programma’s- de huizenmarkt tot op grote hoogte jaagden? Helaas. Je huis zal maar drie keer over de kop zijn gegaan en je kunt het aan niemand verkopen omdat ze het niet kunnen betalen. Dat de banken het willen financieren is een ander verhaal.

Kinderen de deur uit en dan? Zelf ben ik opgegroeid in het Brabantse plaatsje Roosendaal. Iedere keer als ik er kom, slaak ik een zucht van verlichting dat ik tegenwoordig in Rotterdam woon. Eerlijk is eerlijk, sinds de burgemeester de coffeeshops heeft verbannen, het Brabantse Roosendaal ligt een paar kilometer van de Belgische grens, achtervolgen drugcriminelen elkaar al schietend vanuit de straat waar mijn zevenjarig nichtje opgroeit tot recht voor het politiebureau. “Ja broer, de tijden zijn veranderd sinds wij klein waren.” Dat betekent ook dat we met z’n allen dankbaar moeten zijn voor hoe dom sommige criminelen zich gedragen.

De figuren op het pluche ondertussen? Waarom zouden we hen geen rendements-eis opleggen? Ha ha, valstrikvraag. De pluchionairs zijn immers degenen die de wetten maken. Oeps.

OK, dat was een vrij extreem voorbeeld, maar ja, wat doe je in je ‘gouden jaren’ – emmertje iemand? – als niemand kan betalen wat je huis niet waard is? RTL aanklagen? Sinds John de Mol de succesnummers heeft weggekaapt, valt ook daar niet veel meer te halen.

Een huis is om in te wonen, beetje betaalbaar dus. Aan het einde van de rit heb je een appeltje voor de dorst. Helaas, sinds Airbnb – ik vermoed dat ze niet werkzaam zijn in Roosendaal – gaat dat zo niet meer. Een huis is niet om in te wonen, maar om je opbrengst te maximaliseren, desnoods neem je de kinderen mee naar de camping. Iedereen weet tenslotte dat overal in Nederland er 220 Volt uit het stopcontact komt. Kun je dat witte hemd voor op kantoor prima mee strijken.

En de kinderen? Die vertel je gewoon dat het leven een groot feest is, als in altijd kamperen, een camping met hindernissen weliswaar. In de rij voor de [gemeenschappelijke] douche, in de rij om tanden te poetsen bij een groezelige wasbak en hop naar school.

Dagen, weken, maanden of jaren, het maakt niet uit. Jouw kinderen zullen nooit genoeg geld hebben om een eensgezinswoning te kopen – een van het soort waar ze in opgegroeid zijn. Over geboorteonrecht gesproken.

Jij ondertussen, zoekt wanhopig naar een koper voor dat huis waar iedereen ‘van droomt’. Ken je die megahit van Marco Borsato nog: “Dromen zijn bedrog?” Het is “de waarheid.”

Geldhaai Krijgt Deksel op Neus

Niemand wordt harder uitgebuit dan mensen die geen geld hebben. Heb je pegels, wil iedereen het. Toeslagen, garantstelling? “Daar doen wij niet aan geachte client.” Heb je niks te makken, wordt je tot de laatste druppel uitgemolken.

Flitskredieten zijn niet meer dan uitstel van executie. De slimste ben ik zeker niet, maar rekenen kan ik als de beste. Ook ben ik een beetje naief, ik dacht altijd dat rente een vergoeding is voor alle kosten die een geldverstrekker maakt. Zo werkt het tegenwoordig niet meer.

Misschien ligt dat laatste ook wel een beetje aan de Nederlandse Staat. Graaiende politici die vinden dat het gepeupel – u en ik dus – teveel geld hebben en bovenop de boete administratiekosten zijn gaan rekenen.

Een flitskrediet is niet meer dan een kortlopende lening. De gouden regel is, hoe langer het krediet loopt, hoe lager de rente. In de prakijk is het heel soms tegenovergesteld – een omgekeerde rentestructuur – maar dan zit de economie in zwaar weer.

Stel je komt 100 euro tekort. Volgende maand komt je salaris weer, maar je moet het geld nu hebben. De flitskredietmeneer, of -mevrouw, wil je graag helpen. Wanhopig graag zelfs. Voor een kleine vergoeding, de basisrente is zeer redelijk, heb je vandaag nog die honderd hardnodige pegels op je bankrekening staan. Een belangrijk detail: de geldverstrekker wil wel zijn centen terug. Logisch, iedere bankier weet dat mensen die bereid zijn astronomische rentes te betalen, geen enkele intentie hebben om de hoofdsom terug te storten.

Naast de rente wordt je gevraagd om een verzekering of garantstelling af te sluiten. Dat is even slikken, het kost een paar centen. Maar ja, aan wanhoop wordt genadeloos grof geld verdiend en de meeste mensen kunnen toch niet rekenen. Je gaat zuchtend accoord. Als je goed met cijfers was geweest – of niet wanhopig – had je naar een andere oplossing gekeken. Nu trap je in Mammon’s flitsfuik. De honderd euro die je leent, betaal je meer dan dubbel terug. Onafhankelijke, eerlijke financiele tovenaars hebben berekend dat op jaarbasis je het geleende bedrag wel tot zeven keer terug betaald: ofwel 600 procent rente. Dat is het soort hulp waarvan je van de regen in de oceaan raakt, met een molensteen van 666 kilo om je nek. Einde oefening. Blub.

In een recente zaak verloor het ‘ongeveer’ in Finland gevestigde Loan Rider van een flitskredietnemer. Loan Rider argumenteerde dat een man die voor een maand 350 euro had geleend, bovenop de rente nog 87.50 euro aan garantstellig moest betalen. Daardoor sprongen de totale kosten naar dik 300 procent op jaarbasis, terwijl in ons land momenteel een maximale rente van 14 procent geldt. De geldhaai claimde dat de bijna 100 euro aan verzekering niets te maken had met de rente die werd gerekend. De rechter was het niet met de haaibaai eens. Heb ik voor een keer toch gelijk, rente behoort alle regulier kosten van een geldverstrekker te dekken.

De Autoriteit Financiele Markten had daarvoor een rechtzaak verloren over het feit of ze zeggenschap hebben over buitenlandse flitskredietverstrekkers. Nee, die vallen niet onder de regels van de Autoriteit Financiele Markten en konden via het internet uitbuitingzaken blijven doen. Deze uitspraak verandert dat. Voor flitskredietvogels valt er voortaan weinig te verdienen. Het wordt overigens hoog tijd dat de Europese Unie wetgeving maakt die ervoor zorgt dat online-aanbieders gebonden worden aan de wetten die gelden in het land van hun klant.

Waarom de Europese Unie? Van onze eigen regering hoeven we niet veel te verwachten, denk maar eens aan het gedraai van parlementaire kontjes op het fluweelzachte pluche als het op statiegeld aankomt.

Deelder Verhuist

Soms is een man gewoon jaloers – en trots daarop.

Deelderiaans gezegd: “het plafond pleurt na beneeje.” Dan verkoop je toch gewoon het huis? Dat is in ieder geval wat Jules Deelder doet. Hebberig worden op basis van een krantenartikel en twee relevante foto’s? Ja, het kan.

Meer dan een (platen)paleis (Afbeelding: Funda)

Achter mij staan vijf boekenkasten tot de nok toe gevuld met allerlei. De boeken zijn niet de minste, je vind er onder andere de integrale, gebonden, luxe uitgave van Marten Toonders’ complete Heer Bommel. Vroeger had ik kratten vol platen en CD’s. Tegenwoordig is alles digitaal. Uit mijn begintijd als DJ, plaatjes opzetten was destijds absoluut niet gaaf, herinner ik mij hoe ik in de discotheek door de platenbakken bladerde. Nummers die ik wilde draaien, kantelde ik een kwartslag en liet ze uitsteken.

Meneer Deelder heeft een thuisdiscotheek, in de letterlijke zin van platenverzameling. Een man die een ladder nodig heeft om aan zijn muziek te geraken, verdient diep respect. Hier in de kast staan wat CD’s met selecties van Jules Deelder. Ja, echte ouderwetse CD’s waarvoor ik knaken betaald heb. Ondanks dat ik het voordeel van digitaal dagelijks ervaar, voel ik me er ongemakkelijk bij. Mijn vingers worden onrustig. Is er hier iets te bladeren, al zijn het maar 500 maxisingles? Maar nee, de nullen en enen geven geen kik.

Meneer Deelder ondertussen, heeft een wand vol met platen, groter dan mijn honderd dozen boeken, die sinds de verhuizing veilig opgeborgen zijn in mijn boekenkasten uit het land der Svenska-Turkse gehaktballen.

jules deelder jazz platen discotheek verhuizing rotterdam mathenesserlaan

Natuurlijk zijn de makelaarsfoto’s in klassiek Deelder zwart/wit. (Afbeelding: Funda)

Wat ben ik jaloers op zo’n man. Z’n gedichten kunnen me gestolen worden, begrijp er niets van. Geeft ook aan hoe hip of posthip ik niet ben. Maar eindeloze rijen zwarte schijven gevuld met muziek waar A&R managers liefst ver van blijven omdat ze er niets van snappen, welke muziekliefhebber droomt daar nou niet van?

Kijk, volgens de reclame moeten we allemaal dromen van een uur kwalitijd met ons kroost voor een veel te hoge prijs (Eurocard/Mastercard). Het suikerwaterbrouwsel van Heineken probeert eenzelfde idee aan de (meestal) man te brengen. Drink dit en je hebt lol en vrienden. Drink de hele krat alleen en je weet niet meer van hoe of wie.

Geef mij maar muziek. We hebben het allemaal wel eens gedaan: tig keer dezelfde plaat draaien. En het verveelt nooit. Dat is de kracht van echte muziek. Het heeft iets magisch en wordt nooit saai, zeker niet als je een eigen platenpaleis hebt. Het plafond komt naar beneden, nou en? Als je lang genoeg wacht, stort alles in. Zolang de muziek speelt is er geen reden tot zorg.

Oh ja, mocht je niet van muziek houden, de achtertuin is 45 meter diep.

jules deelder jazz platen discotheek verhuizing rotterdam mathenesserlaan

Het plafond komt naar beneden. Nou en? (Afbeelding: Funda)